Leergang "Aan het werk met de Omgevingswet" verslag dagdeel 3 - Verdieping (veelvoorkomende) activiteiten

  • event21-09-2023
  • schedule08:00
  • timer6 minuten

Op donderdag 21 september vond alweer de derde bijeenkomst van de leergang “Aan het werk met de Omgevingswet” plaats. Tijdens deze bijeenkomst namen Elzelou Grit en Doreth Loonstra de deelnemers mee in verschillende (vergunningplichtige) activiteiten onder de Omgevingswet. Zij zijn onder andere ingegaan op de bouwactiviteit en de omgevingsplanactiviteit.   

Waar hebben we het de vorige keer ook alweer over gehad?

Tijdens de vorige bijeenkomst is gesproken over vergunningen en procedures. Naar aanleiding van de deze bijeenkomst namen Elzelou Grit en Doreth Loonstra de deelnemers nog eens mee in de veranderingen ten aanzien van de vergunning van rechtswege. De vergunning van rechtswege komt met de inwerkingtreding van de Omgevingswet te vervallen. Dat geldt ook voor aanvragen die voor 1 januari 2024 zijn gedaan, waarvan de beslistermijn wel in 2024 afloopt.  

Tijdens de vorige bijeenkomst is daarnaast uitgebreid gesproken over de verschillende typen vergunningplichten die onder de Omgevingswet bestaan. Inmiddels is het tijd om de vergunningplichtige activiteiten verder uit te diepen.  

Vergunningplichtige activiteiten

Hoe zit dat met die bouwactiviteit? 

Naar huidig recht is de vergunningplicht voor bouwactiviteiten neergelegd in artikel 2.1 lid 1 onder a Wabo. Met de Omgevingswet zal een zogeheten knip worden aangebracht tussen de bouwtechnische bouwactiviteit en de ruimtelijke bouwactiviteit. Dat betekent dat er twee verschillende toetsen zullen plaatsvinden op het moment dat iemand een bouwactiviteit wil uitvoeren.  

De technische toets 

Artikel 5.1 lid 2 sub a Ow bepaalt dat het bouwen van een bouwwerk in beginsel vergunningvrij is, tenzij anders is bepaald. Dit betreft enkel de bouwvergunning voor de bouwtechnische toets. De ruimtelijke toets vindt namelijk plaats bij de omgevingsplanactiviteit. In artikel 2.25 en 2.26 Bbl zijn de vergunningplichtige bouwactiviteiten te vinden. Op deze vergunningplicht zijn vervolgens in artikel 2.27 en verder weer uitzonderingen neergelegd. Voor de bouwactiviteit gelden de regels die op grond van artikel 4.3 lid 1 Ow in het Bbl zijn neergelegd. Er geldt bijvoorbeeld een zorgplicht voor degene die de activiteit uitvoert. Een vergunning wordt alleen verleend als aannemelijk is dat aan de regels uit het Bbl is voldaan. Naast deze bouwregels gelden een aantal algemene weigeringsgronden op basis waarvan een aanvraag moet worden geweigerd. Zo kan een aanvraag worden geweigerd op grond van de wet Bibob. Daarnaast wordt een vergunning geweigerd als sprake is van ernstige gezondheidsrisico’s of vanwege het ontbreken van de vereiste instemming. Deze weigeringsgronden volgen uit artikel 5.31-5.33 Ow.  

 

Wat is een omgevingsplanactiviteit? 

Er bestaan drie typen omgevingsplanactiviteiten. Een omgevingsplanactiviteit is: een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat een vergunning is vereist maar die niet in strijd is met het omgevingsplan (binnenplanse omgevingsplanactiviteit), de activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat een vergunning is vereist en die wel in strijd is met het omgevingsplan (buitenplanse omgevingsplanactiviteit) en andere activiteiten die in strijd zijn met het omgevingsplan (buitenplanse omgevingsplanactiviteit).  

De gemeenteraad bepaalt in beginsel welke omgevingsplanactiviteiten in het omgevingsplan worden opgenomen.  

De ruimtelijke regels voor bouwwerken worden als onderdeel van de bruidsschat ook onderdeel van het omgevingsplan. De ruimtelijke toets voor bouwwerken vindt dan ook in het kader van de omgevingsplanactiviteit plaats. Ook de activiteiten die nu te vinden zijn in artikel 2.2 Wabo zijn straks grotendeels terug te vinden in als omgevingsplanactiviteit.  

Voor de omgevingsplanactiviteit geldt dat deze in beginsel vergunningplichtig is, tenzij bij AMvB anders is bepaald. Artikel 2.29 Bbl bevat dergelijke uitzonderingen.  

Voor binnenplanse omgevingsplanactiviteiten geldt een limitatief imperatief stelsel. Dat betekent dat op het moment een van de weigeringsgronden zich voordoet, de aanvraag wordt geweigerd. Andersom betekent dit ook dat een vergunning moet worden verleend op het moment dat wel aan alle criteria is voldaan. Wel blijft onder de Omgevingswet een dynamische verwijzing in het omgevingsplan naar beleidsregels mogelijk. i 

Voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten zal een toetsingskader gaan gelden dat lijkt op het huidige artikel 2.12 Wabo. Waar nu sprake moet zijn van een “goede ruimtelijke onderbouwing”, moet straks sprake zijn van een “evenwichtige toedeling van functies aan locaties”.  

Geldt er straks ook nog een natuurvergunningplicht? 

