Een in beslag genomen paard in gerechtelijke bewaring: wie heeft de “teugels” in handen?

Een wederpartij het leven flink zuur maken en aan de onderhandelingstafel dwingen? Dat kan — gemakkelijk zelfs. U verzoekt de rechter ‘conservatoir’ beslag te mogen leggen en dezelfde dag nog is het duurste paard van stal op de wagen. Bij een conservatoir beslag ontneemt u de wederpartij de ‘beschikkingsmacht’ over een bepaalde onroerende zaak. Dit betekent dat iemand een paard waarop beslag is gelegd niet kan leveren aan een ander. Nergens anders in Europa is het zo gemakkelijk om ‘conservatoir’ beslag te leggen als in Nederland.

Conservatoir beslag is beslag dat gelegd wordt voorafgaand of tijdens een gerechtelijke procedure. Een beslag wordt doorgaans gelegd door een partij die nog geld of een zaak van een ander wenst te krijgen. Beslag op een paard is denkbaar als een partij nog geld van de paardeneigenaar wenst te krijgen of als de vrees bestaat dat een paard in strijd met een afspraak wil gaan verkopen. Reeds een vermoeden is genoeg om beslag te kunnen leggen. De beslaglegger krijgt het voordeel van de twijfel totdat het tegendeel – vaak jaren later – bewezen is.

Een praktijkvoorbeeld is de in de media veel besproken zaak van de KWPN-hengst ‘Chippendale’. In 2015 heeft het nichtje van de koning van Bahrein beslag laten leggen op ‘de helft’ van Chippendale. Het nichtje en mede-eigenaar (Van Olst Horses) waren samen eigenaar van Chippendale. Beiden voor ieder 50%. Tussen beide eigenaren waren financiële onenigheden ontstaan. Daarnaast hadden beiden een eigen visie op het management van de hengst. Dit was voor de kantonrechter voldoende aanleiding om het verzoek tot conservatoir beslag toe te wijzen en Chippendale gedurende de procedure bij een door de rechtbank aangewezen derde in bewaring te geven. Na langdurig juridisch getouwgetrek mocht de hengst in 2017, ruim twee jaar later, weer naar de stal van Van Olst Horses terugkeren, nadat de voorzieningenrechter had geoordeeld dat het beslag en de bewaring van de hengst onmiddellijk moest worden opgeven. Natuurlijk is deze uitkomst gunstig voor Van Olst Horses, maar de stress en de hoge kosten van het geschil laten een zure smaak na.

Start conservatoir beslag: een standaard formuliertje is voldoende

Het leggen van conservatoir beslag kan simpelweg door een verzoekschrift (beslagrekest) in te dienen bij de rechtbank. In een verzoekschrift staat om welke vordering het gaat en waarop beslag dient te worden gelegd. Dit is een eenzijdige, schriftelijke procedure. Dit betekent dat degen bij wie beslag wordt gelegd in de regel geen kans krijgt om zijn kant van het verhaal te vertellen. De rechter beslist enkel op grond van de informatie die de beslaglegger aanlevert. Zodra er beslag wordt gelegd op een paard betekent dit dat de eigenaar het paard niet mag vervreemden (bijvoorbeeld verkopen).

Einde conservatoir beslag: een bodemprocedure of opheffingskort-geding

De beslagene kan tegen het leggen van beslag weinig ondernemen. Omdat de schuldenaar niet hoeft te worden gehoord, wordt hij in de meeste gevallen pas met de stellingen van de beslaglegger geconfronteerd nadat het beslag is gelegd. Als de beslagene het niet eens is en niet gaat schikken met de beslaglegger, moeten partijen een procedure door, die in een geval zoals de zaak rond ‘Chippendale’ zo twee jaar of langer kan duren.

