Kapitalisatie van toekomstige schade

Nieuwe kapitalisatienorm levert enorm voordeel op bij afwikkeling van toekomstige schade

Als bij een auto-ongeval schade wordt geleden, dan blijft de schade niet altijd beperkt tot de schade aan de auto, de ambulancekosten en de kosten voor de behandelingen aan de verwondingen. Namelijk, als het slachtoffer letsel oploopt en arbeidsongeschikt raakt, dan lijdt hij ook schade in de toekomst. Had het ongeluk nooit plaatsgevonden, dan had hij zijn hele leven kunnen blijven werken, maar nu loopt hij loon mis. Dit gemiste loon is een voorbeeld van toekomstige schade.

Zodra er een regeling wordt getroffen om de toekomstige schade te vergoeden, moet dat bedrag worden gekapitaliseerd. Voordat u na het lezen van dit woord al afhaakt, adviseer ik u toch nog even door te lezen. Onlangs zijn er twee interessante uitspraken gedaan over de kapitalisatie die tot een verschil van tienduizenden euro’s kan leiden bij het afwikkelen van schade. In dit blog wordt uitgelegd wat kapitalisatie inhoudt en wat voor invloed de twee uitspraken hebben op de mogelijke schadevergoeding die wordt toebedeeld aan slachtoffers met letselschade.

Wat betekent kapitalisatie?

Kapitalisatie is een duur woord waarmee aangegeven wordt dat het totale bedrag dat betaald wordt voor toekomstige schade, nog gecorrigeerd moet worden met de inflatie en het mogelijke rendement; het rendement dat behaald kan worden door dat geld te beleggen of de rente die daarover kan worden ontvangen. Door het totale bedrag te kapitaliseren wordt berekend welk bedrag nu nodig is om de schade in de toekomst te dekken.

De vraag is natuurlijk, welk percentage voor het rendement en de inflatie moet worden toegepast. Tot voor kort werd voor de rente 6% gerekend en voor de inflatie 3%. U kunt zich afvragen of die percentages nog wel reëel zijn. De spaarrente is gedurende de laatste tien jaren enorm gedaald en dreigt zelfs negatief te worden. Dat de inflatie en rente aan veranderingen onderhevig zijn, is in de letselschadewereld al eerder opgemerkt. Een werkgroep heeft voor de Letselschade Raad in een conceptrichtlijn van juli 2017 de zojuist genoemde percentages sterk naar beneden bijgesteld. Deze conceptnorm is tot op de dag van vandaag nog niet aangenomen door de Letselschade Raad. Om deze reden heeft de conceptrichtlijn dus nog geen bindende werking.

Toepassing van de nieuwe norm

In twee recente uitspraken hebben de rechters de in de conceptrichtlijn vastgestelde percentages desondanks toegepast bij de kapitalisatie. De rechtbank heeft geoordeeld dat de werkgroep die de conceptrichtlijn heeft opgesteld, uit is gegaan van de juiste toetsingsmaatstaf. Daarnaast zouden de normpercentages goed en inzichtelijk zijn onderbouwd volgens de rechter. De conceptrichtlijn van juli 2017 blijkt de meest recente normen te hanteren en wordt gezien als de meest recente expert-opinion. Mogelijk hebben de rechters een nieuwe standaard gecreëerd die in de toekomst ook door andere rechters zal worden toegepast. Dit betekent dat de volgende percentages vooralsnog worden gehanteerd.

De norm van conceptrichtlijn die recentelijk door rechters is toegepast:

Looptijd 1e – 5e jaar 6e – 20e jaar Na 20 jaar
Rendement 1,3% 2,2% 3,6%
Inflatie 1,5% 1,6% 1,9%
  • Voor de eerste vijf jaren zal dit uitkomen op -0,2% rekenrente (1,5%- 1,3%); voor de daarop volgende 15 jaren 0,6% rekenrente en daarna (na het 20e jaar 1,7% rekenrente.

De gevolgen

Of rechters in de toekomst ook gebruik blijven maken van de conceptrichtlijn is niet met zekerheid te zeggen. Wel is duidelijk dat wanneer deze norm wordt toegepast het voor de benadeelde een groot verschil kan maken in de hoogte van het uit te keren bedrag. Het bedrag kan in bepaalde gevallen namelijk tienduizenden euro’s hoger uitvallen dan wanneer de conceptrichtlijn van juli 2017 niet zou worden toegepast.

Een voorbeeld:

Stel, u lijdt de komende 10 jaar, ieder jaar €10.000 schade. In totaal dus €100.000. Als u dan uitgaat van de “oude” percentages, dan zult u in totaal € 86.710,- ontvangen. Indien uitgegaan wordt van de rekenrente van de conceptrichtlijn gaat u veel meer ontvangen, namelijk € 99.550,-. Dit is een verschil van €12.840,-.

Aangezien twee rechters de conceptrichtlijn al hebben gehanteerd, is de verwachting dat andere rechters dit voorbeeld zullen volgen. Zoals het voorbeeld hierboven laat zien, levert het toepassen van de “nieuwe” percentages, een enorm verschil op in uw voordeel bij het regelen van de toekomstige schade.

Mocht u vragen hebben naar aanleiding van dit blog of meer willen weten over dit onderwerp? Neem dan gerust contact op met Sjoerd de Jong.

Uw eerste aanspreekpunt:

Sjoerd de Jong

Sjoerd studeerde Nederlands recht aan de Rijksuniversiteit Groningen, met als specialisatie Privaatrecht. Na de studie heeft Sjoerd drie jaar bij een verzekeraar gewerkt waar hij zich bezighield met verzekeringsrecht, verkeersrecht en aansprakelijkheidsrecht. Daarnaast was hij verantwoordelijk voor het voeren van gerechtelijke procedures.

050-2071605 +31(0) 6 81 16 89 00 s.dejong@yspeert.nl