De aansprakelijkheid van een werkgever

Een ongeval zit in een klein hoekje, ook op het werk en een werkgever is al vrij snel aansprakelijk voor de schade.

In dit blog zullen we aandacht besteden aan de werkgeversaansprakelijkheid. Een werkgever heeft namelijk een ruime zorgplicht voor de mensen die voor hem werken. Een werkgever dient te zorgen voor een veilige werkplek en dient instructies te geven. Dit geldt zowel bij banen waarbij op hoogte gewerkt wordt, maar ook voor het werken in een relatief veilige omgeving, zoals een kantoorbaan.

Het wettelijk kader

Werkgeversaansprakelijkheid is te vinden in artikel 7:658 Burgerlijk Wetboek (BW). Hierin staat dat een werkgever aansprakelijk is als een werknemer schade lijdt in de uitoefening van zijn werkzaamheden, tenzij de werkgever kan aantonen dat hij voldaan heeft aan zijn zorgplicht (om te voorkomen dat de werknemer schade lijdt in de uitvoering van zijn werkzaamheden).

In de eerste plaats dient dus vastgesteld te worden dat er schade geleden is in de uitoefening van de werkzaamheden. Deze bewijslast ligt bij de werknemer. In de praktijk is dit meestal eenvoudig aan te tonen, maar niet altijd. Een voorbeeld waarbij het bewijs lastiger is, zijn RSI klachten. Deze klachten kunnen immers ook ontstaan als een werknemer thuis veel achter de computer zit. Een zelfde discussie kan spelen bij sommige ziektes. De vraag is dan; is de ziekte veroorzaakt door de werkzaamheden. De Hoge Raad heeft werknemers wel een handje geholpen door in het arrest Unilever-Dikmans (HR 17 november 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA8369), een arbeidsrechtelijke omkeringsregel te formuleren. Als er een voldoende mate van zekerheid bestaat over het mogelijke causaal verband tussen de schade en de arbeidsomstandigheden, dan kan het zijn dat de werkgever moet aantonen dat de schade niet ontstaan is door het werk of de arbeidsomstandigheden. Om een beroep te kunnen doen op de omkeringsregel, is het wel van belang dat de werknemer hiervoor voldoende stelt en motiveert. De omkeringsregel wordt door de rechter niet klakkeloos toegepast.

Als vast staat dat de schade op het werk geleden is, dan is de werkgever voor die schade aansprakelijk, tenzij hij kan aantonen dat hij heeft voldaan aan zijn zorgplicht om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt. Dit laatste is (slechts) het geval als de werkgever alle redelijkerwijs te treffen veiligheidsmaatregelen heeft getroffen. Dit wordt overigens niet snel aangenomen omdat het de (wettelijke) taak van de werkgever is om te zorgen voor een veilige werkplek en dat er instructies gegeven worden. Voor een werkgever is het dus van belang om regelmatig te controleren of aan deze wettelijke plicht (nog) wordt voldaan. Bijvoorbeeld voor een werkgever in de bouw geldt dat één keer een instructie geven over hoe een werknemer met een steiger moet werken is niet voldoende.

Met name bij routinewerkzaamheden, moet de werkgever extra alert zijn. Ook mag er van de werkgever verwacht worden dat hij onderzoekt of er risico’s bestaan en of hij bekend had kunnen zijn met de risico’s. De werkgever is namelijk niet aansprakelijk voor risico’s die hij in het geheel niet kon kennen. Ten slotte is er nog een laatste escape voor de werkgever. Als er sprake is van bewuste roekeloosheid (eigen schuld) van de werknemer, dan is de werkgever niet aansprakelijk. Uit de rechtspraak blijkt echter dat dit een kansloos verweer is geworden.

Reikwijdte artikel 7:658 BW

Uit de rechtspraak blijkt dat de reikwijdte van het artikel ver gaat.

