Geen sprake van schending portretrecht in zaak Max Verstappen

Wie kent de commercial niet: Max Verstappen die in zijn Formule 1 wagen een doos boodschappen aflevert bij klanten. Het gaat hier om een reclame van Jumbo en het reclamespotje had als doel hun bezorgdiensten aan te prijzen.

Picnic, een online supermarkt, dacht hier leuk op aan te haken door een lookalike (dus niet de echte persoon) van Max Verstappen in te zetten in hun reclamespotje om hun bezorgdiensten aan te prijzen. Helaas pakte dit wat anders uit voor Picnic, want Max Verstappen startte een juridische procedure omdat hij vond dat zijn portretrecht werd geschonden. De Rechtbank Amsterdam oordeelde in het voordeel van Max Verstappen. Volgens de rechtbank was inderdaad sprake van een schending van het portretrecht van Verstappen en de rechtbank kende een schadevergoeding toe van € 150.000. Picnic liet het er niet bij zitten en ging in hoger beroep.

Portretrecht

Ook in het hoger beroep stond de vraag centraal of het portretrecht van Max Verstappen was geschonden. Om een antwoord te geven op de vraag wanneer sprake is van schending van het portretrecht, is het wettelijk kader allereerst relevant. In artikel 21 Auteurswet (hierna: Aw) is bepaald:

“Is een portret vervaardigd zonder daartoe strekkende opdracht, den maker door of vanwege den geportretteerde, of te diens behoeve, gegeven, dan is openbaarmaking daarvan door dengene, wien het auteursrecht daarop toekomt, niet geoorloofd, voor zoover een redelijk belang van den geportretteerde of, na zijn overlijden, van een zijner nabestaanden zich tegen de openbaarmaking verzet.’’

Er is bijvoorbeeld sprake van een portret als het gelaat van een persoon is afgebeeld op een foto, op een schilderij, in een film, in een standbeeld, etc. Maar is ook sprake van een portret van Verstappen in de zin van artikel 21 Aw op het moment dat niet Verstappen zelf, maar een lookalike wordt getoond in de reclamefilm? Het Gerechtshof Amsterdam mocht zich over deze vraag buigen.

Geen portret in de zin van artikel 21 Aw

Het gerechtshof komt tot het oordeel dat geen sprake is van een ‘portret’ in de zin van artikel 21 Aw:

“Anders dan de rechtbank is het hof van oordeel dat de weergave op film van de desbetreffende acteur/lookalike en zijn optreden niet als portret van Verstappen in de zin van artikel 21 Aw kan worden aangemerkt. Hoewel enerzijds met het optreden/figureren van de lookalike het beeld van Verstappen wordt opgeroepen is anderzijds, met name door de (weliswaar gelijkende maar zeker niet identieke) gelaatstrekken van de lookalike en verschillende elementen van het scenario (smal elektrisch bestelbusje in plaats van Formule1 racewagen, nadruk niet op snelheid maar op tijdig vertrekken en plezier bezorger), voor de aanschouwer van de film van Picnic duidelijk dat het niet Verstappen zelf betreft maar dat het gaat om een persiflage van zijn optreden in reclamefilms voor Jumbo. Het gezicht of de persoon van Verstappen zelf wordt niet afgebeeld. De bescherming van een persoon tegen de openbaarmaking van zijn portret ingevolge artikel 21 Aw gaat niet zo ver dat zij zich uitstrekt tot verspreiding van beeldmateriaal waarin bepaalde kenmerken van de verschijning van een persoon door een ander worden uitgebeeld en/of nagespeeld of nagebootst, doch er geen redelijke twijfel bestaat – bijvoorbeeld door het persiflerende of verwijzende karakter van de beelden – dat het niet de persoon zelf betreft doch slechts iemand die op hem lijkt. Dat geldt ook als de associatie met opzet wordt gewekt.”

Het hof is dan ook van oordeel dat met het posten van het filmpje van Picnic geen inbreuk wordt gemaakt op het portretrecht van Max Verstappen. Het is nog gissen of de ‘rechtsregel’ uit dit arrest navolging zal vinden. De feitelijke vaststelling van het hof dat de betreffende lookalike “gelijkende gelaatstrekken” heeft en het feit dat het zou gaan om een persiflage van Verstappen, zou namelijk (zo volgt uit literatuur en andere jurisprudentie) ook tot het oordeel kunnen leiden dat juist wel sprake is van een portret in de zin van artikel 21 Aw.

Onrechtmatige daad?

Volgens het hof zou sprake kunnen zijn van een onrechtmatige daad in de zin van artikel 6:162 BW als het beeldmateriaal van zodanige aard is dat als gevolg daarvan Verstappen in zijn eer en goede naam wordt aangetast dan wel als de betrokken zakelijke belangen door de openbaarmaking van het beeldmateriaal zouden worden geschaad. Volgens het hof is ook daarvan geen sprake:

“Ten slotte valt niet in te zien dat het enkele feit dat een bekende persoon verzilverbare populariteit geniet reeds zou meebrengen dat het in een (reclame)filmpje nadoen/nabootsen van die persoon, zonder dat verwarring optreedt ten aanzien van de identiteit van de beide betrokken personen, als onrechtmatig jegens deze bekende persoon (en/of diens zakelijke belangenbehartiger) moet worden gekwalificeerd. Dit is niet anders indien degene die het filmpje heeft gepost bij die uitzending in commercieel opzicht (onder meer door vergroting van zijn naamsbekendheid) belang heeft als gevolg van de grote aandacht die de film heeft gekregen, en dit voordeel ook heeft beoogd. Om een dergelijke post toch onrechtmatig te achten zouden bijkomende omstandigheden noodzakelijk zijn. Die ontbreken in dit geval. Dat Jumbo, als de ondernemer met wie de bekende persoon Verstappen in dit geval voor reclamedoeleinden heeft gecontracteerd, zich mogelijk tegen een dergelijke nabootsing door een concurrerende ondernemer met succes zou kunnen verzetten, maakt de nabootsing nog niet onrechtmatig jegens Verstappen zelf. In dit geval staat bovendien vast dat Jumbo zich niet verzet heeft, omdat zij de humor ervan inzag.”

Daarmee is de kous af en is het afwachten of Max Verstappen in cassatie gaat. Mocht dat het geval zijn, dan houden we u van de uitkomst van de zaak op de hoogte.

Heeft u een vraag naar aanleiding van deze blog of wilt u meer weten over het portretrecht of het auteursrecht? Neem dan contact op met Mart Dijkstra.

Uw eerste aanspreekpunt:

Mart Dijkstra

Mart studeerde Nederlands recht aan de Rijksuniversiteit Groningen met de afstudeerrichtingen privaatrecht en strafrecht. Als advocaat werkte hij bij advocatenkantoren in het noorden van het land en in de Randstad. Daarnaast deed hij ervaring op in het internationale bedrijfsleven als bedrijfsjurist (Legal & Compliance counsel) bij Samsung Electronics. Mart is lid van de Vereniging Privacy Recht.

0512 334 124 +31 (0) 6 146 863 89 m.dijkstra@yspeert.nl