Een frisse wind door het windturbinerecht

  • event01-07-2021
  • schedule14:00
  • timer1 minuut

Een frisse wind door het windturbinerecht

 

Gisteren (30 juni 2021) deed de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (“Afdeling”) een belangrijke tussenuitspraak over ons windturbinerecht. Aan de orde is een bestemmingsplan dat de realisatie van een windpark met 16 windturbines mogelijk maakt in Delfzijl.

Windturbinebepalingen in strijd met EU-recht

Appellanten betogen dat dit bestemmingsplan niet in stand kan blijven, omdat de raad bij zijn oordeel over de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het plan regels uit het Activiteitenbesluit milieubeheer en de Activiteitenregeling milieubeheer heeft betrokken. Deze regels zien op geluidhinder, slagschaduw, lichtschittering en de veiligheid van windturbines (kort gezegd; “windturbinebepalingen”). Volgens appellanten zijn deze bepalingen echter gebrekkig. Zij baseren zich daarbij op het Nevele-arrest van 25 juni 2020.

 

Appellanten stellen in lijn met dit arrest namelijk dat de windturbinebepalingen kwalificeren als plan of programma in de zin van de Europese richtlijn Strategische Milieubeoordeling (“SMB-richtlijn”) en dat als gevolg daarvan voorafgaand aan de vaststelling van deze windturbinebepalingen een milieubeoordeling gemaakt had moeten worden. Via het EU-recht is Nederland gebonden aan die SMB-richtlijn. Met een milieubeoordeling worden de milieueffecten van plannen en programma’s in de voorbereiding ervan in beeld gebracht in de vorm van een milieurapport. U raadt het wellicht al: deze milieubeoordeling is door de regering niet gemaakt. De vraag die speelt is of dit wel had gemoeten.

Ten onrechte geen milieubeoordeling

De Afdeling oordeelt in haar tussenuitspraak van gisteren aan de hand van het Nevele-arrest dat de windturbinebepalingen inderdaad kwalificeren als plan of programma waarvoor een milieubeoordeling had moeten worden verricht. Omdat dit niet is gebeurd komt de Afdeling tot de conclusie dat de windturbinebepalingen in strijd zijn met het Unierecht. Nu het bestemmingsplan dat in deze zaak centraal staat, op haar beurt weer is gebaseerd op die windturbinebepalingen, oordeelt de Afdeling dat het bestemmingsplan niet met de vereiste zorgvuldigheid tot stand is gekomen en niet deugdelijk is gemotiveerd.

 

Als gevolg van deze uitspraak mag het bevoegd gezag – in dit geval de gemeenteraad van Delfzijl – de windturbinenormen niet aan hun besluit ten grondslag leggen totdat door de regering een milieubeoordeling is gemaakt. Echter, het maken van een milieubeoordeling kost natuurlijk tijd.

Hoe nu verder?

Nu het bestemmingsplan in deze zaak is gebaseerd op de windturbinebepalingen, draagt de Afdeling de gemeenteraad van Delfzijl  in de tussenuitspraak op om dit gebrek te herstellen in het nieuw vast te stellen bestemmingsplan. Volgens de Afdeling is dit mogelijk omdat voor de toetsing van de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het bestemmingsplan ook andere mogelijkheden zijn; de gemeenteraad is niet verplicht om de windturbinebepalingen toe te passen en mag eigen normen gebruiken. Die normen moeten dan wel actueel, deugdelijk en toegespitst op de specifieke omstandigheden van dat windpark zijn. De gemeenteraad van Delfzijl is dus aan zet.

 

Deze uitspraak heeft ook gevolgen voor de realisatie van andere windparken. Totdat de regering de milieubeoordeling heeft uitgevoerd, zullen ook andere gemeenten namelijk eigen normen moeten gebruiken die aan de hierboven voormelde eisen voldoen. Dat betekent dat ook die decentrale overheden aan de bak moeten. Al met al is de verwachting dat deze uitspraak tot vertraging bij de ontwikkeling van windturbineparken leidt.

 

Klik hier als u de volledige uitspraak wilt raadplegen.

emoji_objects

Voorziet u als gevolg van deze uitspraak vertraging bij het realiseren van een windpark of heeft u andere vragen? Neemt u dan contact op met  Doreth Loonstra of  Elzelou Grit.

Uw eerste aanspreekpunt:

Elzelou Grit

In mijn praktijk heb ik te maken met allerlei belangen; het algemeen belang van de maatschappij, het belang van een ondernemer met een plan en vaak nog het belang van een tegenstander van dat plan. Het bestuursrecht heeft ook nog eens eigen regels en gespecialiseerde rechters met een eigen procesrecht. Dat maakt het bestuursrecht een schaakspel met geheel eigen spelregels. Of ik nu procedeer of adviseer, ik maak graag gebruik van alle ‘schaakstukken’ op het bord.


Doreth Loonstra

Als advocaat ben ik werkzaam in de bestuursrecht- en de bouwrecht praktijk. Dat betekent dat ik mij bezig houd met zaken waarbij een overheid of een bouwer partij is. Overheden hebben bevoegdheden die vergaand in kunnen grijpen op de mogelijkheden van ondernemingen en particulieren. Voor zowel een overheid als een onderneming is het van belang dat deze eenzijdige bevoegdheidsuitoefening zorgvuldig en rechtmatig verloopt met inachtneming van alle betrokken belangen. Het bestuursrecht beslaat een breed spectrum met raakvlakken in het civiele recht en strafrecht. Daaraan verwant is het bouwrecht. Projecten beginnen vaak met een plan tot ontwikkeling van een braakliggend terrein of een herontwikkeling van bestaand vastgoed. Juist die regelgeving op verschillende onderwerpen, die ook nog eens per locatie kan verschillen, levert in de praktijk een uitdagende puzzel op.