De (on)mogelijkheden van de persoonlijkheidsrechten van een architect

Een onder architectuur gebouwd werk mag niet altijd zomaar worden aangepast. De architect heeft op grond van artikel 25 Auteurswet namelijk persoonlijkheidsrechten. Op grond van zijn persoonlijkheidsrechten kan de architect bijvoorbeeld optreden tegen bepaalde wijzigingen, misvormingen, verminkingen of aantastingen van een door hem ontworpen bouwwerk. De architect kan zijn persoonlijkheidsrechten zelfs inroepen als de architect zijn auteursrechten contractueel heeft overgedragen. Onlangs heeft de Hoge Raad een arrest gewezen in een zaak waarin de eigenaar zijn onder architectuur gebouwde kantoorpand wilde verbouwen tot appartementen. De architect stapte naar de rechter, omdat hij meende dat zijn persoonlijkheidsrechten zouden worden geschonden door de verbouwing. Wat de persoonlijkheidsrechten van de architect in dit geval inhouden en wat voor gevolgen dit met zich mee kan brengen, leest u in dit blog.

Persoonlijkheidsrechten van een architect

In het arrest stonden twee persoonlijkheidsrechten van de architect centraal. Allereerst verzette de architect zich op grond van artikel 25 lid1 sub c Auteurswet tegen wijzigingen in het bouwwerk. Van dit recht kan afstand worden gedaan en dat kan bijvoorbeeld worden vastgelegd in de overeenkomst tussen de architect en de opdrachtgever. Dat was in deze zaak niet gebeurd.

Daarnaast deed de architect een beroep op zijn recht zich te verzetten tegen misvorming, verminking of andere aantasting van het bouwwerk op grond van artikel 25 lid 1 sub d Auteurswet. Op deze bepaling kan een geslaagd beroep worden gedaan als de architect door de misvorming, verminking of andere aantasting van het werk reputatieschade zou kunnen oplopen. Van dit recht kan de architect geen afstand doen. Het slopen van een werk valt niet onder dit artikel. Als de eigenaar van een pand besluit het pand te slopen en daarvoor een goede reden heeft, dan kan de architect zich daar in beginsel met een beroep op zijn persoonlijkheidsrechten niet tegen verzetten.

Relevantie voor de rechtspraktijk

De Hoge Raad heeft in het arrest ook een uitvoerige beschrijving gegeven van de parlementaire geschiedenis met betrekking tot artikel 25 lid 1 sub c Auteurswet en  artikel 25 lid 1 sub d Auteurswet en de verhouding tussen deze twee persoonlijkheidsrechten. De rechtsregels in deze zaak zijn dan ook relevant voor de rechtspraktijk en de juridische verhouding tussen architecten en opdrachtgevers.

De zaak

In de zaak van 29 maart 2019 (ECLI:NL:HR:2019:451) wilde de eigenaar zijn onder architectuur gebouwde kantoorpand verbouwen tot appartementen en daardoor zouden zowel de noord- als zuidgevel van het bouwwerk worden aangepast. De architect beriep zich op de twee hierboven besproken persoonlijkheidsrechten.

De noordgevel

De wijzigingen aan de noordgevel van het kantoorpand bestonden uit het aanbrengen van openslaande deuren op de begane grond en het vergroten van de hoogte van het raam in de nok. De Hoge Raad oordeelde dat de wijzigingen aan de noordgevel zodanig beperkt waren dat daarmee het basisidee van het ontwerp van de architect ten aanzien van de gevelindeling in stand zou blijven. Daarnaast zorgden de openslaande deuren tot meer contact met de straat en de grotere ramen zorgden voor meer lichtinval en dat bewoners op ooghoogte naar buiten kunnen kijken. Er was naar het oordeel van de Hoge Raad wel sprake van een wijziging, maar de wijzigingen waren beperkt en daarnaast ook nodig voor de functiewijziging van het pand. Dit maakte het verzet van de architect in strijd met de redelijkheid.

De zuidgevel

De eigenaar van het pand wilde aan de zuidgevel grote(re) ramen, balkons op de eerste etage en nieuwe entrees aanbrengen. De gemeente had, na zeven jaar leegstand, verzocht tot functiewijziging van het pand. Het pand voldeed in de huidige staat namelijk niet aan de kwaliteitseisen van woonruimte en de wensen van de kopers van de appartementen. Deze wijzigingen waren dan ook nodig voor de functiewijziging van het pand. Daarnaast bevindt de zuidgevel zich aan het binnenhof, waardoor de gevel niet vanaf de openbare weg zichtbaar is. De Hoge Raad oordeelde dat de wijzigingen aan de zuidgevel wel leiden tot aantasting van het werk van de architect, maar aan het vereiste dat de architect door de aantasting reputatieschade zou kunnen oplopen, is niet voldaan.

Voorkomen is beter dan genezen

Om een procedure te voorkomen, is het belangrijk om rekening te houden met de persoonlijkheidsrechten van de architect. Als eigenaar van een onder architectuur gebouwd werk kunt u dus niet altijd zomaar beginnen met verbouwen. Anderzijds is het als architect belangrijk om te weten wat uw rechten zijn. In bepaalde gevallen brengt een verbouwing namelijk een schending van uw persoonlijkheidsrechten met zich mee. Het is verstandig om duidelijke afspraken te maken in het contract, zodat alle partijen weten waar ze aan toe zijn. Zo kan in het contract worden opgenomen dat de architect afstand doet van het recht zich te verzetten tegen wijzigingen door anderen in het bouwwerk.

Onze advocaten kunnen u ondersteunen bij het opstellen van een contract, zodat lange procedures kunnen worden voorkomen. Is het daarvoor echter te laat en loopt u tegen problemen aan, dan kunnen onze advocaten u ook bijstaan in een procedure. Dus heeft u naar aanleiding van dit blog vragen, neem dan gerust contact op met Mart Dijkstra.

Uw eerste aanspreekpunt:

Mart Dijkstra

Mart studeerde Nederlands recht aan de Rijksuniversiteit Groningen met de afstudeerrichtingen privaatrecht en strafrecht. Als advocaat werkte hij bij advocatenkantoren in het noorden van het land en in de Randstad. Daarnaast deed hij ervaring op in het internationale bedrijfsleven als bedrijfsjurist (Legal & Compliance counsel) bij Samsung Electronics. Mart is lid van de Vereniging Privacy Recht.

0512 334 124 +31 (0) 6 146 863 89 m.dijkstra@yspeert.nl