De vraag wanneer een verhuurder van woonruimte energiebesparende maatregelen mag of zelfs moet treffen voor het verduurzamen van de huurwoning, wordt in de praktijk steeds relevanter. Stijgende energiekosten, strengere duurzaamheidsdoelstellingen en geopolitieke ontwikkelingen lijken verhuurders tot actie te dwingen. Tegelijkertijd biedt het treffen van maatregelen juist kansen, terwijl dit op weerstand van de huurder kan stuiten. Dat roept de vraag op hoe de rechten en verplichtingen zich precies tot elkaar verhouden als het gaat om het verduurzamen van de huurwoning.
Wanneer kunt u uw huurder verplichten mee te werken aan het treffen van energiebesparende maatregelen en mag u vanwege die maatregelen ook meer huur in rekening brengen? En wat als uw huurder u tracht te verplichten tot het treffen van energiebesparende maatregelen waarop u zelf niet zit te wachten? In dit blog beantwoorden we de vragen rondom het verduurzamen van de huurwoning.
Verduurzamen van de huurwoning; en de mogelijkheden voor verhuurders
Het treffen van energiebesparende maatregelen voor het verduurzamen van de huurwoning wordt in de rechtspraak doorgaans gekwalificeerd als renovatiewerkzaamheden. Zo ook in de recente uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland d.d. 9 december 2025, waar een woonstichting haar huurwoningen wenste aan te sluiten op het warmtenet.[1] In het huurrecht is deze kwalificatie van energiebesparende maatregelen van groot belang. Waar een huurder bij dringende werkzaamheden in beginsel altijd moet meewerken, geldt bij renovatie dat eerst een redelijk renovatievoorstel moet worden gedaan. Pas als aan die voorwaarde is voldaan, kan van een huurder worden verlangd dat hij medewerking verleent.
Bij de beoordeling van de redelijkheid staat een belangenafweging centraal, waarbij onder meer de aard en duur van de werkzaamheden, de financiële gevolgen en de hinder voor de huurder worden meegewogen. Ook de bezwaren van de huurder spelen een belangrijke rol. Zo kan weerstand bestaan tegen het verlies van keuzevrijheid, bijvoorbeeld bij aansluiting op een warmtenet waarbij de huurder gebonden raakt aan één leverancier.
Energiebesparende maatregelen dragen tegelijkertijd bij aan lagere energiekosten voor huurders. Dit maakt het voor verhuurders in veel gevallen eenvoudiger om de redelijkheid van een voorstel aannemelijk te maken. Zeker bij collectieve projecten, zoals aansluiting op een warmtenet, weegt het belang van de verhuurder doorgaans zwaar in de belangenafweging. De rechtspraak laat bovendien zien dat rechters steeds meer oog hebben voor het belang van het verduurzamen van huurwoningen, waardoor bezwaren van huurders niet zonder meer doorslaggevend zijn, mits de verhuurder zijn voorstel zorgvuldig heeft onderbouwd.
Verduurzamen van de huurwoning en de kansen voor verhuurders
Het treffen van energiebesparende maatregelen voor het verduurzamen van de huurwoning biedt verhuurders duidelijke kansen. Zo brengt het treffen van dergelijke maatregelen doorgaans een hogere waarde van het vastgoed met zich mee. Daarbij komt dat verhuurders in veel gevallen aanspraak kunnen maken op diverse subsidies en stimuleringsregelingen voor het verduurzamen van de huurwoning. Bovendien rechtvaardigen de maatregelen in bepaalde gevallen een huurverhoging, mits de maatregelen leiden tot een aantoonbare verbetering van het woongenot. Uitgangspunt is dat de lasten redelijk worden verdeeld tussen verhuurder en huurder, juist omdat beide partijen profiteren van de maatregel. Een goed onderbouwd voorstel versterkt daarmee niet alleen de kans op medewerking van de huurder, maar ook ruimte om investeringen (gedeeltelijk) terug te verdienen.
