Medisch disfunctioneren en de rol van het ziekenhuis

Inleiding

Het ziekenhuis draagt ontegenzeggelijk de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de door het ziekenhuis te verlenen patiëntenzorg. Het ziekenhuis dient klachten omtrent het functioneren van een medisch specialist dan ook zeer serieus op te pakken. In onderhavige situatie heeft het ziekenhuis echter onvoldoende oog gehad voor de belangen van de medisch specialist. Dat komt het ziekenhuis duur te staan. In dit blog wordt de uitspraak van het Hof van 17 juli 2018 (ECLI:NL:GHSHE:2018:3125) behandeld.

De casus

Het betreft hier een geschil tussen een cardio-thoracaal chirurg en het ziekenhuis waarbij hij werkzaam was. De chirurg die sinds 1 april 1998 werkzaam was bij het ziekenhuis, is betrokken geweest bij een incident dat eind augustus 2012 plaatsvond. Naar aanleiding van dit incident hebben gesprekken plaatsgevonden tussen verschillende maatschappen en de afdeling anesthesiologie van het ziekenhuis. In deze gesprekken komen meerdere klachten boven tafel, en er wordt aangegeven dat er sprake is van een gebrek aan vertrouwen in met name het medisch functioneren van de chirurg. Uit de gesprekken vloeit een status onderzoek voort, waaruit vooralsnog niet kan worden geconcludeerd dat er zorgen zijn over het chirurgisch handelen van de desbetreffende chirurg.

Vanuit de verschillende maatschappen worden echter wederom (zeer onduidelijke) zorgen geuit bij het stafbestuur (hierna: VMS) en de raad van bestuur. De chirurg dient daaropvolgend op gesprek te komen bij de raad van bestuur. Eenmaal aangekomen blijkt ook de voorzitter van de VMS en het hoofd juridische zaken van het ziekenhuis bij het gesprek aanwezig te zijn. Een tweede gesprek leidt tot de beslissing om de chirurg bijzonder verlof te verlenen in afwachting van verdere vervolgstappen.

Naar aanleiding van het verkregen bijzondere verlof verzoekt de chirurg om een objectieve deskundige die zijn medisch functioneren zou kunnen beoordelen. Daarnaast verzoekt de chirurg om een mediation traject te starten, met als doel de samenwerking binnen de maatschap(pen) te verbeteren. Aan deze verzoeken wordt geen gehoor gegeven.

Er wordt vervolgens wel een tijdelijk voorstel opgesteld door een maatschap, op basis waarvan de chirurg wordt beperkt ten aanzien van het uitvoeren van operaties en het aanspraak maken op zijn winstaandeel. Daarnaast wijst de voorzitter van de VMS de verschillende maatschappen op de mogelijkheid van het maken van een melding op basis van eventueel disfunctioneren. De verschillende maatschappen maken kenbaar van deze mogelijkheid gebruik te willen maken.

De chirurg betwist zijn disfunctioneren en verzoekt nogmaals om meetbaar en toetsbaar aan te geven op welke vlakken hij tekort zou zijn geschoten. Deze reactie wordt door de voorzitter van het VMS geïnterpreteerd als een weigering tot medewerking aan het voorstel. Dit heeft tot gevolg dat de toelatingsovereenkomst door de maatschap(pen) wordt opgezegd na toestemming van het VMS.

Uiteindelijk heeft de Raad van Bestuur de Nederlandse Vereniging voor Thoraxchirurgie (hierna: NVT) verzocht een deskundige onderzoek te laten doen naar het medisch functioneren van de chirurg. De NVT komt tot de conclusie dat de chirurg heeft gehandeld naar maatstaven van hetgeen van een redelijk bekwaam cardio-thoracaal chirurg mocht worden verwacht. Deze conclusie leidt er echter niet toe dat het ziekenhuis de opzegging intrekt. De chirurg start vervolgens een gerechtelijke procedure.

Oordeel van het Hof

Het Hof schaart zich achter het oordeel van de Rechtbank dat het ziekenhuis in onderhavige situatie onrechtmatig heeft gehandeld jegens de chirurg. Het Hof hecht hierbij grote waarde aan bepaalde omstandigheden:

  • De chirurg heeft gedurende langere tijd enkel via indirecte weg kunnen vernemen dat er kritiek bestond op zijn functioneren;
  • Deze kritiek werd voor een langere tijd onvoldoende concreet gemaakt;
  • De cardiologen hebben geweigerd om concreet met de chirurg te spreken over hun kennelijke kritiek op zijn medisch functioneren;
  • Ook vonden diverse overleggen over het functioneren van de chirurg plaats zonder dat hij daarbij aanwezig was.

Het Hof is van mening dat het voorstelbaar is dat de chirurg zich tegen deze gang van zaken heeft verzet. Het verzoek om objectief deskundig onderzoek en mediation is door het ziekenhuis gekwalificeerd als externaliserend en weigerachtig gedrag van de chirurg. Deze kwalificatie en het op geen enkele wijze tegemoet komen aan deze verzoeken is onterecht, aldus het Hof. De verzoeken van de chirurg kunnen, bovenstaande omstandigheden in aanmerking genomen, niet als onredelijk worden beschouwd.

Daarnaast vindt het Hof het uiterst kwalijk dat het ziekenhuis klakkeloos is voortgegaan op de door de VMS uitgezette koers. Het ziekenhuis heeft de maatschappen enkel aangemoedigd om meldingen te maken van het mogelijke disfunctioneren, zonder deze meldingen kritisch te benaderen. Er heeft geen nader, deugdelijk onderzoek naar de juistheid van de verwijten plaatsgevonden. Evenmin heeft het ziekenhuis de meldingen besproken met de chirurg. De chirurg is derhalve niet in de mogelijkheid geweest om zichzelf te kunnen verdedigen. Aldus is er, volgens het Hof, steeds verdere polarisatie opgetreden.

Het Hof overweegt concluderend, dat het ziekenhuis geen enkel oog heeft gehad voor de gang van zaken leidend tot de meldingen door de betrokken maatschap(pen). Tot slot heeft het ziekenhuis geen eigen deugdelijk onderzoek gedaan naar de feiten die aan de opzegging ten grondslag liggen. Deze handelswijze wordt als onrechtmatig aangemerkt.

Conclusie

Ziekenhuizen moeten ervoor waken om met een tunnelvisie naar klachten te kijken, uit angst voor medische missers. Zelfs indien er wel sprake was van medisch disfunctioneren van de chirurg, neemt dit in deze casus de onrechtmatige handelswijze van het ziekenhuis niet weg. Het ziekenhuis wordt verplicht een zeer riant bedrag aan schadevergoeding te betalen.

Uw eerste aanspreekpunt:

Kristien Croezen

Kristien studeerde Nederlands recht aan de RUG (specialisatie privaatrecht) en in de tussentijd ook HBO-rechten (bestuursrecht en privaatrecht) aan de Hanzehogeschool Groningen.  Voordat zij de advocatuur in ging, was zij onder meer griffier bij de sector civiel van de rechtbank Groningen. Kristien is met name actief op het gebied van huurrecht, arbeidsrecht en het gezondheidsrecht. Zij deelt haar ervaringen en kennis graag door middel van het geven van lezingen en schrijven van blogs.

050 207 16 08 +31 (0) 6 546 340 49 k.croezen@yspeert.nl