Risky business – de aansprakelijkheid van opfokstalhouders

‘Neurologische vorm van rhinopneumie bij paarden in Friesland’, ‘Twee dieren inmiddels geëuthanaseerd’ en ‘paardenbeul slaat opnieuw toe’. Het is slechts een kleine greep uit een groot aantal recente nieuwsberichten. Steeds weer opnieuw blijkt dat de gezondheid van een paard op veel verschillende manieren in gevaar kan komen. Als eigenaar doet u er natuurlijk alles aan om dergelijke risico’s zoveel mogelijk te beperken.

Vaak zult u zoals veel ondernemers en particulieren de ruimte missen om zelf voor de opfok van uw jonge paarden te zorgen. Als ondernemer in de paardenbranche kiest u er dan wellicht voor om veulens en jonge paarden bij een opfokbedrijf onder te brengen tot de paarden een leeftijd van drie jaar hebben bereikt. Dan zijn de paarden klaar om te berijden of klaar voor een keuring. De opfokperiode kan men vergelijken met de kleuterschool voor paarden. Meestal worden leeftijdgenoten afkomstig van verschillende stallen bij elkaar ondergebracht.

Maar, wat nu als het paard in de periode dat het in opfok is ondergebracht letsel oploopt of erger nog, komt te overlijden? Is de opfokker in dat geval aansprakelijk of blijft dat risico bij de eigenaar van het paard liggen? Het antwoord op die vraag hangt af van een aantal omstandigheden die in deze blog worden onderzocht.

Stallingsovereenkomst

In veel gevallen leggen partijen afspraken met betrekking tot – onder andere – de verzorging van het paard, vast in een stallingsovereenkomst. Indien deze concrete afspraken niet worden nageleefd kan de paardeneigenaar de opfokstalhouder aanspreken op grond van wanprestatie. Er is sprake van wanprestatie als een verbintenis niet wordt nagekomen, en deze tekortkoming aan de schuldenaar kan worden toegerekend.

Zorgplicht opfokstalhouder

Veel opfokkers verkeren in de veronderstelling dat zij iedere vorm van aansprakelijk kunnen uitsluiten door een schriftelijke overeenkomst te hanteren. Ook als een schriftelijke afspraak tussen de opfokstalhouder en de eigenaar ontbreekt, wil dat niet zeggen dat er niets van de opfokstalhouder kan worden verwacht.

Indien een eigenaar zijn paard onderbrengt bij een opfokbedrijf ontstaat tussen de eigenaar en de opfokker een stallingsovereenkomst die kan worden gekwalificeerd als overeenkomst van bewaarneming.  Of er nu een schriftelijke stallingsovereenkomst is gesloten of niet, een opfokstalhouder draagt altijd een zorgplicht ten aanzien van de paarden die bij hem zijn ondergebracht. Hierbij geldt dat op de opfokker de plicht rust om het paard goed te verzorgen en het dier aan het einde van de overeenkomst in een goede en gezonde staat aan de eigenaar te retourneren. Op de eigenaar rust de verplichting om de opfokker voor de door hem geleverde diensten te betalen zoals vooraf is afgesproken.

Is een opfokstalhouder aansprakelijk voor een dood paard in zijn stal?

Komt het paard te overlijden, dan is het wellicht duidelijk dat de opfokker het paard niet in een goede en gezonde staat kan terugleveren. Dat doet vermoeden dat de opfokker automatisch aansprakelijk is voor de door de eigenaar geleden schade. ‘Case closed’, zou je kunnen zeggen – maar de praktijk leert dat niks minder waar is. In de paardenwereld hebben wij te maken met levende dieren en kan deze regel niet zomaar worden toegepast. Sterker nog- in de praktijk zijn er weinig gevallen waarbij evident is dat de opfokker aansprakelijk is.

Voor een succesvolle aansprakelijkheidstelling is noodzakelijk dat naast de exacte oorzaak van het overlijden ook vast komt te staan dat het overlijden het gevolg is van een tekortkoming van de opfokstalhouder in de nakoming van zijn zorgplicht. De bewijslast ligt in dat geval altijd bij de eigenaar van het paard.