Rol van de huurder bij het verduurzamen van de huurwoning
Naast de renovatieregeling verdient wetsartikel 7:243 BW bijzondere aandacht. Dit wetsartikel biedt huurders de mogelijkheid om zelf bepaalde energiebesparende maatregelen voor het verduurzamen van de huurwoning voor te stellen, ter verlaging van hun energielasten. Indien een voorstel als redelijk kan worden aangemerkt en de huurder zich bereid heeft verklaard tot het betalen van een huurverhoging die in redelijke verhouding staat tot deze kosten, kan de verhuurder worden gehouden hieraan medewerking te verlenen.
Dit creëert een interessante dynamiek: zowel verhuurder als huurder kan het initiatief nemen. De verhuurder zal doorgaans handelen vanuit strategische, beleidsmatige of portefeuilletechnische overwegingen, terwijl de huurder veelal wordt gedreven door concrete kostenbesparingen en woonlastenverlaging. De energiecrisis zal deze dynamiek bovendien mogelijk versterken. Door sterk fluctuerende en, in bepaalde perioden, aanzienlijk gestegen energieprijzen zijn energielasten voor veel huurders een prominent onderdeel van de totale woonlasten geworden. Dit vergroot de prikkel voor huurders om actief aan te sturen op energiebesparende maatregelen. Ook voor verhuurders heeft de energiecrisis het belang van verduurzamen van de huurwoning nadrukkelijk op de agenda gezet, mede in het licht van beleidsdoelstellingen en de noodzaak om vastgoed toekomstbestendig te maken.
Deze dynamiek kan aanleiding geven tot discussie. Denk daarbij aan de vraag welke maatregelen passend zijn, hoe de kosten en baten moeten worden verdeeld en op welke wijze de uitvoering dient plaats te vinden. Voor verhuurders betekent dit dat energiebesparende maatregelen niet uitsluitend binnen hun eigen beleidsvrijheid vallen. Dit maakt het voor verhuurders des te belangrijker om een duidelijke visie op het verduurzamen van de huurwoning te ontwikkelen en proactief te handelen. Daarbij geldt dat een afwachtende houding risico's met zich brengt. Indien een verhuurder geen concreet beleid voert, bestaat de kans dat huurders met individuele voorstellen komen die minder goed aansluiten bij de langetermijnstrategie van de verhuurder. Een integrale en vooruitziende aanpak kan dergelijke versnippering voorkomen en stelt de verhuurder beter in staat regie te houden over de verduurzaming van het complex of de portefeuille.
Conclusie van energiebesparende maatregelen in het huurrecht
Energiebesparende maatregelen voor het verduurzamen van de huurwoning zijn in het huurrecht goed inpasbaar en bieden verhuurders zowel verplichtingen als kansen. In de rechtspraak worden deze maatregelen doorgaans als renovatie gekwalificeerd, zodat een verhuurder met een zorgvuldig en concreet renovatievoorstel in veel gevallen medewerking van de huurder kan afdwingen. Doorslaggevend is de redelijkheid van het voorstel, beoordeeld aan de hand van een belangenafweging waarin verduurzaming een steeds belangrijkere rol speelt.
Daarnaast biedt het treffen van energiebesparende maatregelen duidelijk voordelen. Het draagt bij aan lagere energielasten, verhoogt de waarde en toekomstbestendigheid van het vastgoed en creërt, mede door subsidies en de mogelijkheid van een redelijke huurverhoging, ruimte om investeringen (gedeeltelijk) terug te verdienen.
Daar staat tegenover dat ook de huurder energiebesparende maatregelen voor het verduurzamen van de huurwoning kan verlangen. In combinatie met de energiecrisis leidt dit tot een meer wederkerige verhouding, waarin belangen zowel kunnen samenvallen als uiteenlopen.
Voor verhuurders ligt de sleutel daarom in een proactieve en integrale aanpak. Door een duidelijke verduurzamingsstrategie te hanteren, voorstellen zorgvuldig te onderbouwen en transparant te communiceren, kunnen zij niet alleen juridische discussies beperken, maar ook optimaal profiteren van de kansen die de energietransitie biedt.
Bent u benieuwd naar de mogelijkheden van verduurzamen van de huurwoning binnen het huurrecht. Neem contact op met één van onze specialisten energierecht.
[1] https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBNNE:2025:5860