Leergang "Aan het werk met de Omgevingswet" verslag dagdeel 2 - Vergunningen en procedures

  • event14-09-2023
  • schedule08:00
  • timer6 minuten

Op 14 september 2023 heeft de tweede bijeenkomst van de leergang “Aan het werk met de Omgevingswet” plaatsgevonden. Dit dagdeel stond in het teken van vergunningen en procedures. Elzelou Grit en Doreth Loonstra namen de deelnemers mee in de belangrijkste beginselen ten aanzien van deze onderwerpen. Daarnaast is stilgestaan bij de belangrijkste verschillen ten opzichte van het huidige recht.  

Een korte herhaling

Voordat ze zijn ingaan op deze nieuwe onderwerpen, namen Elzelou en Doreth de deelnemers mee in een korte, interactieve samenvatting van wat er de vorige keer besproken is. De kern van de algemene regels heeft kort de revue gepasseerd waarbij deelnemers de kans kregen wat hun het meeste is bijgebleven te delen met de andere deelnemers.  

Nadat het geheugen is opgefrist ten aanzien van de algemene regels, werd het tijd de deelnemers mee te nemen in de vergunningen en procedures.  

Vergunningen onder de Omgevingswet

Wanneer is er sprake van een vergunningplicht? 

Het uitgangspunt onder de Omgevingswet is dat zo veel mogelijk wordt volstaan met algemene regels, zodat voor activiteiten geen voorafgaande toestemming nodig is. In sommige gevallen is dat echter wel noodzakelijk. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als sprake is van grote effecten voor de omgeving. Voor die gevallen is een vergunningplicht in het leven geroepen.  

Hoe weet ik wanneer een vergunning vereist is? 

De aanwijzing van vergunningplichtige activiteiten vindt plaats in de Omgevingswet, het Omgevingsplan, de Waterschapsverordening en de Omgevingsverordening. Onder de Omgevingswet is het niet mogelijk om een nieuwe omgevingsvergunningplicht in het leven te roepen bij AMvB. Wel kan een vergunningplicht nader worden uitgewerkt in een AMvB. Zo is de vergunning voor het bouwen, die volgt uit artikel 5.1 van de Omgevingswet, nader uitgewerkt in het Bbl.  

 Wat gaat er veranderen? 

Onder huidig recht kennen we het beginsel van onlosmakelijke samenhang, dat is neergelegd in artikel 2.7 Wabo. Dit houdt in dat, op het moment dat activiteiten onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden, deze beide in de vergunning moeten worden opgenomen. Zo kan een vergunning voor het bouwen van een bouwwerk bijvoorbeeld ook een vergunning voor het kappen van bomen inhouden. Met de komst van de Omgevingswet komt dit beginsel te vervallen. Dat betekent dat de aanvrager van een vergunning in beginsel alle activiteiten los van elkaar kan aanvragen. Voor sommige, specifiek aangewezen gevallen geldt echter wel dat de activiteiten samen moeten worden aangevraagd.  

Wat wordt dan de rol van het bestuursorgaan? 

Het is niet zo dat geen enkele rol is weggelegd voor het bestuursorgaan. De Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft daarvoor in artikel 3:20 neergelegd dat het bestuursorgaan de aanvrager op de hoogte dient te stellen van eventueel andere benodigde vergunningen. Het bestuursorgaan dient daarmee de aanvrager dus alsnog te informeren over eventueel andere vergunningen die nodig zijn om de gehele activiteit te kunnen realiseren. Artikel 3:20 Awb heeft naar huidig recht een minder prominente rol, maar deze zal onder de Omgevingswet mogelijk juist weer zijn terugkeer maken.  

Hoe komt de vergunningplicht er straks uit te zien? 

Artikel 5.1 lid 1 Ow bepaalt dat het verboden is bepaalde activiteiten te verrichten, tenzij is bepaald dat geen vergunning is vereist. Onder activiteiten als bedoeld in dit eerste lid worden bijvoorbeeld verstaan: de omgevingsplanactiviteit, ontgrondingsactiviteit en Natura-2000 activiteit. De omgevingsplanactiviteit lijkt het meest op de huidige omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan. De Omgevingsplanactiviteit bestaat uit drie typen activiteiten waarvoor straks een vergunning is vereist:  

  • De activiteit waarvoor een vergunningplicht bestaat maar die niet in strijd is met het Omgevingsplan;  
  • De activiteit die vergunningplichtig is en die wel in strijd is met het Omgevingsplan, en; 
  • Andere activiteiten die in strijd zijn met het Omgevingsplan.  

De vergunning als bedoeld in het eerste gedachtestreepje kan het beste worden vergeleken met een binnenplanse omgevingsvergunning. De andere twee gedachtestreepjes zijn te vergelijken met de buitenplanse omgevingsvergunning.  

