Nieuwe Gedragscode Kleinzakelijke Financiering: mijlpaal voor ondernemers of symbolische handreiking van de bank?

In de Gedragscode Kleinzakelijke Financiering wil de bank de ondernemer duidelijk maken hoe de bank de ondernemer helpt bij zijn geldlening. Wie denkt dat de bank nu transparant handelt heeft het echter mis.

Als een ondernemer geld leent bij een bank, dan wil de ondernemer graag weten waar hij aan toe is: onder welke voorwaarden leent hij geld? Dat klinkt misschien logisch, maar in de praktijk laat de informatieverstrekking nog wel eens te wensen over. Bovendien doet iedere bank dit op dit moment op haar eigen manier. Daarbij worden alle ondernemers – groot of klein – over een kam geschoren. Van de ondernemer wordt verwacht dat hij voldoende kennis heeft om te weten onder welke voorwaarden hij geld leent en welke consequenties dit voor hem heeft. Dat klinkt helder.

Maar in de praktijk is dit niet zo zwart-wit. Grote ondernemingen hebben afdelingen met gespecialiseerd personeel. De MKB-ondernemer moet echter alles in zijn eentje uitzoeken en zelf de noodzakelijke kennis zien te vergaren. De bank hoeft de ondernemer nauwelijks te informeren. Om hier verandering in aan te brengen heeft de Nederlandse Vereniging van Banken de Gedragscode Kleinzakelijke Financiering (GKF) opgesteld. Dit is een nieuwe gedragscode, waarin is vastgelegd hoe banken dienen te handelen bij kredietverstrekking (geldleningen) aan ondernemers uit het midden- en kleinbedrijf.

In deze blog leggen wij u uit op wie deze gedragscode van toepassing is, wat de gedragscode regelt, maar ook wat de gedragscode niét regelt.

Voor wie geldt de GKF?

De GKF geldt voor heel veel ondernemers:

  • een ondernemer (een persoon die geld leent namens een bv, nv, vof etc.);
  • met een jaaromzet van maximaal € 5.000.000,=;
  • die een geldlening van maximaal € 2.000.000,= wil aangaan.

Verder is het belangrijk om te weten dat:

  • de GKF op 1 juli 2018 in werking treedt;
  • de GKF van toepassing is op alle geldleningen afgesloten na 1 juli 2018.

Wat regelt de GKF?

In het huidige systeem hoeft een bank de ondernemer bij een geldlening nauwelijks te informeren over de risico’s die verbonden zijn aan de gevraagde lening. Dat geldt ook voor de wijze waarop de aanvraag van een lening beoordeeld wordt en hoe de status van een lopende lening wordt bepaald.

De GKF regelt dat banken de ondernemers beter en duidelijker moeten adviseren in de drie fasen van een geldlening: de oriëntatiefase, de aanvraagfase en de beheerfase.

In de oriëntatiefase oriënteert de ondernemer zich bij de bank op de mogelijkheid om een geldlening af te sluiten. Volgens de GKF moet de bank de ondernemer duidelijk uitleggen wat de risico’s zijn van een geldlening en wat de nadelen zijn van de verschillende financieringsproducten. Hierdoor moet een ondernemer tot een beter begrip komen van de risico’s van het afsluiten van de geldlening (en van het zakendoen met de bank).

In de aanvraagfase dient de ondernemer bij de bank een aanvraag in voor een geldlening. De GKF legt aan de bank de verplichting op om de ondernemer te informeren over het beoordelingsproces van zijn aanvraag. Ook moet de bank, bij afwijzing van de aanvraag, duidelijk de redenen voor deze afwijzing aan de ondernemer toelichten. Verder moet de bank – na de afwijzing – de ondernemer indien mogelijk doorverwijzen naar andere banken of financiële instellingen die de aanvraag van de ondernemer mogelijk wel honoreren. Bovendien moet de bank informatie verschaffen over zekerheden die de bank als onderpand voor de te verstrekken geldlening wil. Dit is van belang voor de ondernemer, zodat deze weet welke risico’s hij loopt als verplichtingen richting de bank niet (kunnen) worden nagekomen.

