Rozen verwelken, schepen vergaan; maar wetgeving blijft altijd bestaan

Tot mijn grote frustratie moest ik in mijn vakantie ‘blokken’ op wettelijke regels. Kort geleden heb ik namelijk mijn (klein) vaarbewijs 1 gehaald. Daarvoor moest ik bijvoorbeeld de volgende definities (Binnenvaartpolitiereglement) uit mijn hoofd kennen:

Schip: Elk vaartuig met inbegrip van een vaartuig zonder waterverplaatsing en een watervliegtuig, gebruikt of geschikt om te worden gebruikt als een middel van vervoer te water.

Motorschip: Schip dat gebruik maakt van zijn mechanische middelen tot voortbeweging, met uitzondering van een schip waarvan de motor slechts wordt gebruikt ter verbetering van zijn bestuurbaarheid, wanneer het wordt gesleept of geduwd’

klein schip: schip waarvan de lengte minder dan 20 m bedraagt, waartoe als de lengte wordt aangemerkt de afstand van de voorkant van het voorste tot de achterkant van het achterste vaste deel van de romp, zonder de boegspriet, de papegaaistok en het trimvlak, zulks met uitzondering van

  1. een schip dat een groot schip sleept, assisteert, duwt of langszijde vastgemaakt meevoert;
  2. een passagiersschip;
  3. een veerpont (…)
  4. een vissersschip;
  5. een duwbak;

En mijn favoriete definitie:

groot schip: schip niet zijnde een klein schip.

Een schip is dus niet zo maar een schip. Een schip is alleen schip als dat zo is bepaald in de wetgeving. Het Binnenvaartpolitiereglement en de Scheepsvaartverkeerswet zijn niet de enige regelingen die definities bevatten over schepen, boten of vaartuigen. Definities zijn ook vaak opgenomen in bestemmingsplannen of verordeningen van gemeenten.

Praktijkvoorbeeld

Hoe moeilijk het soms kan zijn, blijkt uit een uitspraak van de Raad van State over dit ‘vaartuig’ (foto afkomstig uit de uitspraak).

Dit vaartuig ligt, als het niet vaart, in een van de grachten van Amsterdam afgemeerd naast de woonark van de eigenaar. In de grachten geldt de Amsterdamse ‘Verordening op het binnenwater 2010’. Daarin zijn onder andere de volgende definities opgenomen (die overigens losstaan van het Binnenvaartpolitiereglement):

pleziervaartuig: ‘een schip, hoofdzakelijk gebruikt en bestemd voor niet-bedrijfsmatige varende recreatie’.

en

object: ‘een al dan niet drijvend voorwerp of vaartuig dat in, op of boven het water is aangebracht of afgemeerd en dat niet behoort tot enig andere in dit hoofdstuk genoemde categorie.

De beste stuurlui staan(/zitten) aan wal, dus u mag het zeggen, is het vaartuig op de foto een ‘pleziervaartuig’ of een ‘object’? Duidelijk is wel dat alleen juristen zich druk maken om dit soort vragen.

Verboden, geboden en handhaving

Hoe komt deze vraag ‘pleziervaartuig of niet?’ nu terecht bij een rechter? Dit is een gevolg van die eerder genoemde verordening. In de Amsterdamse grachten geldt het volgende verbod:

‘het is verboden om een object in, op of boven het water te plaatsen of te houden’.

En

‘Het is verboden ligplaats in te nemen met een pleziervaartuig dat niet is voorzien van een op het vaartuig duidelijk zichtbaar aangebracht geldig en juist vignet dat voor dat vaartuig op grond van de Verordening Binnenhavengeld Pleziervaart van gemeentewege is verstrekt’

Met andere woorden, als u bovenstaande bepalingen ontleedt:

  • het is verboden een object in het water te hebben;
  • het is toegestaan een pleziervaartuig (dat aan alle voorwaarden voldoet) in het water te hebben.

Het bestuursorgaan is van oordeel dat géén sprake is van een pleziervaartuig, maar van een object. Om die reden diende de eigenaar het vaartuig binnen twee weken weg te halen op straffe van een dwangsom van € 1.250,- per keer tot een maximum van € 2.500,-. U raadt al dat de eigenaar van oordeel is dat wel degelijk sprake is van een pleziervaartuig. Hij is om die reden van mening dat niet handhavend kan worden opgetreden.