Bijvoorbeeld
In het PTT Post/Baas-arrest (Hoge Raad 19 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:ZC3689) is de situatie als volgt: een postbezorger parkeert zijn busje langs de kant van de weg. Wanneer hij de bestelwagen opent, waait er een brief de autoweg op. De postbezorger rent er achteraan en op dat moment komt er net een auto aan. Er ontstaat een ongeval en de postbezorger lijdt schade. Hij stelt hiervoor zijn werkgever aansprakelijk. In deze zaak heeft de Hoge Raad geoordeeld dat PTT Post onvoldoende maatregelen had getroffen om een situatie als deze te voorkomen, vooral omdat aan de werkzaamheden van de postbezorger aanzienlijke risico’s verbonden waren. De zorgplicht werd dus door de werkgever geschonden.

Recent voorbeeld

Een vrij recente uitspraak van het Gerechtshof Den Haag d.d. 21 mei 2019 (ECLI:NL:GHDHA:2019:1266) is een voorbeeld van de rekbaarheid van het begrip ‘tijdens de uitoefening van de werkzaamheden’. Het ging in deze zaak om een vrouw (werkneemster) die tijdens het doen van haar boodschappen in een Aldi onderuit gleed. Zij was ook werkzaam bij deze Aldi. De vrouw stelt nu haar werkgever aansprakelijk voor de val. Aldi beweert dat zij niet aansprakelijk is omdat de werkneemster boodschappen aan het doen was na werktijd en tijdens privéwerkzaamheden. Toch heeft het hof hier geconcludeerd dat de werkgever niet verlost is van haar verplichtingen wanneer een ongeval na werktijd plaatsvindt. De vrouw heeft boodschappen gedaan op haar werkplek, weliswaar na het verloop van haar dienst maar voor het verlaten van de werkplek. Het hof stelt om deze reden dat de genoemde handelingen zo nauw verbonden zijn met het dienstverband van de vrouw bij Aldi en de uitoefening van haar werkzaamheden op de werkplek die zij nog niet verlaten had, dat het ongeval moet worden aangemerkt als een ongeval in de uitoefening van haar werkzaamheden.

Maar de aansprakelijkheid is niet onbeperkt. De werknemer die werkzaam is bij de reclassering en ’s avonds na diensttijd ongewild thuis wordt bezocht door een cliënt en hierbij mishandeld werd, kon geen beroep doen op artikel 7:658 BW.

Een andere wettelijke grondslag: artikel 7:611 BW (goed werkgeverschap)

Ook artikel 7:611 BW (goed werkgeverschap) biedt een basis voor schadevergoeding. In het arrest De Kok/Jansen’s Schoonmaakbedrijven (Hoge Raad 17 november 1989, ECLI:NL:HR:1989:AG6197) heeft de Hoge Raad zich voor het eerst over de verhouding tussen artikel 7:658 BW en artikel 7:611 BW uitgelaten. Artikel 7:611 BW wordt veelal gebruikt bij grensgevallen tussen werk en privé. Dit zijn vaak kwesties die buiten de reikwijdte van artikel 7:658 BW vallen, maar wel een duidelijk verband laten zien tussen het ontstaan van de schade bij de werknemer en diens werk. Hierbij kunt u denken aan schade die is ontstaan bij bedrijfsuitjes of woon-werkverkeer.

Artikel 7:658 BW is een schuldaansprakelijkheid. Artikel 7:611 BW houdt een risico aansprakelijkheid in. Dit betekent dat bijvoorbeeld eigen schuld van een werknemer in deze situatie wel een rol speelt. Schadevergoedingen op grond van artikel 7:611 BW vallen over het algemeen dan ook lager uit.

Uw eerste aanspreekpunt:

Karin Kamps

Karin studeerde Nederlands Recht aan de Rijksuniversiteit Groningen, met keuzevak Letselschade en Beroepsziekten. Karin is advocaat sinds 2005 en heeft daarvoor als jurist gewerkt. In 2019 heeft Karin de leergang letselschade gevolgd aan de Academie voor de Rechtspraktijk.

050 2071664 k.kamps@yspeert.nl