Zoals in vele vakgebieden biedt het gebruik van AI in de zorg grote kansen. Bijvoorbeeld voor betere diagnostiek, efficiëntere processen en verlichting van de administratieve werkdruk. Denk aan radiologische beeldanalyse, voorspellende algoritmen en toepassingen die consultgesprekken samenvatten. Maar wie draagt de verantwoordelijkheid wanneer een zorgverlener afgaat op een onjuiste AI-uitkomst?
Het gebruik van AI (artificiële intelligentie) in de zorg verandert niets aan een fundamenteel juridisch uitgangspunt: dat de zorgverlener verantwoordelijk blijft voor de verleende zorg en de gemaakte medische keuzes. AI ondersteunt de zorgverlening, maar neemt de professionele verantwoordelijkheid niet over.
AI in de zorg verandert de verantwoordelijkheid van de zorgverlener niet
AI in de zorg wordt gezien als hulpmiddel binnen de zorgverlening. De uiteindelijke medische beoordeling en behandelbeslissing blijven een menselijke verantwoordelijkheid. Een zorgverlener mag zich daarom niet zonder meer beroepen op een algoritme wanneer achteraf blijkt dat een diagnose onjuist was of een behandelkeuze schade heeft veroorzaakt. Dit sluit aan bij de professionele standaard die al bestaat binnen het gezondheidsrecht. Een arts, specialist of andere zorgprofessional moet zelfstandig blijven beoordelen of de uitkomst van een AI-systeem of model logisch, medisch verantwoord en passend is voor de individuele patiënt. Menselijk toezicht blijft dus een essentieel onderdeel van goede zorg. Voor zorginstellingen geldt met name dat het implementeren van AI in de zorg geen vervanging is van professionele verantwoordelijkheid, maar alleen een extra hulpmiddel dat bovendien om adequate beheersmaatregelen vraagt. Dat uitgangspunt sluit aan bij bestaande normen uit de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO), de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) en de professionele standaard. Het volgen van een AI-advies ontslaat de zorgverlener dus niet van zijn eigen professionele verantwoordelijkheid.
Aansprakelijkheid bij AI in de zorg
De vraag naar aansprakelijkheid wordt steeds relevanter naarmate AI vaker wordt ingezet binnen primaire zorgprocessen. Begrijpelijk, want wat gebeurt er wanneer AI een rol speelt bij een verkeerde diagnose of behandeling? De huidige aansprakelijkheidsregels uit het Burgerlijk Wetboek zijn ook op deze gevallen van toepassing. Voor schade die ontstaat door AI in de zorg bestaat vooralsnog geen afzonderlijk aansprakelijkheidsregime. De bestaande regels over de behandelingsovereenkomst, goed hulpverlenerschap en het gebruik van medische hulpzaken blijven het uitgangspunt. Door inzet van AI in de zorg kan de toepassing van deze regels wel ingewikkelder worden, bijvoorbeeld bij de beoordeling van de geschiktheid van een systeem, het menselijk toezicht en het bewijs van een fout.
Voor gebruikers van AI in de zorg maakt de AI Act [1] bovendien duidelijk dat men niet passief mag vertrouwen op de gebruikte AI-systemen. Zij moeten ervoor zorgen dat systemen conform instructies worden gebruikt en dat voldoende deskundige personen toezicht houden op de werking ervan. Deze verplichtingen sluiten nauw aan bij de bestaande verantwoordelijkheid van zorgverleners en zorginstellingen om veilige en verantwoorde zorg te leveren.
Voor zorginstellingen betekent dit dat het niet langer voldoende is om simpelweg een systeem voor AI in de zorg aan te schaffen. Organisaties zullen beleid moeten ontwikkelen voor selectie, implementatie, het gebruik en het toezicht op AI-systemen. Ook AI-geletterdheid van medewerkers wordt een steeds belangrijker onderdeel van goed bestuur en risicobeheersing.
AI in de zorg: een nieuw risico voor het tuchtrecht?
