Te veel premie betaald voor de overlijdensrisicoverzekering?

Onlangs was collega Harm Jan Tulp te zien bij Kassa op NPO1. Hij werd geïnterviewd over een interessante uitspraak van de Geschillencommissie van het KiFID. De uitspraak ging over de nazorgverplichting van een tussenpersoon die een overlijdensrisicoverzekering (“OVR”) had geadviseerd aan een klant. In dit blog wordt ingegaan op deze uitspraak en de gevolgen ervan voor de praktijk.

De zorgplicht van tussenpersonen

Op grond van de Wet op het financieel toezicht moet een assurantietussenpersoon nazorg leveren aan klanten die hij een verzekering heeft geadviseerd. Hij moet onder andere informatie verschaffen over belangrijke wijzigingen in de eigenschappen van die verzekering, zoals bijvoorbeeld het verzekerde bedrag, de hoogte van de premie en wat er gebeurt met de dekking als u uw premie niet meer kunt betalen. De tussenpersoon moet u die informatie gepersonaliseerd en schriftelijk geven, behalve als u daarover met hem een andere afspraak heeft gemaakt. Vaak stuurt de tussenpersoon een algemene mail of nieuwsbrief. Dat mag alleen als u daarvoor uitdrukkelijk toestemming heeft gegeven.

Kassa heeft een enquête gehouden onder zowel consumenten als tussenpersonen. Hieruit  bleek dat maar liefst 78% van de consumenten nooit meer wat van de tussenpersoon heeft gehoord over zijn financiële producten, zoals bijvoorbeeld OVRs. Uit het onderzoek bleek het overgrote merendeel van klanten met een OVR niet geïnformeerd te zijn over de aanzienlijke premiedalingen van die verzekering. Sinds 2002 zijn deze premies met 60% gedaald. Door de polis tegen lagere premie voort te zetten, kon dus veel geld worden bespaard. Maar in veel gevallen werd de klant niet geïnformeerd.

De uitspraak

De zaak ging over een OVR die op 1 september 2004 was gesloten via bemiddeling van een tussenpersoon. De tussenpersoon heeft na de totstandkoming van de OVR geen contact met de consument meer gehad, ook niet toen de OVR-tarieven van de verzekeraar een sterke daling lieten zien. Als de tussenpersoon dit wel had gedaan, dan had de consument een substantiële lagere premielast gehad. De consument was daarom van mening dat de tussenpersoon zijn verplichting tot het leveren van nazorg had geschonden, waardoor hij bijna EUR 5.000 teveel premie had betaald. De consument vorderde bij het Kifid betaling van dat bedrag door de tussenpersoon. Die verweerde zich door te stellen dat hij had voldaan aan zijn nazorgplicht doordat hij had gebeld en meerdere mailings had verstuurd. Daarin had hij de klant uitgenodigd contact op te nemen om de verschillende mogelijkheden van verlaging van de maandlasten te bespreken.

De Geschillencommissie oordeelde in de uitspraak dat de tussenpersoon zijn nazorgplicht jegens de consument had geschonden. Het contact tussen de tussenpersoon en consument, zo overwoog de Geschillencommissie, was allemaal van algemene aard geweest. Bovendien had de tussenpersoon daarin niet gewezen op de verlaging van de tarieven van OVRs. De Geschillencommissie oordeelde dat de tussenpersoon de schade van zijn klant moest vergoeden omdat die voldoende aannemelijk had gemaakt dat hij bereid zou zijn geweest zijn OVR tegen een lagere premie voort te zetten. De Geschillencommissie berekende de totale gemiste premiebesparing op €3.268,-.

De gevolgen voor de praktijk

Het is voor het eerst dat het KiFiD een tussenpersoon veroordeelt tot schadevergoeding wegens schending van de nazorgplicht bij een OVR. De uitspraak kan tot gevolg hebben dat ook andere houders van een OVR die tot stand is gekomen door bemiddeling van een tussenpersoon, voor vergoeding van teveel betaalde premie in aanmerking komen. Indien u een OVR heeft afgesloten via een tussenpersoon, dan is het aan te raden om uw tussenpersoon te vragen of de premies die u betaalt nog wel marktconform zijn. Indien dat niet het geval is en de tussenpersoon heeft u daar niet of op een onjuiste manier op geattendeerd, dan is het verstandig om in onderling overleg te proberen om tot een restitutie te komen. Lukt dit niet, dan staat de weg naar de rechter of het Kifid open.

Neem voor meer informatie contact op met Harm Jan Tulp.

Uw eerste aanspreekpunt:

Harm Jan Tulp

Harm Jan (advocaat sinds 1998) drijft een financiële proces- en adviespraktijk. Ondernemingen, instellingen en (vermogende) particulieren schakelen hem in ingeval van bijvoorbeeld beleggingsschade, problemen met rentederivaten of opzegging van het krediet.

Harm Jan is bestuurslid van de Vereniging voor Financieel Recht, lid van de Raden van Toezicht van Revalidatie Friesland en Schouwburg De Lawei en is lid van VNO-NCW. Harm Jan is co-auteur van de SDU-uitgave Commentaar Financieel Recht.

Daarnaast wordt Harm Jan Tulp regelmatig gevraagd voor het televisieprogramma Kassa, als het gaat om actualiteiten op het gebied van financieel recht.

0512 33 41 28 +31 (0) 6 223 748 30 h.tulp@yspeert.nl