Een treffend voorbeeld uit de praktijk levert de uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant d.d. 27 januari 2016 (ECLI:NL:RBOBR:2016:362). Deze zaak ging het om een fokker die haar veulens had gestald bij een professioneel opfokbedrijf. Twee van deze veulens werden vervolgens ziek en overleiden. De eigenaar van de veulens sprak het opfokbedrijf aan tot schadevergoeding. De rechtbank oordeelde dat de doodsoorzaak zelf niet te wijten was aan onvoldoende of onjuiste verzorging door de opfokker. Toch had het opfokbedrijf ten aanzien van beide veulens haar zorgplicht geschonden door de eigenaar te laat over de ziekte van de dieren te informeren. De rechtbank achtte het ten aanzien van één van de veulens aannemelijk dat het betere overlevingskansen had gehad als de eigenaar eerder was ingelicht. De rechtbank wees een vergoeding toe voor de schade die de eigenaar zou lijdt door het verlies van een kans op een goede afloop van dit veulen. Met betrekking tot het tweede veulen oordeelde de rechtbank dat de eigenaar er niet in was geslaagd om aan te tonen dat het overlijden van het veulen een gevolg was geweest van de te late melding van de opfokstalhouder. Voor dit veulen werd geen schadevergoeding toegewezen.

In een andere uitspraak van de kantonrechter van de Rechtbank Noord-Holland d.d. 5 juni 2013 (ECLI:NL:RBNHO:2013:11296) stond de vraag centraal of een opfokstalhouder aansprakelijk kan worden gehouden voor het overlijden van een paard als gevolg van verwondingen die het had opgelopen in de stal van de opfokstalhouder. Het paard is met een achterbeen bekneld geraakt in de tralies van de box en heeft vervolgens met zijn andere been tegen een zijwand geschopt. De rechtbank oordeelde dat hoewel op een opfokstalhouder de plicht rustte voor een deugdelijke box te zorgen, hij geen rekening hoefde te houden met het gedrag zoals door het paard is vertoond. Daarbij had de eigenaar van het paard volgens de rechtbank onvoldoende bewijs aangeleverd dat de verwonding aan het linker achterbeen het gevolg was van een gebrekkige box. Volgens de rechtbank had de opfokstalhouder voldaan aan zijn zorgplicht en was er sprake van overmacht. Ook in deze situatie werd geen schadevergoeding toegewezen.

Aansprakelijkheid Opfokstalhouder – Trekken aan een dood paard?

De praktijk leert dat de opfokker niet automatisch aansprakelijk is voor de door de eigenaar geleden schade. Hoewel het risico op ongelukken en incidenten nooit volledig kan worden uitgesloten kan een eigenaar wel van een opfokstalhouder verwachten dat hij alles doet om schade aan de dieren te voorkomen en te beperken. In de praktijk is vaak sprake van grensgevallen waarbij het niet evident duidelijk is of de opfokker daadwerkelijk tekort is geschoten of dat de oorzaak buiten de invloedsfeer van de opfokstalhouder ligt. Zoals uit het vorengaande blijkt wordt in het merendeel van die grensgevallen aansprakelijkheid niet snel aangenomen. Pas wanneer een opfokstalhouder aantoonbaar nalatig is geweest bij de verzorging en stalling van een paard, kan een aansprakelijkheidsstelling succesvol zijn.

Voor de Opfokstalhouders

Claims van paardeneigenaren kunnen behoorlijk oplopen. Opfokstalhouders doen er om die reden goed aan om regelmatig de risico’s te inventariseren en te zorgen voor passende (preventieve) maatregelen. Ook een adequate (bijzondere) aansprakelijkheidsverzekering is dan geen overbodige luxe. Tot slot worden in tussen partijen overeengekomen stallingsovereenkomsten vaak zogenaamde exoneratieclausules omschreven waarbij aansprakelijkheden worden uitgesloten. Opfokstalhouders dienen zich hierbij bewust te zijn dat dergelijke clausules bedingen zijn die voorkomen op de ‘grijze lijst’. In de grijze lijst zijn voorwaarden opgenomen die op de grens liggen van wat als redelijk wordt beschouwd. Bij een beding van de grijze lijst zal een rechter per geval beoordelen of een dergelijk beding daadwerkelijk tegen een eigenaar kan worden ingeroepen. Indien de verzorging van de paarden echter onder de maat is en dat ernstige gevolgen heeft, kan ook een goed opgestelde overeenkomst geen soelaas bieden.

 

Uw eerste aanspreekpunt:

Martin Ueffing

Martin, opgegroeid in Duitsland, studeerde Europees en Internationaal Recht aan de Universiteit van Maastricht en rondde vervolgens ook zijn master Strafrecht, Criminologie en Forensica cum laude af. Martin behaalde een tweede master in Engels privaatrecht aan de Oxford Brooks University in London. Hij heeft eerder gewerkt als jurist bij een advocatenkantoor en bij een incassobureau. Martin is gespecialiseerd in het hippische recht en ondernemingsrecht.

050-3144280 m.ueffing@yspeert.nl