Naast civielrechtelijke aansprakelijkheid kan ook het tuchtrecht een rol spelen. BIG-geregistreerde zorgverleners kunnen immers worden getoetst aan de professionele standaard, ook wanneer zij AI gebruiken. Hoewel er nog weinig gepubliceerde tuchtrechtspraak over AI in de zorg bestaat, zal naar verwachting vooral van belang zijn of de zorgverlener voldoende deskundig was, de uitkomst kritisch heeft beoordeeld en de patiëntveiligheid, privacy en het beroepsgeheim voldoende zijn gewaarborgd. Voor generatieve AI geldt bovendien dat externe AI-chatbots volgens de Handreiking Gebruik AI-chatbots door zorgverleners [2] niet gebruikt mogen worden voor klinische beslisondersteuning in de directe patiëntenzorg. Ook buiten de directe patiëntenzorg blijft de zorgverlener zelf verantwoordelijk voor het beoordelen en gebruiken van de verkregen informatie.
Wat betekent dit voor zorgverleners en zorginstellingen?
Voor bestuurders en toezichthouders in de zorg is AI een belangrijk governancevraagstuk. Zorginstellingen worden in toenemende mate geconfronteerd met vragen over hun rol en verantwoordelijkheden bij de toepassing van AI in de zorg. Het gaat daarbij niet alleen om de inzet van AI in diagnostiek, maar ook om planning, triage, administratieve ondersteuning en generatieve AI-toepassingen. Een goed AI-governancemodel vraagt om duidelijk beleid, vastgelegde verantwoordelijkheden, deskundige gebruikers, effectief menselijk toezicht en periodieke evaluatie van het systeem.
Voor zorginstellingen ligt de belangrijkste opgave in het creëren van een verantwoord kader voor het gebruik van AI. Nieuwe toepassingen bieden kansen voor efficiëntere zorg en betere ondersteuning van zorgverleners, maar brengen ook verplichtingen met zich mee op het gebied van kwaliteit, veiligheid en gegevensbescherming. AI kan een waardevol hulpmiddel zijn, mits vooraf duidelijk is wie verantwoordelijk is voor het gebruik ervan, hoe de uitkomsten worden gecontroleerd en hoe wordt gewaarborgd dat de technologie past binnen de professionele standaard en de geldende wet- en regelgeving.
Welke eisen precies gelden, hangt af van de toepassing en de rol van de organisatie. Als AI in de zorg wordt gebruikt voor een medisch doel, kan dit onder de MDR [3] vallen, en afhankelijk van de classificatie, ook als hoog-risico-AI onder de AI Act worden aangemerkt. Tegelijkertijd blijven voor zorginstellingen en zorgverleners de bestaande zorgrechtelijke normen van toepassing, waaronder de WGBO, de Wkkgz en de professionele standaard. Voor meer administratieve of generieke AI-toepassingen zal de nadruk veelal liggen op privacy, gegevensbescherming en zorgvuldig gebruik binnen de organisatie.
Conclusie
AI in de zorg kan de zorg verbeteren, maar neemt geen juridische of professionele verantwoordelijkheid over. De zorgverlener blijft verantwoordelijk voor het medisch oordeel; de zorginstelling voor een veilige inrichting en beheerst gebruik. Wie AI inzet, moet daarom niet alleen naar de technische mogelijkheden kijken, maar ook naar deskundigheid, menselijk toezicht, privacy, evaluatie en duidelijke verantwoordelijkheden. Juist die organisatorische en professionele borging bepaalt of AI een verantwoord hulpmiddel wordt.
Vragen over de inzet van AI in de zorg of de verantwoordelijkheden binnen uw organisatie? Onze specialisten adviseren zorginstellingen en zorgverleners over governance, aansprakelijkheid, privacy en de toepasselijke wet- en regelgeving.
[1]. Een Europese verordening die regels stelt voor het ontwikkelen, aanbieden en gebruiken van AI-systemen.
[2]. Van de commissie AI van de Federatie Medisch Specialisten.
[3]. Medical Device Regulation is Europese wetgeving die de veiligheid, kwaliteit en effectiviteit van medische hulpmiddelen waarborgt.