In de beheerfase voert de bank het beheer over de geldlening die zij aan de ondernemer heeft verstrekt. De GKF bepaalt dat de bank gedurende deze periode de ondernemer moet informeren over het aflopen van de rentevaste periode. De bank moet de ondernemer vervolgens een voorstel doen voor een nieuwe rente. De ondernemer mag dit weigeren, maar de ondernemer moet in dat geval na het aflopen van de rentevaste periode de overgebleven som van de lening plus de rente aan de bank betalen! In de praktijk zal daarom voor de meeste ondernemers gelden dat een nieuwe rente met de bank moet worden afgesproken. Aflossen zal immers lang niet altijd mogelijk of wenselijk zijn.

De GKF geeft de ondernemer de mogelijkheid om gedurende de beheerfase de bank te vragen om de voorwaarden uit de geldleningsovereenkomst te wijzigen. Als bijvoorbeeld een deel van de geldlening al afgelost is, kan de ondernemer de bank bijvoorbeeld vragen bepaalde zekerheden te verminderen of vrij te geven (denk bv. aan pandrechten). Het is echter aan de bank om te beslissen zij dit verzoek inwilligt of niet. De ondernemer doet er goed aan hier al voor het aangaan van de geldlening afspraken over te maken. Gebeurt dat niet, dan is de ondernemer van de goede wil van de bank afhankelijk en de praktijk leert dat banken niet snel afscheid nemen van gestelde zekerheden, ook niet als er voor de bank nog steeds voldoende (andere) zekerheden resteren. Hier is het voor de ondernemer echt zaak om alert te zijn en zelf het voortouw richting de bank te nemen om afspraken te maken over wanneer zekerheden worden vrijgegeven.

Wat regelt de GKF niét?

In hoofdlijnen biedt de GKF aan MKB-ondernemers een verbeterde bescherming, nu de bank haar handelen beter inzichtelijk moet maken en dat handelen (beter) moet motiveren. Ondanks dit zitten er in de GKF nog de nodige onderwerpen die er voor zorgen dat de bank haar dominante positie grotendeels behoudt. Zo heeft de ondernemer bij het afwijzen van het rentevoorstel van de bank weinig bescherming: of het voorstel accepteren of de resterende som meteen betalen. Ook is de ondernemer nog steeds afhankelijk van de voorwaarden die de bank stelt ten aanzien van het verlenen en beheren van de geldlening. Hierover kan de ondernemer tijdens de looptijd van de financiering nauwelijks onderhandelen. Het is daarom belangrijk dat al te doen voordat er geld geleend wordt van de bank.

Conclusie

De GKF geldt voor bijna alle MKB-ondernemers en biedt die ondernemer per 1 juli 2018 in hoofdlijnen iets meer bescherming en duidelijkheid over wat van de bank verwacht mag worden. Kijkt men naar hoe dit in de GKF geregeld wordt, dan moet worden geconcludeerd dat banken toch hun overwicht houden. Voor de MKB-ondernemer is het daarom zaak goed op te letten onder welke voorwaarden geld geleend wordt van de bank en welke informatie daarbij door de bank verstrekt wordt. De MKB-ondernemer doet er daarbij goed aan zijn positie te bepalen, voordat geld geleend wordt. Alleen op die manier kan zoveel mogelijk grip worden gekregen op hoe de zakelijke relatie met de bank later vorm krijgt.

Wilt u weten wat de GKF voor uw onderneming betekent en hoe u de GKF in uw voordeel kunt gebruiken? Neem dan contact op met Jan-Gerrit Meijerink en Harm Jan Tulp.

Uw eerste aanspreekpunt:

Harm Jan Tulp

Harm Jan (advocaat sinds 1998) drijft een financiële proces- en adviespraktijk. Ondernemingen, instellingen en (vermogende) particulieren schakelen hem in ingeval van bijvoorbeeld beleggingsschade, problemen met rentederivaten of opzegging van het krediet.

Harm Jan is bestuurslid van de Vereniging voor Financieel Recht, lid van de Raden van Toezicht van Revalidatie Friesland en Schouwburg De Lawei en is lid van VNO-NCW. Harm Jan is co-auteur van de SDU-uitgave Commentaar Financieel Recht.

Daarnaast wordt Harm Jan Tulp regelmatig gevraagd voor het televisieprogramma Kassa, als het gaat om actualiteiten op het gebied van financieel recht.

0512 33 41 28 +31 (0) 6 223 748 30 h.tulp@yspeert.nl