Ten aanzien van de activiteiten die zijn genoemd in artikel 5.1 lid 2 Ow, zoals de bouwactiviteit, geldt dat deze vergunningplichtig zijn, voor zover dat is bepaald. Voor bouwactiviteiten is de vergunningplicht vervolgens uitgewerkt in het Bbl.  

Uit bovenstaande blijkt dat artikel 5.1 Ow twee typen activiteiten reguleert. In lid 1 zijn activiteiten neergelegd die in beginsel vergunningplichtig zijn, in lid 2 zijn activiteiten neergelegd die in beginsel vergunningvrij zijn.  

Op basis waarvan vindt de beoordeling plaats? 

Het Bkl biedt de basis voor het toetsingskader in het geval van een vergunningaanvraag. De beoordelingsregels zijn te vinden in hoofdstuk 8 van het Bkl. Het Bkl bevat op zijn beurt vaak een doorverwijzing naar het Bal of het Bbl.  

Een interessant punt is dat onder de Omgevingswet een expliciete weigeringsgrond is opgenomen bij (mogelijke) ernstige nadelige gevolgen voor de gezondheid. Deze weigeringsgrond is neergelegd in artikel 5.32 Ow. Een soortgelijke bepaling kennen we onder huidig recht niet. Het is denkbaar dat deze bepaling de komende tijd tot veel jurisprudentie zal leiden. Het is immers nog de vraag in wat voor gevallen sprake zou kunnen zijn van ernstig nadelige gevolgen voor de gezondheid, die zouden moeten leiden tot een weigering van de vergunning.  

Wie is bevoegd? 

Het bevoegd gezag is in beginsel het college van burgemeester en wethouders (hierna: college). Als activiteiten gezamenlijk worden aangevraagd, is de hoofdregel dat er één bevoegd gezag is. In dat geval is altijd één van de bestuursorganen bevoegd dat zou beslissen op een aanvraag als de activiteiten los van elkaar zouden worden aangevraagd.  

In het geval van een magneetactiviteit kan de bevoegdheidsverdeling er toch anders uit zien. Als sprake is van een magneetactiviteit, dan is het gevolg daarvan dat alle activiteiten door dat bevoegde gezag moeten worden beoordeeld. Seveso en IPPC-activiteiten zijn voorbeelden van dergelijke magneetactiviteiten. Als Gedeputeerde Staten op dat punt bevoegd zijn, dan betekent dat dat de gehele aanvraag voor alle activiteiten door Gedeputeerde Staten wordt beoordeeld.  

De procedure

Welke procedures moeten er worden gevolgd? 

Onder de Omgevingswet kennen we, net als nu, de reguliere voorbereidingsprocedure en de uitgebreide voorbereidingsprocedure. Als uitgangspunt dient de reguliere voorbereidingsprocedure te worden gehanteerd. Het bevoegd gezag kan, anders dan onder de Wabo, niet bij besluit alsnog de uitgebreide procedure van toepassing verklaren. De uitgebreide procedure is enkel van toepassing op de in artikel 10.24 Ow aangewezen activiteiten of op verzoek of met instemming van de aanvrager.  

Een belangrijk verschil ten opzichte van de Wabo is dat onder de Omgevingswet niet langer gebruik wordt gemaakt van de vergunning van rechtswege. Deze komt met de inwerkingtreding van de Omgevingswet te vervallen.  

De regels ten aanzien van inwerkingtreding van omgevingsvergunningen blijven hoofdzakelijk zoals we deze onder het huidige recht al kennen. Inwerkingtreding vindt in beginsel na bekendmaking plaats. Dat volgt uit artikel 16.79 Ow. In sommige gevallen vindt uitgestelde inwerkingtreding plaats. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als sprake is van onomkeerbare gevolgen. In dat geval kan worden bepaald dat inwerkingtreding na 4 weken plaatsvindt. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij een kapvergunning. Belanghebbenden hebben dan nog de tijd om een verzoek om een voorlopige voorziening in te dienen om inwerkingtreding van de vergunning op te schorten. Op grond van artikel 16.79 lid 5 Ow heeft het indienen van een verzoek om een voorlopige voorziening tegen een verleende omgevingsvergunning opschortende werking.   

De volgende keer

Tijdens deze bijeenkomst hebben de deelnemers een beeld gekregen van de vergunningplichten en procedures onder de Omgevingswet. Tijdens de volgende bijeenkomst zullen we bij specifieke activiteiten uitgebreider stilstaan. Daarbij zal onder andere dieper worden ingegaan op de bouwactiviteit en de omgevingsplanactiviteit.  

Bent u benieuwd naar de mogelijkheden voor het volgen van een leergang over de Omgevingswet of heeft u vragen over wat de Omgevingswet voor u betekent? Elzelou Grit en Doreth Loonstra helpen u graag verder.    

Neem contact op

Klik hier voor het het privacybeleid van Yspeert advocaten n.v.