Een consument kan een gekocht paard wél in de bek kijken

Hippische ondernemers let op de non-conformiteit bij de (ver)koop van paarden aan consumenten

Met een omzet van rond de 2 miljard euro per jaar, 10.000 bedrijven en 450.000 geregistreerde paarden is de Nederlandse paardensector er zeker een om rekening mee te houden. Het is dan ook niet verbazend dat Nederlandse topsportpaarden zeer gewild zijn in het buitenland. Het zijn vooral vaak zeer vermogende buitenlanders die in Nederland topsportpaarden komen kopen. Het is voor Nederlandse paardenhandelaren en fokkers aantrekkelijk om met dergelijke vermogende potentiële kopers in zee te gaan.

Vaak hebben Nederlandse paardenondernemers daarbij echter ook te maken met particulieren. Bij een koper die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf is het consumentenrecht van toepassing. Het consumentenkooprecht wordt door paardenhandelaren vaak als uiterst onredelijk gezien en te veel op de hand van de (consument)koper. Niet zelden hoor ik van hippische ondernemers dat zij eigenlijk nooit zeker weten of hun paard nu wel echt verkocht is, omdat consumentkopers vaak met succes een beroep op ontbinding van de koopovereenkomst kunnen doen. Hoe dat kan, zal ik in dit blog bespreken.

Wat is non-conformiteit?

Voor de wet is een paard een roerende zaak  waarop de regels van de consumentenkoop van toepassing zijn. Het consumentenrecht bepaalt dat het gekochte en afgeleverde paard de eigenschappen moet hebben, die de koper redelijkerwijs mocht verwachten. Als het paard niet geschikt blijkt te zijn voor het doel waarvoor het is aangeschaft of niet over de eigenschappen beschikt die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten, is er sprake van een zogenaamde “non-conformiteit”. Het geleverde paard beantwoordt dan niet aan de gesloten overeenkomst.

Als uitgangspunt dat de koper mag verwachten dat het afgeleverde paard normaal gebruikt kan worden. Wat “normaal” is, is mede afhankelijk van de aard van de mededelingen die de verkoper over het paard heeft gedaan en de eigenschappen die de koper op grond van de koopovereenkomst mocht verwachten. Verreweg de meeste gevallen van non-conformiteit zijn veterinair gerelateerd, zoals kreupelheid of een stalgebrek. Maar wist u dat als een dressuurpaard is gekocht onder de voorwaarde daarmee op Grand Prix niveau te rijden, terwijl na aflevering blijkt dat het paard nog geen Z-proef loopt, ook sprake kan zijn van non-conformiteit? Een paard moet dus niet alleen voor normaal gebruik geschikt zijn maar ook, indien vooraf overeengekomen, geschikt zijn voor het doel waarvoor het is aangeschaft.

Het zware bewijsvermoeden bij de non-conformiteit van een paard

Normaal gesproken geldt de basisregel: wie stelt, die moet bewijzen. Als de koper van mening is dat het gekochte paard een gebrek heeft zal hij moeten aantonen dat het paard dit gebrek al had op het moment van aankoop.  Maar let op! Als een consumentkoper binnen een periode van 6 maanden na de aankoop klaagt over non-conformiteit, dan wordt de consumentkoper beschermd door een omkering van de bewijslast.

Een rechter zal in dat geval aannemen dat het gebrek al bestond ten tijde van de levering van het paard. Het is vervolgens aan u als professionele verkoper om dit bewijsvermoeden te ontkrachten door middel van het leveren van tegenbewijs. Slaagt u daar niet in, dan wordt de koop ontbonden. U krijgt het paard terug en moet de koopsom aan de koper terugbetalen. Ook kan de rechter bepalen dat u alle kosten moet vergoeden die de koper heeft moeten maken om voor het paard te zorgen. Daarbij kan gedacht worden aan stalling, voer, water en de redelijkerwijs te maken hoefsmid- en dierenartskosten.