Volgens de eigenaar is duidelijk dat het vaartuig als pleziervaartuig is gebouwd en altijd als pleziervaartuig is gebruikt. Het voldoet alleen daarom al aan de definitie van pleziervaartuig als bedoeld in de Verordening. Wat betreft het uiterlijk van het vaartuig voert de eigenaar aan dat de voor- en achterkant van het vaartuig dicht zijn, daarom als boeg en achtersteven functioneren en zijn bedoeld om te voorkomen dat golven naar binnen spoelen. Dat het vaartuig niet lijkt op een klassiek vaartuig, maakt volgens de eigenaar niet dat het geen pleziervaartuig is. Een pontonboot vertoont nu eenmaal grote gelijkenis met een vlot, omdat het tot op zekere hoogte de bouwwijze deelt.

Oordeel bestuursrechter

Met deze discussie wordt aan de Raad van State (de hoogste bestuursrechter) de vraag gesteld, is dit nu een pleziervaartuig of niet? Zo blijken juridische procedures helemaal niet zo stoffig, maar eerder ‘spetterend’ (excuses voor dit aan water gerelateerde woordgrapje).

Ter beantwoording van deze rechtsvraag overweegt de rechter dat het onvoldoende is dat het vaartuig als pleziervaartuig is gebouwd en dat het aankomt op een ‘beoordeling van de bestemming van een vaartuig’. Wat betreft de beoordeling van de bestemming van een vaartuig, spelen de bouw, inrichting en uiterlijke kenmerken van een vaartuig een rol. Een pleziervaartuig dient wat betreft bouw, inrichting en uiterlijke kenmerken naar objectieve maatstaven herkenbaar te zijn als pleziervaartuig. In dit geval is sprake van een rechthoekig houten vlak, gebouwd op metalen buizen die als drijver fungeren. Het vaartuig is voorzien van een metalen reling. Hoewel de voor- en achterkant dichte relingen heeft die weliswaar niet zijn verbonden met de relingen aan de zijkanten, zijn een boeg en een achtersteven niet duidelijk herkenbaar. Op het houten vlak staat een stuurkolom met daaraan een gashendel. Het vaartuig kan niet worden gehoosd en is niet voorzien van een opbouw. Het vaartuig vertoont meer gelijkenissen met een vlot dan met een schip met boeg en achtersteven. Dit leidt tot de conclusie dat géén sprake is van een pleziervaartuig. Helaas voor deze eigenaar haalt hij ‘bakzeil’ bij de Raad van State.

Afronding

Deze uitspraak is weer een voorbeeld van een handhavingsprocedure waarbij het neer komt op de uitleg van de definities aan de hand van de feiten. Is hier wel sprake van een overtreding? Ik blogde al eerder over de ‘ingrediënten voor (on)succesvolle handhaving’. Mocht u, als handhaver of gehandhaafde te maken hebben met een handhavingsprocedure dan denk ik graag met u mee om de definitie ‘over een andere boeg’ te gooien. U kunt mij bereiken via e.grit@yspeert.nl of 050-3144280.

Ik begon dit blog met mijn frustratie over het uit mijn hoofd leren van regels. Nu verbaast het u misschien dat juristen liever niet alle regels uit hun hoofd kennen. Daarom was ik ook zeer tevreden toen ik in het Binnenvaartpolitiereglement de volgende regel vond:

Aan boord van een schip moet een bijgewerkt exemplaar van het geldige Binnenvaartpolitiereglement aanwezig zijn. Een exemplaar dat via een elektronisch middel op ieder moment geraadpleegd kan worden is eveneens toegestaan. (artikel 1.11 Bpr)

Veel liever zeulen we dikke wetboeken met ons mee, waarin we alles altijd even op kunnen zoeken. Daarom zijn de meeste juristen ook zo gespierd… wat op een zeilboot weer bijzonder van pas komt.

Uw eerste aanspreekpunt:

Elzelou Grit

Elzelou studeerde Nederlands Recht (cum laude) specialisatie Staats- en bestuursrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zij werkte bij twee (middel)grote advocatenkantoren in Noord-Nederland en bij een bestuursrechtelijk en bestuurskundig onderzoeks- en adviesbureau voor overheden. Elzelou volgde in 2018 de specialisatieopleiding Omgevingsrecht (voorheen ruimtelijke ordening en milieu) aan de Grotius Academie in Nijmegen. Zij is lid van de rekenkamercommissie Midden-Drenthe. Die commissie controleert rechtmatigheid en doelmatigheid van het door de gemeente gevoerde bestuur. Ten slotte is zij lid/voorzitter van de Commissie Bezwaar en Beroep van de Provincie Flevoland. Deze commissie adviseert Gedeputeerde Staten over de rechtmatigheid van genomen besluiten.

050 314 42 80 +31 (0) 6 550 000 98 e.grit@yspeert.nl