Kerstbomen, oliebollen en gillende keukenmeiden

Het einde van het jaar nadert. Dat merk je op straat: de kerstbomen verschijnen, de feeststraatverlichting (van gemeentewege) brandt en de oliebollenkramen vermenigvuldigen zich. Je merkt het ook op kantoor. In de praktijk zien wij jaarlijks twee pieken. Vlak voor kerst en vlak voor de zomer is het extra druk. Ik vermoed dat dit komt doordat veel klanten graag met een schone lei aan het nieuwe jaar/schooljaar beginnen. Dan is het fijn om vlak voor die frisse start kwesties aangepakt te hebben en te genieten van een vakantie, vrij van ‘juridisch geneuzel’. Toch? Om dan toch die betweterige jurist op een kerstdinertje te zijn… de kerstvakantie staat bol van juridische zaken.

Kerstbomenverkoop

Ik begin bij uw kerstboomverkoper. Veel mensen kopen zo’n boom op de markt. De verkoper van die bomen mag daar niet zo maar staan. Juristen zeggen dan:

Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben.’

Een standplaats wordt vervolgens gedefinieerd:

Het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel van diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals kraam, een wagen of een tafel.’

Onze kerstboomverkoper voldoet aan de definitie en heeft – al dan niet tijdelijk of ‘seizoensgebonden’ – een ‘standplaatsvergunning’ nodig. Die vergunning kan dan weer niet worden verleend als het gebruik van de locatie waar de kerstbomen uitgestald staan in strijd is met het bestemmingsplan. Voor dit alles geldt doorgaans een beslistermijn van 8 weken die (vaak) ook nog eens kan worden verlengd met opnieuw 8 weken. Mocht u kerstbomen willen verkopen, dan doet u er goed aan die aanvraag uiterlijk medio augustus in te dienen.

Ook als u uw boom in eigen tuin zou kappen bent u mogelijk nog niet ontsnapt aan het recht. Misschien heeft u wel een ‘omgevingsvergunning voor kappen’ nodig omdat uw kerstboom deel uit maakt van de ‘Groene Hoofdstructuur’ van uw woonplaats.

Oliebollenkraam

Dan de oliebollenkraam. U ziet natuurlijk direct dat ook een oliebollenkraam voldoet aan de hierboven genoemde eisen. Een standplaatsvergunning lijkt al vlot noodzakelijk. Daarnaast staan oliebollenkramen vaak op locaties grenzend aan parkeerterreinen of op hoeken van kruispunten. Locaties dus waar veel mensen langs komen. Een verkoper zou maar zo op een locatie staan die deel uit maakt van ‘de weg’. Waarom zou dat nu weer interessant kunnen zijn? In veel algemene plaatselijke verordeningen staat de volgende bepaling:

Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, indien:

  1. het gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; of
  2. het gebruik niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.

Maar wat is dan precies ‘de weg’? Dit is bepaald in de Wegenverkeerswet 1994. Daarin staan wegen gedefinieerd als:

‘alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten’.

U ziet; daaronder valt bijvoorbeeld ook de stoep. Voor zover de eerder genoemde standplaatsvergunning niet voorziet in een ontheffing van dit verbod dan geldt dat de oliebollenkraam een vergunning nodig zou kunnen hebben voor het ‘anders gebruiken van de weg’.

Vuurwerk

Een derde decembermaand-verschijnsel is het vuurwerk. Waarschijnlijk weet u dat er best veel regelgeving is met betrekking tot vuurwerk. Met name het onderscheid tussen consumentenvuurwerk en professioneel vuurwerk wordt daarin gereguleerd. Door deze regelgeving kan er ook gehandhaafd worden op ‘illegaal vuurwerk’. Waarschijnlijk is het ook geen verassing dat voor de opslag en verkoop van vuurwerk strenge regels gelden waarop in de praktijk veelvuldig toezicht en handhaving plaats vindt. Deze regels zien met name op de professionele verkopende partijen.

Er zijn ook regels voor de consumenten. In het Vuurwerkbesluit (artikel 2.3.6) is bepaald dat het verboden is om consumentenvuurwerk af te steken op een ander tijdstip dan tussen 31 december 18.00 uur en 1 januari 02.00 uur van het daarop volgende jaar.

Dit is niet de enige beperking. In de Algemene plaatselijke verordening staat het volgende verbod:

  1. Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het college aangewezen plaats in het belang van het voorkomen van gevaar, schade of overlast.
  2. Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te gebruiken als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.
  3. (…)

De twee leden van dit artikel kondigen een algeheel verbod af op het afsteken van vuurwerk. Het eerste lid ziet op gebieden die door het college zijn aangewezen. Dit gebeurt in steeds meer gemeenten (bijvoorbeeld Leeuwarden, Groningen en Eemsmond). Dit zijn de zogenoemde vuurwerkvrije zones. Het tweede lid ziet op het afsteken van vuurwerken op gevaarlijke plekken zoals in groepen mensen, in een passage, een portiek of andere plek waardoor schade kan ontstaan. Op deze locaties dus geen grondtollen, bengaalse fakkels of gillende keukenmeiden. Dan nog een laatste wetenswaardigheid; er gelden minimumleeftijden voor het afsteken van vuurwerk; te weten 12, 16 of 18 jaar. Dit staat op de verpakking. Ik ben benieuwd of uw kleine neefje hiervan op de hoogte was.

Conclusie

Met voorgaande wetenswaardigheden over de Algemene Plaatselijke Verordening (de APV) heeft u hopelijk voldoende juridische gesprekstof bij het familie-kerstdiner of alle nieuwjaarsborrels. Bij deze feestjes heeft u nu geen betweterige jurist meer nodig. Wij zien u volgend jaar graag, met uw schone of minder schone lei, bij ons op kantoor terug.

Mede namens de collega’s van Yspeert fijne kerstdagen en een gelukkig nieuwjaar.

 

Uw eerste aanspreekpunt:

Elzelou Grit

Elzelou studeerde Nederlands Recht (cum laude) specialisatie Staats- en bestuursrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zij werkte bij twee (middel)grote advocatenkantoren in Noord-Nederland en bij een bestuursrechtelijk en bestuurskundig onderzoeks- en adviesbureau voor overheden. Elzelou volgde in 2018 de specialisatieopleiding Omgevingsrecht (voorheen ruimtelijke ordening en milieu) aan de Grotius Academie in Nijmegen. Zij is lid van de rekenkamercommissie Midden-Drenthe. Die commissie controleert rechtmatigheid en doelmatigheid van het door de gemeente gevoerde bestuur. Ten slotte is zij lid/voorzitter van de Commissie Bezwaar en Beroep van de Provincie Flevoland. Deze commissie adviseert Gedeputeerde Staten over de rechtmatigheid van genomen besluiten.

050 314 42 80 +31 (0) 6 550 000 98 e.grit@yspeert.nl