In een eerder blog zijn wij ingegaan op de uittredingsprocedure en bijbehorende mogelijke situaties zoals de billijke prijsverhoging. In deze procedure kunt u onder omstandigheden als aandeelhouder afdwingen dat uw medeaandeelhouder(s) uw aandelen tegen een, door de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam, vastgestelde prijs overnemen. Daarvoor is vereist dat het voortduren van uw aandeelhouderschap niet meer in redelijkheid van u gevergd kan worden vanwege gedragingen van uw medeaandeelhouder(s).
De prijs wordt in de regel vastgesteld door een deskundige. Op basis van de financiële gegevens van de vennootschap komt die deskundige tot een 'juiste' prijs, maar dat hoeft nog geen rechtvaardige prijs te zijn. Het handelen van uw medeaandeelhouder kan er immers ook voor hebben gezorgd dat uw aandelen minder waard zijn geworden. Dat zou betekenen dat uw medeaandeelhouder, door zijn eigen gedrag, uw aandelen voor een lagere prijs over moet nemen dan wanneer hij zich niet had misdragen. Deze situatie is onwenselijk.
De uittredingsprocedure biedt een oplossing voor deze onwenselijke situatie. De Ondernemingskamer heeft de bevoegdheid om in het kader van deze procedure te bepalen dat de prijs van de aandelen op een billijke wijze moeten worden verhoogd.
Het beoordelingskader van de Ondernemingskamer
Wanneer kan de Ondernemingskamer dan overgaan tot het toepassen van een billijke prijsverhoging indien u om uittreding heeft verzocht? Daarvoor is in de eerste plaats vereist dat ''aannemelijk'' moet zijn dat bepaalde gedragingen van de medeaandeelhouder van de verzoeker hebben geleid tot een vermindering van de waarde van uw aandelen. In dit kader vindt dus een feitelijke beoordeling van de omstandigheden van het geval plaats. Op de partij die om een billijke prijsverhoging verzoekt rust daarbij de plicht om te bewijzen dat het aannemelijk is dat bepaalde gedragingen van de medeaandeelhouder hebben geleid tot een vermindering van de waarde van de door de verzoeker gehouden aandelen. De medeaandeelhouder kan uiteraard tegenbewijs leveren.
Het beoordelingskader van de Ondernemingskamer is echter niet uitsluitend feitelijk van aard. De Ondernemingskamer moet ook een normatieve afweging maken. De Ondernemingskamer moet tot het oordeel komen dat de waardevermindering niet, of niet volledig, voor rekening van de partij die om een billijke prijsverhoging verzoekt behoort te blijven.
Het beoordelingskader van de Ondernemingskamer brengt aldus met zich dat er geen 'alles of niets' oordeel wordt geveld. De waardevermindering kan gedeeltelijk of geheel worden gecompenseerd door middel van een billijke prijsverhoging. In hoeverre de waardevermindering al dan niet voor rekening van de verzoeker behoort te blijven zal in die zin ook een waardering van de feiten met zich brengen. Het is voorstelbaar dat uit de feiten volgt dat de verzoeker ook een aandeel heeft gehad in de ontstane situatie en de bijkomende vermindering van de waarde van de aandelen. Dan ligt het voor de hand dat die waardevermindering ten minste gedeeltelijk voor rekening van de verzoeker komt.
De toepassing van de billijke prijsverhoging door de Ondernemingskamer
In een recente beschikking heeft de Ondernemingskamer geoordeeld over een verzoek tot het toepassen van een billijke prijsverhoging in het kader van een uittredingsprocedure. In deze beschikking gaat de Ondernemingskader ook nader in op het (normatieve) beoordelingskader dat zij hierbij hanteert. Daarmee geeft de Ondernemingskamer nadere inkleding aan de haar toekomende bevoegdheid om een billijke prijsverhoging toe te passen en de wijze waarop zij dat doet.
Er moet een oordeel worden geveld over de vraag of de waardevermindering voor rekening van de verzoekende (uittredende) partij behoort te blijven. Daardoor kan de indruk ontstaan dat de benadelende gedragingen van een medeaandeelhouder zo ernstig moeten zijn dat deze ook aansprakelijk is voor de door de verzoeker geleden schade. In deze recente beschikking van de Ondernemingskamer oordeelt de Ondernemingskamer dat de billijke prijsverhoging van de uittreedprijs in beginsel geen schadevergoeding is. De billijke prijsverhoging van de uittreedprijs strekt er niet toe om de (volledige) schade die door de uittredende partij is geleden als gevolg van de benadelende gedragingen van de medeaandeelhouder te vergoeden. Het heeft een ander doel. Zij beoogd te waarborgen dat de prijs voor de over te dragen aandelen in het kader van een uittredingsprocedure redelijk is. Dit, met inachtneming van de benadelende gedragingen van een medeaandeelhouder die tot een vermindering van de waarde van de over te dragen aandelen hebben geleid.
De vervolgvraag is echter: aan de hand waarvan stelt de Ondernemingskamer de omvang van de billijke prijsverhoging vast. In de besproken beschikking overweegt de Ondernemingskamer dat er een gebrek is aan voldoende specifieke en concrete cijfers. Daarom overweegt de Ondernemingskamer dat zij de omvang van de billijke prijsverhoging schattenderwijs vast zal stellen. Dat doet de Ondernemingskamer door enige aansluiting te zoeken bij een waardering van de over te dragen aandelen uit 2021.
Kort weergegeven komt de Ondernemingskamer schattenderwijs tot het oordeel dat de aandelen nog een derde van de waarde hebben die zij op basis van de waardering uit 2021 hadden. Hieruit blijkt reeds dat de Ondernemingskamer aansluiting zal zoeken bij concrete en specifieke cijfers, maar ook bereid is om op pragmatische wijze vast te stellen welke billijke prijsverhoging geboden is.
Conclusie
In het kader van de uittredingsprocedure kan een billijke prijsverhoging worden toegekend, mits er sprake is van benadelende gedragingen van een medeaandeelhouder die niet voor rekening behoren te komen van de uittredende aandeelhouder. Aldus kan de prijs van de in die procedure over te dragen aandelen op billijke wijze worden gecorrigeerd als de gedragingen van de medeaandeelhouder afbreuk hebben gedaan aan de waarde van die aandelen.
Bent u benieuwd naar de mogelijkheden van een uittredingsprocedure? Neem dan contact op met ons team Ondernemingsrecht.