De behandeling van je rechtszaak tijdens de coronacrisis

Ook de rechtspraak in ons land ontkomt niet aan de gevolgen die de bestrijding van COVID-19 heeft. Op 16 maart 2020 kondigde de rechtspraak aan dat mondelinge behandelingen vanaf 17 maart tot 6 april 2020 geen doorgang zouden vinden, met uitzondering van urgente zaken. Het ziet ernaar uit dat dit voorlopig zo zal blijven.

Lopende termijnen worden vooralsnog gehandhaafd. De voordeur staat dus nog open maar de achterdeur is dicht. De tendens in de rechtspraak is namelijk dat de mondelinge behandeling steeds belangrijker wordt en dus nodig is om tot een oordeel te komen. De rechter wil de rechtzoekende zien. Dat is nodig voor een goede behandeling van de zaak. En daar zijn de voor verschillende soorten zaken geldende procesreglementen ook op ingericht.

Urgente zaken
Mondelinge behandelingen vinden alleen in urgente zaken nog plaats. Er is een lijst waarop is vermeld welke zaken als urgent worden aangemerkt, die lijst vindt u hier.

Tijdelijke regelingen
In aanvulling daarop heeft de rechtspraak ten behoeve van de civiele zaken vijf tijdelijk afwijkende procesregelingen uitgebracht:

(i) de Tijdelijke regeling Insolventiezaken rechtbanken in verband met corona;
(ii) de Tijdelijke regeling familie- en jeugdzaken bij de gerechtshoven;
(iii) de Tijdelijke regeling familie- en jeugdzaken bij de rechtbanken;
(iv) de Tijdelijke afwijkende regeling voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven; en
(v) de Tijdelijke regeling kort geding bij handels- en familiezaken.

De onder (i), (iv) en (v) genoemde regelingen gelden tot nader order. De onder (ii) genoemde regeling geldt in ieder geval tot 6 april 2020. De onder (iii) genoemde regeling geldt in ieder geval tot en met 6 april 2020. Voor de regelingen onder (ii) en (iii) geldt dat zij (automatisch) worden verlengd, kort gezegd, zolang de coronacrisis niet is opgelost.

Deze tijdelijke regelingen bepalen hoe de verschillende soorten gedingen moeten worden gevoerd nu de gerechtsgebouwen dicht zijn en er geen mondelinge behandelingen worden gehouden. De ‘gewone’ procesreglementen gaan daar als regel namelijk wel van uit.

De tijdelijke regelingen zijn niet gelijkluidend, maar de grootste gemene deler is dat geplande mondelinge behandelingen in niet-urgente zaken niet doorgaan op de geplande datum, maar dat in plaats daarvan:

(i) de mondelinge behandeling worden uitgesteld;
(ii) een mondelinge behandeling plaatsvindt via de telefoon; of
(iii) de rechtbank de zaak schriftelijk afdoet, zonder behandeling.

Op deze manier kan er een zekere doorstroming blijven.

In alle reglementen mag de rechter in noodgevallen of gevallen die niet geregeld zijn, beslissen wat er gebeurt.

Hoger beroep
De regeling voor lopende en nieuwe hoger beroepen is aanzienlijk versoepeld. Een uitstelverzoek wordt in beginsel altijd gehonoreerd. En als een procespartij bijvoorbeeld een memorie moet indienen op 7 april 2020 maar dat nalaat, krijgt hij automatisch een uitstel van vier weken. Ook zonder dat hij daarom heeft verzocht, en zelfs als een uitstel volgens het gewone procesreglement niet mogelijk is. Nieuwe hoger beroepen kunnen gewoon worden ingeschreven. De voordeur staat hier dus ook open.

Kort geding
COVID-19 voorkomt niet het ontstaan van nieuwe conflicten en ook neemt zij niet steeds de behoefte aan een onmiddellijke voorziening bij voorraad weg. De Tijdelijke regeling kort geding voorziet daarom in de mogelijkheid van schriftelijk procederen. De Voorzieningenrechter bepaalt dan de termijnen. Beide partijen krijgen in beginsel tweemaal een schriftelijke beurt. Daarna kan eventueel nog een (zoals het reglement het omschrijft) ‘live’ e-mailmoment plaatsvinden, voor de laatste vragen en opmerkingen.

Tot slot
De rechter is op grond van de wet verplicht recht te spreken. Met de nu aangelegde noodverbanden wordt de nakoming van die verplichting gefaciliteerd. In het bestek van deze blog is het niet mogelijk in meer detail op de regelingen in te gaan. Maar de procesadvocaten van Yspeert staan u bij concrete vragen graag te woord.

Uw eerste aanspreekpunt:

Harm Jan Tulp

Harm Jan (advocaat sinds 1998) drijft een financiële proces- en adviespraktijk. Ondernemingen, instellingen en (vermogende) particulieren schakelen hem in ingeval van bijvoorbeeld beleggingsschade, problemen met rentederivaten of opzegging van het krediet.

Harm Jan is bestuurslid van de Vereniging voor Financieel Recht, lid van de Raden van Toezicht van Revalidatie Friesland en Schouwburg De Lawei en is lid van VNO-NCW. Harm Jan is co-auteur van de SDU-uitgave Commentaar Financieel Recht.

Daarnaast wordt Harm Jan Tulp regelmatig gevraagd voor het televisieprogramma Kassa, als het gaat om actualiteiten op het gebied van financieel recht.

0512 33 41 28 +31 (0) 6 223 748 30 h.tulp@yspeert.nl