PFAS: Een nieuwe afkorting die bouwers doet wakker liggen.

U zult het niet gemist hebben, veel bouwprojecten ondervinden vertraging door ‘de PAS-uitspraken’ of ‘de PAS’ (de programmatische aanpak stikstof). Een nieuw probleem om bij uw projecten rekening mee te houden, heeft maar liefst één letter meer. De PFAS.

PFAS, wat is het?

Op sommige dagen ben ik blij dat ik als jurist op de middelbare school toch een enigszins technisch profiel heb gevolgd (voor de kenners een N&G-profiel). Zo trek ik geen wenkbrauw meer op bij de termen perfluoralkyl- of polyfluoralkylstoffen (beter bekend als PFAS). Wat dit zijn? Het zijn van nature niet in het milieu voorkomende verbindingen. De term PFAS is eigenlijk een verzamelterm voor een grote groep (> 6.000) stoffen die voornamelijk bestaat uit volledig (per) of gedeeltelijk (poly) gefluoreerde koolwaterstoffen. Helder verhaal toch? Dan zegt men dat juristen ondoorgrondelijk vakjargon hebben…

In iets normaler Nederlands: het zijn stoffen die gebruikt worden in verschillende producten als bakpapier, anti-zonnebrandmiddel, regenjassen, blusschuim en verf. Inmiddels weten specialisten dat deze stoffen nauwelijks afbreken en daardoor in het milieu achterblijven. Daarbij gaat het met name om de bodem, waterbodem en grondwater. Het vermoeden bestaat dat PFAS risico’s voor de gezondheid met zich brengt. Om die reden valt PFAS inmiddels onder de ‘Zeer Zorgwekkende Stoffen’ (ZZS).

The basics; Wet bodembescherming.

Om de kwaliteit van de (water)bodem te beschermen geldt in Nederland de Wet bodembescherming. Het doel van de Wet bodembescherming is het voorkomen, beperken of ongedaan maken van veranderingen van de bodemgesteldheid die de functionele eigenschappen ervan voor mens, plant of dier verminderen of bedreigen.

In de Wet bodembescherming is een algemene zorgplicht opgenomen die inhoudt dat moet worden voorkomen dat er nieuwe bodemverontreiniging ontstaat (het voorzorgsbeginsel). Dit geldt voor een ieder die handelingen in de bodem verricht en die weet (of dit redelijkerwijs had kunnen vermoeden) dat daardoor de bodem kan worden verontreinigd. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om handelingen als grond- en funderingswerken, ontgrondingen of ontgravingen, diepe grondbeperking, etc.

Waarom komen projecten nu ineens stil te liggen?

Wat niet is veranderd is dat bedrijven die met grond werken bij verdenking van de aanwezigheid van een stof altijd de kwaliteit van een toe te passen partij grond of baggerspecie moeten onderzoeken. Het voorzorgsbeginsel leidt er toe dat geen grond en baggerspecie mag worden verzet waarin een niet genormeerde stof is gedetecteerd totdat er lokaal beleid is opgesteld dat hiervoor ruimte biedt. Voor de ‘die hards’; de wel genormeerde stoffen zijn opgenomen in Bijlage B Regeling Bodemkwaliteit.

Wat wel is veranderd is dat PFAS inmiddels op de kaart staat als zo’n (nog) niet genormeerde stof.  Het ontbreken van normering en/of lokaal beleid heeft tot gevolg dat de bepalingsgrens (detectielimiet) feitelijk als toepassingsnorm geldt zo lang er geen specifieke toepassingsnorm is opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit (of wordt opgenomen in lokale regelgeving). Hoofdregel is daarmee dat grond die de detectielimiet overschrijdt niet verzet mag worden. In de praktijk betekent dit vaak dat al het grondverzet wordt stilgelegd op het moment dat een nieuwe stof (zoals PFAS) gedetecteerd wordt in grond of bagger.

Stilliggen onwenselijk – tijdelijk handelingskader van 8 juli 2019

Om te voorkomen dat allerlei projecten stil komen te liggen in afwachting van de op te stellen definitieve wettelijke regeling is op 8 juli 2019 het ‘Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’ afgekondigd (hierna: het tijdelijk handelingskader). Het tijdelijk handelingskader gaat uit van voorlopige normen voor de onderscheiden situaties waarin grond en baggerspecie wordt toegepast.

De normen kunt u vinden in het tijdelijk handelingskader: link. Voor de beeldvorming; een kilo grond voor landbouw en natuur mag slechts 0,1 microgram PFAS bevatten. Voor industrie en woningbouw liggen de grenzen iets hoger. Bevat de grond meer PFAS dan de norm, dan mag deze niet verplaatst worden naar een plek waar de grond nog schoon is (grondverzet). De stelling van de Staatssecretaris is dat als aan de voorlopige normen wordt voldaan, de zorgplicht uit de Wet bodembescherming niet wordt geschonden. In die situaties kan grondverzet en kunnen baggerwerkzaamheden weer tot uitvoering worden gebracht.

