ingrediënten voor (on)succesvolle handhaving

Handhavingskwesties halen met regelmaat de regionale bladen. Zie bijvoorbeeld de volgende selectie van willekeurige krantenartikelen:

Foutje in de APV: bebouwde kom Emmen verboden terrein voor honden
Schiermonnikoog overhangende takken vanuit tuin verboden
Frietzaak in Deventer gesloten door gemeente
Geluidsnormen naleven tijdens nieuw festival Wijthmenerplas
Gezondheidsrisico’s door geurhinder biovergisters

Handhaving gaat niet altijd goed. Welke zaken zijn nu nodig voor een succesvolle handhaving, of andersom geredeneerd, op welke gronden kan een onterechte handhavingsactie worden aangevochten.

Te overtreden verbod

Een overheid kan uit zich zelf (ambtshalve) of op verzoek van een burger/ondernemer tot handhaving over gaan. Voor handhaving is in de eerste plaats een verbod om te overtreden vereist. Dit betekent dat in een wettelijk voorschrift of vergunning iets verboden is. In de krantenartikelen hierboven gaat het daarbij bijvoorbeeld om het verbod om honden (onaangelijnd) te laten lopen in het centrum, het verbod om een horecaonderneming te hebben zonder exploitatievergunning. De letterlijke tekst van het verbod is in principe doorslaggevend. Als een verbod onduidelijk, onjuist of subjectief is geformuleerd, kan dat door de ‘vermeend overtreder’ een geslaagde grond zijn voor bezwaar. Zo zal het verbod: ‘het is verboden geurhinder te veroorzaken’, al snel discussies veroorzaken over de vraag wat geurhinder is en wat niet.

Een overtreder

Vervolgens zal een (rechts)persoon in strijd moeten handelen met het eerder genoemde verbod, dit is de overtreder. Iemand kan alleen een overtreder zijn als het verbod zich ook tot die persoon heeft gericht. Zo is het bijvoorbeeld verboden te bouwen zonder omgevingsvergunning. Die norm richt zich tot ‘een bouwer’. Koopt iemand een woning met een illegale uitbouw, dan is dat niet degene die heeft gebouwd. Het verbod om zonder vergunning te bouwen is dan niet door die persoon overtreden. Om misverstanden te voorkomen; er geldt wel een ander verbod dat het verboden is om een illegaal bouwwerk in stand te laten, dit is een norm die zich weer wel richt tot de koper uit het voorbeeld.

Voor een overheid is het daarmee zaak om scherp te houden wie welk verbod overtreedt. Bij een onderneming met verschillende werkmaatschappijen zal de vastgoedvennootschap doorgaans niet de milieuactiviteiten uitvoeren. De vastgoedvennootschap zal dan mogelijk niet als overtreder van een voorschrift uit de inrichtingenvergunning worden aangemerkt, terwijl de vennootschap die de inrichting drijft doorgaans niet de overtreder is van een ‘bouwverbod’.

Optioneel; een belanghebbende

Veel handhavingsprocedures beginnen met een handhavingsverzoek. Een handhavingsverzoek kan alleen worden ingediend door een belanghebbende. Daarmee geldt dat in principe alleen degene die rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt van een (illegale) activiteit belanghebbende is bij een handhavingsbesluit. Op het perceel van de verzoeker zal sprake moeten zijn van gevolgen van enige betekenis als gevolg van de illegale activiteiten. Factoren als afstand tot, zicht op, planologische uitstraling van en milieugevolgen (o.a. geur, geluid, licht, trilling, emissie, risico) in onderlinge samenhang worden bezien. Ook aard, intensiteit en frequentie van de feitelijke gevolgen kunnen van belang zijn. Bent u een verzoeker tot handhaving dan is het zaak aannemelijk te maken welke concrete gevolgen op uw perceel u door de illegale activiteiten ervaart.

Bevoegd gezag

Het is een open deur, maar ook in handhavingskwesties kan alleen een bestuursorgaan dat bevoegd is om handhavend op te treden ook daadwerkelijk optreden. In sommige situaties is het niet altijd duidelijk welk bestuursorgaan waartoe bevoegd is. Dit geldt bijvoorbeeld bij de handhaving van de Wet natuurbescherming. Veelal zijn Gedeputeerde Staten van de provincie bevoegd, maar bij bijvoorbeeld landelijke projecten is dit juist weer de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Eenzelfde soort discussie speelt bij bodem(verontreinigings)zaken. Veelal zijn wederom Gedeputeerde Staten bevoegd, maar in sommige gevallen is dit overgedragen aan B&W’s van (grotere) gemeenten. Voor een overheid is het relevant om 100% zeker te zijn van de bevoegdheid en dit in een voorkomend geval af te stemmen met het orgaan dat mogelijk (ook) bevoegd is. Voor de ‘vermeend overtreder’ is het relevant om na te gaan of degene die handhavend optreedt daartoe ook werkelijk bevoegd is.

Conclusie

Handhaving is een ingrijpende overheidsbevoegdheid. Als wordt overgegaan tot handhaving dienen in ieder geval alle voorgaande ‘ingrediënten’ aanwezig te zijn. Heeft u te maken met handhaving, bijvoorbeeld als (vermeend) overtreder of als handhaver, schroom dan niet om contact op te nemen met onze specialisten.

 

Uw eerste aanspreekpunt:

Elzelou Grit

Elzelou studeerde Nederlands Recht (cum laude) specialisatie Staats- en bestuursrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zij werkte bij twee (middel)grote advocatenkantoren in Noord-Nederland en bij een bestuursrechtelijk en bestuurskundig onderzoeks- en adviesbureau voor overheden. Elzelou volgde in 2018 de specialisatieopleiding Omgevingsrecht (voorheen ruimtelijke ordening en milieu) aan de Grotius Academie in Nijmegen. Zij is lid van de rekenkamercommissie Midden-Drenthe. Die commissie controleert rechtmatigheid en doelmatigheid van het door de gemeente gevoerde bestuur. Ten slotte is zij lid/voorzitter van de Commissie Bezwaar en Beroep van de Provincie Flevoland. Deze commissie adviseert Gedeputeerde Staten over de rechtmatigheid van genomen besluiten.

050 314 42 80 +31 (0) 6 550 000 98 e.grit@yspeert.nl