Wet collectieve schadevergoedingsactie treedt op 1 januari in werking

Nog twee nachtjes slapen en dan…. WAMCA(SH)!

Op 1 januari treedt de Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie (afgekort WAMCA) in werking. Vanaf dan is het in een collectieve actie mogelijk om geldbedragen te vorderen.

Wat is daar nu zo bijzonder aan? Om dat te kunnen bepalen, moeten we eerst terug naar 1 juli 1994. Vanaf die datum bestond de collectieve actie in Nederland. Een stichting of vereniging die aan bepaalde vereisten voldeed, kon namens de personen van wie zij de belangen behartigde, een vordering instellen tegen een wederpartij. De regeling maakte het mogelijk dat belangenorganisaties voor hun achterliggende belanghebbende kunnen opkomen in één procedure.

De mogelijkheid om een schadevergoeding in geld te vorderen is destijds bewust uitgesloten. De wetgever voorzag complicaties omdat de vraag hoeveel schade een belanghebbende heeft geleden, bij uitstek een individueel antwoord vergt.

Maar de praktijk had toch behoefte aan een collectieve schadevergoedingsactie. Consumenten hebben tegenwoordig, veel meer dan vroeger, gestandaardiseerde producten.

Een collectieve actie ter vaststelling van aansprakelijkheid hebben we sinds 1994. De mogelijkheid om een schikking waarin massaschade wordt afgewikkeld, verbindend te verklaren, bestaat sinds 2005 in de vorm van de Wet Collectieve Afwikkeling van Massaschade (WCAM). De WAMCA completeert de beide bestaande mogelijkheden. Zij is een rechtstreeks gevolg van een motie uit 2011 van toenmalig kamerlid Sharon Dijksma.

Dankzij de WAMCA is medewerking van de schadeveroorzaker – een vereiste onder de WCAM – niet langer noodzakelijk om collectief schade te kunnen vorderen. Maar dat heeft wel geleid tot extra voorwaarden aan de belangenorganisaties die collectief schade willen vorderen.

Zo stelt de WAMCA zwaardere ontvankelijkheidseisen aan de belangenorganisatie. Die mag geen winstoogmerk hebben, zij moet afdoende representatief zijn en een afdoende grote achterban hebben. Maar ook op het gebied van governance zijn de eisen aangescherpt. De organisatie moet voorzien in toezicht op het bestuur. Daarnaast moet zij onder meer beschikken over een mechanisme om de achterban mee te laten doen in het beslisproces, een solide financiering van kosten, voldoende deskundigheid en ervaring in het voeren van collectieve acties en een website waarop de kerninformatie over de organisatie is te vinden. Tot slot geldt een zogenaamde scope rule: alleen zaken die een voldoende nauwe band met de Nederlandse rechtssfeer hebben. De rechter toetst – aan de hand van de dagvaarding – of aan de ontvankelijkheidscriteria is voldaan. Ook beoordeelt de rechter of de zaak zich wel leent voor collectieve afdoening, of dat het beter is de schades allemaal individueel te laten vaststellen.

De WAMCA voorziet in een register van collectieve acties, waarin een collectieve actie moet worden opgenomen binnen twee dagen nadat de dagvaarding is aangebracht. Dan start een wachttijd van drie maanden, bedoeld om ook andere belangenorganisaties (bij dezelfde rechtbank) over hetzelfde onderwerp een collectieve actie te kunnen laten starten. Die worden in één procedure bij elkaar gebracht.

Maar er mag slechts één kapitein zijn op het schip van de collectieve schadeactie. Daarom wijst de rechter een van de belangenclubs aan als exclusieve belangenbehartiger. Die doet namens alle belanghebbenden en de andere belangenorganisaties de procedure. Na de benoeming van de exclusieve belangenbehartiger gelast de rechter een freeze period waarin de verschillende partijen kunnen proberen te schikken. Komt er een schikking tot stand, dan zal de rechter die in beginsel verbindend verklaren. De belanghebbenden kunnen zich, net als onder de WCAM, aan de werking van een verbindend verklaarde schikking onttrekken door opt out. De rechter bepaalt de termijn waarbinnen dat kan.

Als het niet lukt om te schikken of als de rechter de bereikte schikking onvoldoende vindt, dan procederen partijen verder en zal de rechter een uitspraak doen. Nederlandse belanghebbenden kunnen zich daaraan onttrekken door opt out. Buitenlandse belanghebbenden kunnen er juist voor kiezen mee te doen met de collectieve schadevergoedingsactie (opt in). De rechter bepaalt voor beide mogelijkheden de termijn waarbinnen dat kan. De uitspraak is bindend voor iedere Nederlandse belanghebbende die geen gebruik heeft gemaakt van opt out en voor iedere buitenlandse belanghebbende die gebruik heeft gemaakt van opt in.

Met de WAMCA is een belangrijk los eindje vastgeknoopt. Tot nu toe kon schade alleen collectief worden afgewikkeld met medewerking van de schadeveroorzaker. Dankzij de WAMCA is die medewerking niet langer een vereiste en kan, mits aan alle voorwaarden is voldaan, een schadeveroorzaker ook tot collectieve afwikkeling van schade worden gedwongen.

Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel? Neem dan contact op met Harm Jan Tulp.

Uw eerste aanspreekpunt:

Harm Jan Tulp

Harm Jan (advocaat sinds 1998) drijft een financiële proces- en adviespraktijk. Ondernemingen, instellingen en (vermogende) particulieren schakelen hem in ingeval van bijvoorbeeld beleggingsschade, problemen met rentederivaten of opzegging van het krediet.

Harm Jan is bestuurslid van de Vereniging voor Financieel Recht, lid van de Raden van Toezicht van Revalidatie Friesland en Schouwburg De Lawei en is lid van VNO-NCW. Harm Jan is co-auteur van de SDU-uitgave Commentaar Financieel Recht.

Daarnaast wordt Harm Jan Tulp regelmatig gevraagd voor het televisieprogramma Kassa, als het gaat om actualiteiten op het gebied van financieel recht.

0512 33 41 28 +31 (0) 6 223 748 30 h.tulp@yspeert.nl