Naast het doorlopen van een (bodem)procedure bestaat de mogelijkheid om een zogenaamde opheffingskortgeding op te starten om de rechter te overtuigen van het feit dat het beslag ten onrechte gelegd is. De rechter zal het beslag pas opheffen indien door de beslaglegger niet aan alle vormvereisten is voldaan of waar ‘summierlijk’ de ondeugdelijkheid en/of onnodigheid van het gelegde beslag blijkt. Bij de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een situatie waarin er beslag is gelegd voor een verjaarde vordering of een kennelijk niet bestaande vordering. Een beslag is onnodig als de beslagene voldoende verhaal biedt om de vordering van de beslaglegger te voldoen zodra die is vastgesteld en er geen zogenaamde vrees voor verduistering van het paard aanwezig is. U zou misschien verwachten dat in een dergelijk kort geding de beslaglegger moet aantonen dat er een gegronde claim is. Maar zo werkt het in de praktijk niet. Op degene die opheffing van het beslag vordert rust een forse stelplicht. De reden hiervoor is het zwaarwegende belang achter het kunnen leggen van een conservatoir beslag; te weten de waarborging van verhaalsmogelijkheid. Om deze reden is het niet zonder meer aannemelijk dat de rechter tot opheffing zal overgaan op grond van de ondeugdelijkheid van het gelegde beslag.

Paard in gerechtelijke bewaring – de teugels volledig uit handen getrokken!

In beslag genomen (wedstrijd)paarden worden veelal gelijk in bewaring genomen en toevertrouwd aan de zorgen van een door de beslaglegger aangewezen gerechtelijk bewaarder. Artikel 709 lid 1 Rechtsverordening vormt daarvoor de wettelijke basis. Voor een paard dat in bewaring wordt gegeven geldt juridisch dezelfde zorgplicht voor de bewaarder als voor een auto of wasmachine. U begrijpt dat een paard andere zorg nodig heeft dan een auto of wasmachine. In de praktijk betekent dit voor paarden dat de gerechtelijk bewaarder het paard zal verzorgen en mogelijkerwijs zal moeten trainen en (zelfs) uitbrengen op wedstrijden (zie een kwestie bij de Rechtbank Oost-Brabant op 26 september 2017 (ECLI:NL:RBOBR:2017:5125). De rechter overwoog in die zaak dat het paard gedurende de bewaring moet worden getraind en moet deelnemen aan wedstrijden. Dit omdat een paard zijn waarde verliest als het niet traint en niet op wedstrijden verschijnt. Het is echter aan de bewaarder om te bepalen op welke wijze het paard wordt getraind.

Samengevat

Vooralsnog hebben wij te maken met een onevenwichtig beslagsysteem met beperkte waarborgen voor de beslagene. Een beoordeling van nog geen tien minuten is genoeg om iemand het recht te geven een paard te ontvreemden en jarenlang in bewaring te geven aan een derde. Ligt er eenmaal beslag op een paard, dan kom je er heel lastig weer vanaf.

Als een paard in bewaring wordt genomen, staat u als paardeneigenaar volledig buitenspel. De gerechtelijk bewaarder heeft in beginsel enige vrijheid heeft om te bepalen hoe hij zijn zorgplicht uitvoert. Dit houdt in dat het paard op een andere wijze zal worden getraind en mogelijkerwijs op het moment van opheffing van het beslag een ander trainingsniveau heeft. Afgevraagd dient te worden of het in gerechtelijke bewaring nemen van een paard  dan wel in het belang van de betrokken partijen is.

Conservatoir beslag is bedoeld voor de situatie waarin een schuldeiser vreest dat zijn schuldenaar verhaal of levering onmogelijk zal maken voordat hij zijn vordering kan verhalen of het goed geleverd wordt. In de praktijk wordt het vooral als pressiemiddel gebruikt. Bedrijven wegen dan af of het goedkoper is om te schikken of om een bodemprocedure te voeren.

Heeft u te maken met beslagleggingen of wilt u beslag leggen?  Dan kan onze specialist samen met u de gegrondheid van het beslag bekijken en zo nodig namens u de vereiste juridische stappen ondernemen. Ook wanneer u zelf als gerechtelijk bewaarder aangesteld bent en hierover vragen heeft, kunt u gerust contact opnemen met Martin Ueffing, onze specialist hippisch recht.

Uw eerste aanspreekpunt:

Martin Ueffing

Martin, opgegroeid in Duitsland, studeerde Europees en Internationaal Recht aan de Universiteit van Maastricht en rondde vervolgens ook zijn master Strafrecht, Criminologie en Forensica cum laude af. Martin behaalde een tweede master in Engels privaatrecht aan de Oxford Brooks University in London. Hij heeft eerder gewerkt als jurist bij een advocatenkantoor en bij een incassobureau. Martin is gespecialiseerd in het hippische recht en ondernemingsrecht.

050-3144280 m.ueffing@yspeert.nl