De huidige natuurvergunning gaat straks over in de Natura 2000-activiteit. Natura 2000-activiteiten zijn activiteiten die significant nadelige gevolgen hebben voor een Natura 2000 gebied. Uit bijlage A van de Omgevingswet blijkt dat onder Natura 2000-activiteiten de activiteiten worden verstaan die het realiseren van een project inhouden, dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied.  

Voor Natura 2000-gebieden geldt de verplichting van het Rijk om algemene regels op te stellen. Zo is in het Bal een specifieke zorgplicht en een informatieplicht bij ongewone voorvallen opgenomen. De Natura 2000-activiteit is vergunningplichtig op grond van artikel 5.1 lid 1 sub e Ow. Dat betekent dat deze activiteiten vergunningplichtig zijn, tenzij anders is bepaald. Vergunningvrije gevallen kunnen bijvoorbeeld worden aangewezen in paragraaf 11.1.2 Bal, een programma, omgevingsverordening of ministeriële regeling.  

Als de aanvraag alleen betrekking heeft op een Natura 2000-activiteit, geldt dat Gedeputeerde Staten in beginsel bevoegd zijn op de aanvraag te beslissen als de activiteit niet in artikel 4.12 lid 2 Omgevingsbesluit is aangewezen. De Natura 2000-activiteit is geen magneetactiviteit, maar wel is advies met instemming vereist.  

Een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit wordt alleen verleend als uit de passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. In afwijking hiervan kan ook een vergunning worden verleend als aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Hier speelt de ADC toets een belangrijke rol. Daarbij wordt gekeken naar alternatieve oplossingen, of sprake is van een dringende reden van groot openbaar belang en naar welke maatregelen worden genomen om eventuele impact te compenseren. Het toetsingskader is hiermee vergelijkbaar met de huidige vergunning op grond van de Wet natuurbescherming. Op grond van artikel 10.24 Omgevingsbesluit geldt voor de Natura 2000-activiteit de uniforme openbare voorbereidingsprocedure.  

Hoe beschermen we in het wild levende dieren en planten onder de Omgevingswet?  

Een flora- en fauna-activiteit is een activiteit met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten. Bijvoorbeeld het kappen van een boom kan een flora- en fauna-activiteit opleveren. Het Rijk heeft op dit punt een bevoegdheid om algemene regels te stellen. Op grond van artikel 5.1 lid 2 onder g geldt een vergunningplicht. Dat betekent dat fora- en fauna-activiteiten in beginsel vergunningvrij zijn, tenzij anders is bepaald. In het Bal zijn vervolgens de vergunningplichten te vinden in paragraaf 11.2.2 en verder. Deze zijn hoofdzakelijk gebaseerd op de vogelrichtlijn en habitatrichtlijn. In paragraaf 11.2.4 van het Bal zijn op basis van nationaal recht vergunningplichtige gevallen aangewezen. In bijlage 9 bij het Bal zijn beschermde soorten opgenomen.  

Artikel 8.77j Bkl en verder bevatten de beoordelingsregels voor vergunningaanvragen. Op een dergelijke aanvraag is in beginsel de reguliere voorbereidingsprocedure van toepassing. 

Wat zal er veranderen voor inrichtingen? 

Onder de Omgevingswet zal ten aanzien van milieu het een en ander veranderen. Zo komt het inrichtingenbegrip zoals we die in bijvoorbeeld het Activiteitenbesluit milieubeheer kennen te vervallen. Onder de Omgevingswet spreken we van milieubelastende activiteiten. Onder de milieubelastende activiteit vallen ook de functioneel ondersteunende activiteiten. Dat kan dus bijvoorbeeld ook de receptie bij een showroom in een autogarage zijn. De kernactiviteit vormt tezamen met de functioneel ondersteunende activiteiten de gehele milieubelastende activiteit. Milieubelastende activiteiten zijn vergunningvrij, tenzij anders is bepaald. De vergunningplichtige activiteiten zijn aangewezen in het Bal.  

Tijdens de bijeenkomst zijn de deelnemers wegwijs in het systeem van het Bal gemaakt. Het systeem bestaat allereerst uit een aanwijzing van de activiteiten waarop het Bal ziet. Vervolgens worden de vergunningplichtige activiteiten aangewezen. Als derde wordt verwezen naar de toepasselijke algemene regels.  

De volgende keer

De volgende keer is alweer de laatste bijeenkomst van de leergang “Aan het werk met de Omgevingswet”. Tijdens deze bijeenkomst zullen de afsluitende onderdelen worden behandeld. Deze bijeenkomst staat in het teken van handhaving, rechtsbescherming en overgangsrecht. Bent u benieuwd naar de mogelijkheden voor het volgen van een leergang over de Omgevingswet of heeft u vragen over wat de Omgevingswet voor u betekent? Elzelou Grit en Doreth Loonstra helpen u graag verder.    

Geschreven door:

Merel Adema

Merel Adema studeerde Juridische Bestuurskunde (cum laude) en deed daarna de master Nederlands recht, specialisatie Staats-en Bestuursrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zij werkte als bezwaarjurist bij het Instituut Mijnbouwschade. Merel Adema liep eerder stage bij de faculteit Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen en heeft een onderzoeksstage gedaan bij de gemeente Groningen.

Merel Adema studeerde Juridische Bestuurskunde (cum laude) en deed daarna de master Nederlands recht, specialisatie Staats-en Bestuursrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zij werkte als bezwaarjurist bij het Instituut Mijnbouwschade. Merel Adema liep eerder stage bij de faculteit Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen en heeft een onderzoeksstage gedaan bij de gemeente Groningen.

Klik voor meer binnnen de categorie
Neem contact op

Klik hier voor het het privacybeleid van Yspeert advocaten n.v.