Het is de vraag of het wel redelijk is dat de verkoper, wanneer het gebrek zich binnen zes maanden openbaart, moet bewijzen dat het gebrek ten tijde van de levering niet bestond. Na aflevering heeft u als verkoper immers geen invloed meer op de huisvestiging, training en zorg van het paard. Paarden zijn levende wezens die door hun aard gevoelig zijn voor verhuizingen en veranderingen. De kans dat een paard niet conform ‘raakt’ door omstandigheden na de levering is groot. Een paard kan ziek worden, zich verstappen of door onjuiste training niet het niveau behalen dat de consumentkoper voor ogen had.

Het ontkrachten van het bewijsvermoeden bij consumentenkoop blijkt voor hippische ondernemers in de praktijk dan ook vaak een moeilijke klus. Het leveren van bewijs door bijvoorbeeld getuigenverhoren en/of een uitgebreid onderzoek door een deskundige een aanzienlijke kostenpost opleveren. Hippische ondernemers kiezen derhalve in de praktijk vaak liever ervoor om het paard terug te nemen en de initiële koopprijs terug te betalen om zo te voorkomen dat de consumentkoper uiteindelijk de stap naar de rechter neemt en zij voor aanvullende kosten komen te staan.

Hoe kunt u uw risico’s beperken

Om te voorkomen dat u in een langdurige rechtszaak verwikkeld raakt, is het raadzaam om altijd gebruik te maken van een (juridisch goed opgestelde) koopovereenkomst. In de koopovereenkomst kunnen de belangrijkste verplichtingen van zowel de koper als de verkoper worden vastgelegd, waaronder de gevolgen in geval van non-conformiteit. In de koopovereenkomst regelt u wie waarvoor aansprakelijk is en in hoeverre die aansprakelijkheid reikt? Op deze manier is op voorhand duidelijk wat de verwachtingen van de consumentkoper zijn en welke kwaliteiten het paard heeft, of juist niet heeft. Een standaard contract, waarin alleen nog de (persoonlijke) gegevens moeten worden ingevuld, biedt niet voldoende houvast in het geval zich problemen voordoen. In de koopovereenkomst moet in ieder geval worden opgenomen:

  • Een omschrijving van het gebruiksdoel van het paard;
  • Een nauwkeurige en uitgebreide omschrijving van de bekende (positieve en negatieve) eigenschappen van het paard;
  • Een omschrijving van het niveau van het paard, zo mogelijk met resultatenlijst.

Daarnaast adviseren wij om bijvoorbeeld vast te leggen dat een consumentkoper gewaarschuwd is dat een ander paard wellicht beter geschikt zou zijn (consumenten raken nog al eens vaak verliefd op een paard zonder acht te slaan op het deskundige advies van de verkoper). Adviseer ten slotte altijd om het paard te laten keuren door een deskundige dierenarts en leg ook dat advies vast in de overeenkomst. Een uitgebreide veterinaire keuring op het moment van aflevering kan achteraf als bewijs dienen dat het paard op het moment van aflevering beantwoordde aan de koopovereenkomst.

Ook in situaties waar geen sprake is van consumentenkoop geldt dat partijen afspraken kunnen maken voor het geval dat het paard toch niet blijkt te beantwoorden aan het doel waarvoor het paard is aangeschaft. U kunt daarbij bijvoorbeeld denken aan een langere proefperiode of een recht op ontbinding van de koopovereenkomst gedurende een bepaalde periode.

Ten slotte

Wilt u meer informatie over dit onderwerp, wilt u een overeenkomst opgesteld of nagekeken hebben of heeft u een paard gekocht of verkocht welke achteraf toch ‘gebreken’ blijkt te hebben, neem dan vrijblijvend contact op met onze specialist Hippisch Recht Martin Ueffing.

Uw eerste aanspreekpunt:

Martin Ueffing

Martin, opgegroeid in Duitsland, studeerde Europees en Internationaal Recht aan de Universiteit van Maastricht en rondde vervolgens ook zijn master Strafrecht, Criminologie en Forensica cum laude af. Martin behaalde een tweede master in Engels privaatrecht aan de Oxford Brooks University in London. Hij heeft eerder gewerkt als jurist bij een advocatenkantoor en bij een incassobureau. Martin is gespecialiseerd in het hippische recht en ondernemingsrecht.

050-3144280 m.ueffing@yspeert.nl