Het verschil tussen gelijk hebben en gelijk krijgen – Stelplicht en bewijslast

‘Wie eist, bewijst’, is een veelgehoorde uitspraak als het over procederen gaat. Klopt dat eigenlijk wel? En wat houdt het in? Eén ding is zeker: bewijs is ongelooflijk belangrijk in een procedure. Bewijs bepaalt het verschil tussen een zaak winnen of verliezen. Uw advocaat moet dus scherp zijn en precies weten wie wat in welk geval moet bewijzen.

Voordat u aan bewijs toekomt, is nodig dat (1) de ene partij een stelling heeft ingenomen, die (2) de andere partij heeft betwist. Wat moet worden gesteld? In deze blog proberen we daar duidelijkheid over te geven. Dit eerste deel is algemeen. Het gaat over stelplicht en bewijslast. En over het bewijsrisico: dat is het risico dat, als u de bewijslast hebt, het u niet lukt te bewijzen wat u moet bewijzen – en zo uw zaak waarschijnlijk verliest.

Stelplicht

De stelplicht is kortweg de verplichting om uw verhaal te vertellen. De wet zegt het iets anders: als een partij zich beroept op een bepaald rechtsgevolg, dan moet die partij de feiten en omstandigheden stellen die tot dat rechtsgevolg leiden. Concreet: u leent € 10.000 aan uw buurman. Hij komt er niet op terug. Als u de € 10.000 terug wilt, zegt hij dat hij geen geld van u heeft ontvangen. U neemt daar uiteraard geen genoegen mee en spreekt uw buurman aan tot terugbetaling.

U moet dan stellen dat er een overeenkomst van geldlening bestaat. Daarbij moet u alle feiten vermelden die de vordering tot terugbetaling (want daar gaat het u om) kunnen onderbouwen. Dat betekent dat u moet vertellen hoeveel geld u aan uw buurman heeft uitgeleend, wanneer u dat heeft gedaan, wat u heeft afgesproken over de terugbetaling, over de rente et cetera. Daarbij geldt dat hoe specifieker u bent, hoe beter het is.

Bewijslast

Feiten en omstandigheden van algemene bekendheid hoeft u niet te bewijzen. Een voorbeeld van een feit van algemene bekendheid is dat de koers van een aandeel kan stijgen, maar ook dalen. Of dat de kans op uitglijden op een natte stoep groter is dan op een droge.

Feiten van algemene bekendheid zijn in het bovenstaande voorbeeld niet aan de orde. Als uw buurman toegeeft dat u hem € 10.000 heeft uitgeleend, komt u aan bewijs niet toe: de rechter zal dan als vaststaand aannemen dat er een overeenkomst van geldlening is en uw buurman veroordelen tot betaling van € 10.000 en (als uw advocaat dat goed heeft ingekleed) rente, buitengerechtelijke incassokosten, eventuele beslagkosten en proceskosten.

Zelfstandig verweer

Maar als hij betwist dat hij € 10.000 van u heeft geleend en ontvangen, komen de regels rondom bewijslast aan de orde. Op uw stelling dat hij u het geleende geld moet terugbetalen, zegt de buurman: “Nee, want ik heb geen geld ter leen ontvangen.”. Dit wordt een zelfstandig verweer genoemd. Als uw buurman een zelfstandig verweer voert, treedt de hoofdregel van bewijsrecht in werking. Die komt er in dit voorbeeld op neer dat u moet bewijzen dat (1) u en uw buurman een overeenkomst van geldlening hebben gesloten; en (2) uw buurman u op grond van die overeenkomst € 10.000 moet terugbetalen.

Bevrijdend verweer

Maar stel nu dat de buurman niet ontkent dat hij € 10.000 van u heeft ontvangen, maar zegt dat u hem dat bedrag heeft geschonken. Op uw stelling dat u hem geld heeft gegeven zegt hij: “Ja, maar dat was een schenking.”.  Heeft u dan nog steeds de bewijslast?

Hier betwist de buurman niet dat hij geld van u heeft ontvangen, maar voert aan dat de titel voor de ontvangst niet een overeenkomst van geldlening was, maar een schenking. Dit wordt een bevrijdend verweer genoemd. Het rechtsgevolg van een schenking is dat de buurman het geld niet hoeft terug te betalen. Omdat de buurman zich op dat rechtsgevolg beroept, moet de buurman bewijzen dat hij u geen geld terug hoeft te betalen, in plaats van dat u moet bewijzen dat het geen schenking was maar een lening. De bewijslast is omgedraaid!

Bewijsaanbod

U doet er in alle gevallen goed aan een bewijsaanbod te doen. U zegt daarmee dat u bereid bent om, als u van een bepaalde stelling de bewijslast draagt, bewijs daarvan te leveren. Een veelgebruikt bewijsaanbod is het aanbod om getuigen te laten horen. Een bewijsaanbod moet aan bepaalde (formele) eisen voldoen, maar die zijn bij een procedure bij de rechtbank niet bijzonder hoog. Het gevolg van een bewijsaanbod dat voldoet aan de formaliteiten, is dat de rechter u in beginsel de mogelijkheid moet geven om het bewijs te leveren.

Problemen in de praktijk

In de praktijk kan de bewijslast voor serieuze problemen zorgen. U kunt een heldere zaak hebben, maar als de server is gecrasht en die ene cruciale e-mail is niet meer boven water te krijgen, dan krijgt u het bewijs niet rond en verliest u uw zaak. In volgende blogs gaan we op verschillende problemen nader in. Welke bewijsmiddelen zijn er? Hoe zwaar wegen die? En stel, u bent gedagvaard wegens wanprestatie, kunt u dan volstaan met het enkel betwisten van wat de wederpartij zegt? Of is er meer nodig en moet u ook een betwisting onderbouwen? Vaak zal dat het geval zijn.

 

Uw eerste aanspreekpunt:

Jan-Gerrit Meijerink

Jan-Gerrit Meijerink werkte na afronding van zijn studies Bedrijfskundige Informatica en Technische Bedrijfskunde enkele jaren in de ICT-wereld, om vervolgens een master privaatrecht af te ronden aan de Rijksuniversiteit Groningen. Inmiddels werkt hij al weer geruime tijd in de advocatuur, waar hij zich met name toelegt op het financieel recht en op het contractenrecht. In zijn vrije tijd is hij geregeld in de bergen te vinden of (dichter bij huis) op een zeilboot.

 

0512 33 41 38 +31 (0) 6 463 881 96 j.meijerink@yspeert.nl