Een stichting voor het beheer van cliëntgelden, kan dat nog wel?

Op 14 juli 2016 is in Nederland het VN-verdrag voor de rechten van mensen met een handicap, afgekort het VN-verdrag handicap, in werking getreden. Uitgangspunten van dit VN-verdrag zijn onder andere respect voor de persoonlijke onafhankelijkheid van personen, de vrijheid zelf keuzes te maken, gelijke
kansen en volledig meedoen (participatie) in de samenleving. De overheid heeft de verplichting ervoor te zorgen dat mensen met een handicap, net als ieder ander, van het openbaar vervoer gebruik kunnen maken, aan het werk kunnen en zelfstandig besluiten kunnen nemen. Als iemand niet zelfstandig een
besluit kan nemen, moet er ondersteuning geboden worden.

Wat zegt het VN-verdrag handicap over financiële zaken?

Artikel 12 lid 5 VN-verdrag bepaalt: “(…) en te waarborgen dat zij hun eigen financiële zaken kunnen behartigen en op voet van gelijkheid toegang hebben tot bankleningen, hypotheken en andere vormen van financiële kredietverstrekking en verzekeren zij dat het vermogen van personen met een handicap hen niet willekeurig wordt ontnomen.”

Wat betekent het dat mensen met een handicap hun eigen financiële zaken moeten kunnen behartigen? Is curatele, bewind of mentorschap nog mogelijk? Kan een stichting de administratie van een cliënt nog voeren en het geld van een cliënt beheren?

Curatele, beschermingsbewind of mentorschap: mag het nog?

Het VN-verdrag handicap verplicht Nederland niet de maatregelen van curatele, beschermingsbewind of mentorschap af te schaffen. De wet maakt het benoemen van een curator, bewindvoerder of mentor dan ook nog steeds mogelijk. In een – in opdracht van het College voor de rechten van de mens
uitgevoerd – onderzoek concluderen de onderzoekers het volgende 1: “De conclusie is dat het VN-Verdrag (…), verplicht tot het zoeken naar en bevorderen van ondersteunende regelingen voor personen met een handicap waarin de autonomie en de mogelijkheid om zelf beslissingen te nemen maximaal worden gehonoreerd. Doorwerking van het VN-verdrag in de Nederlandse situatie betekent meer nadruk op mogelijkheden voor ondersteunde besluitvorming en op regelingen als het levenstestament en dat alleen als ultimum remedie (uiterste middel) toepassing van curatele, beschermingsbewind of mentorschap (cbm) is toegestaan. Binnen de regelingen cbm dient nadrukkelijk gezocht te worden naar mogelijkheden om bij wilsbekwaamheid de betrokkene zelf te laten beslissen.”

Een stichting voor het beheren van cliëntgelden, hoe zit het daar mee?

Het is de overheid die de verplichtingen vanuit het VN-verdrag handicap moet vertalen naar verplichtingen voor burgers. Bijvoorbeeld in de vorm van een verbod onderscheid te maken bij het aanbieden van goederen en diensten 2. De Wet op het financieel toezicht vormt de basis voor het via een stichting aan kunnen bieden van financiële diensten. Voor zover mij bekend is in deze wet geen bepaling opgenomen die in de weg staat dat een stichting de administratie voert of het geld van een cliënt beheert. Het is verplicht bij het aanbieden van diensten geen onderscheid te maken. Daarom zal er wel aandacht moeten zijn voor de wijze waarop de stichting dit invult. Een wilsbekwame cliënt kan dus, net als ieder ander, financiële zaken uit handen geven.

Een stichting is in mijn optiek ook een optie bij een wilsonbekwame cliënt voor wie er geen curator, bewindvoerder of mentor is benoemd. De maatregelen van curatele, beschermingsbewind en mentorschap zouden immers een ultimum remedie moeten zijn. Waar kan worden volstaan met minder, heeft dat de voorkeur. Ondersteunen in plaats van vertegenwoordigen.

1 K. Blankman en K. Vermariën, ‘Conformiteit van het VNVerdrag inzake de rechten van personen met een handicap en het EVRM met de huidige en voorgestelde wetgeving inzake vertegenwoordiging van wilsonbekwame personen in Nederland’, Amsterdam, 2015, p. 3.
2 Artikel 5b Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte.

Dit artikel is verschenen in de april uitgave van het tijdschrift PlusPunt uitgegeven door Kansplus, belangennetwerk verstandelijk gehandicapten.

 

Uw eerste aanspreekpunt:

Kristien Croezen

Kristien studeerde Nederlands recht aan de RUG (specialisatie privaatrecht) en in de tussentijd ook HBO-rechten (bestuursrecht en privaatrecht) aan de Hanzehogeschool Groningen.  Voordat zij de advocatuur in ging, was zij onder meer griffier bij de sector civiel van de rechtbank Groningen. Kristien is met name actief op het gebied van huurrecht, arbeidsrecht en het gezondheidsrecht. Zij deelt haar ervaringen en kennis graag door middel van het geven van lezingen en schrijven van blogs.

050 207 16 08 +31 (0) 6 546 340 49 k.croezen@yspeert.nl