In de praktijk blijkt nu dat op heel veel plaatsen sprake de norm van 0,1 microgram PFAS wordt overschreden. Daarmee liggen de projecten op deze plaatsen nog altijd stil. Zij mogen boven de norm immers geen grondverzet of baggerwerkzaamheden uitvoeren. Dit leidt tot alle berichtgeving in de media. Overigens is het voor decentrale bevoegd gezagen mogelijk om met lokaal beleid beargumenteerd af te wijken van de landelijke norm en een minder strenge norm toe te passen.

Andere knelpunten.

Bij brief van 9 oktober 2019 informeert de Staatssecretaris de Tweede Kamer over de stand van zaken rondom PFAS en de uitvoering van het tijdelijk handelingskader. In deze brief noemt de Staatssecretaris een aantal andere knelpunten.

Afzet- en stortmogelijkheden

De afzetmogelijkheden van PFAS-houdende grond of baggerspecie blijken beperkt. Dit wordt veroorzaakt doordat niet alle grondbanken grond met PFAS (ook) onder de (in het tijdelijk handelingskader opgenomen) norm accepteren.  Grond en baggerspecie met PFAS die om andere redenen al gestort zou moeten worden, wordt nog niet door alle stortplaatsen en depots geaccepteerd vanwege het ontbreken van PFAS in de  vereiste vergunningen. Voor deze problemen wordt door de Staatssecretaris in overleg met de branche nog gezocht naar een oplossing. Uiteraard informeren wij u graag over de ontwikkelingen op dit onderwerp.

Onduidelijkheid bij benedenstrooms toepassen baggerspecie in oppervlakte water

Een ander knelpunt dat in de brief van de Staatssecretaris wordt genoemd is dat onduidelijkheid is ontstaan bij toezichthouders en uitvoerders bij het benedenstrooms toepassen van baggerspecie in oppervlakte water. Toepassing van baggerspecie in hetzelfde oppervlaktewater is op basis van het tijdelijk handelingskader mogelijk zonder toetsing aan de norm.

In de praktijk werd in sommige gevallen geen toestemming verleend voor verspreiding van vrijkomende baggerspecie als sprake was van een overgang tussen twee (of meer) waterlichamen. Dit is immers niet ‘hetzelfde oppervlaktewater’.

In de brief licht de Staatssecretaris toe dat bij de toepassing van baggerspecie in oppervlaktewater het tijdelijk handelingskader uit gaat van het standstill-principe. Met andere woorden: de kwaliteit van de waterbodem moet door de toepassing niet verslechteren.

Op basis van deze redeneerlijn zou baggerspecie benedenstrooms toegepast mogen worden, omdat deze baggerspecie hierdoor terechtkomt op plaatsen waar het sediment van nature zou worden heengevoerd. Overigens zijn hiermee nog niet alle problemen opgelost op locaties waar het onduidelijk is of de verspreiding van baggerspecie past binnen de natuurlijke verspreiding. Ook op dit punt zijn dus nog ontwikkelingen te verwachten.

Hoe nu verder?

De Staatssecretaris wenst te komen tot een definitief kader met eventuele tussentijdse stappen. Om daar te komen wordt op veel plaatsen in het land gemeten op PFAS door initiatiefnemers van grondverzet en baggerwerkzaamheden, Rijkswaterstaat en decentrale overheden. Met alle gegevens hoopt ment volgend jaar een landelijk beeld te hebben van de diffuse verspreiding van PFAS in de bodem. Een eerste beeld wordt in maart 2020 verwacht.

Uiteraard houden wij u graag op de hoogte van de actualiteiten en ontwikkelingen op dit onderwerp. Heeft u hierover vragen of wilt u van gedachten wisselen, neem dan contact op met Elzelou Grit.

Uw eerste aanspreekpunt:

Elzelou Grit

Elzelou studeerde Nederlands Recht (cum laude) specialisatie Staats- en bestuursrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zij werkte bij twee (middel)grote advocatenkantoren in Noord-Nederland en bij een bestuursrechtelijk en bestuurskundig onderzoeks- en adviesbureau voor overheden. Elzelou volgde de specialisatieopleiding Omgevingsrecht (voorheen ruimtelijke ordening en milieu) aan de Grotius Academie in Nijmegen. Tenslotte is zij lid/voorzitter van de Commissie Bezwaar en Beroep van de Provincie Flevoland. Deze commissie adviseert het college van Gedeputeerde Staten over de rechtmatigheid van genomen besluiten.

050 314 42 80 +31 (0) 6 550 000 98 e.grit@yspeert.nl