Bezoldiging “topfunctionarissen” in de zorg

De Wet Normering bezoldiging topfunctionarissen (semi-) Publieke sector, oftewel de WNT, is de opvolger van de Wopt (Wet Openbaarmaking uit Publieke middelen gefinancierde Topinkomens). Deze laatste streefde kort gezegd naar de openbaarmaking van topinkomens hoger dan de “Balkenendenorm”, terwijl de nieuwe WNT een stuk breder is dan dat.

De WNT is op 1 januari 2013 in werking getreden, maar volgens verscheidene organisaties was onduidelijk wat precies onder het bezoldigingscriterium van de wet viel. Zodoende heeft minister Plasterk afgelopen maart de wet via een aanpassingsbesluit verder aangescherpt en verduidelijkt. Opvallend is dat de wijziging met terugwerkende kracht is ingegaan en zal worden gehandhaafd – dus óók over 2013.

Het toepassingsbereik van de WNT strekt zich verder uit dan die van de Wopt. Mogelijk is dus dat instellingen die niet onder de Wopt vielen, nu wel onder de nieuwe WNP vallen. De WNP richt zich primair op de topfunctionarissen van de publieke sector als provincies, gemeentes en waterschappen en semipublieke instellingen als woningcorporaties, zorginstellingen, publieke omroepen, en dergelijke. Daarnaast kent de wet een aparte regeling voor zorgaanbieders als ziekenhuizen en verzorgingstehuizen, zodat deze hun eigen normen kunnen aanhouden. Voor zorgverzekeraars geldt ten slotte een eigen (sectorale) norm.

Met ‘topfunctionarissen’ worden overigens niet alleen de leden van de Raad van Bestuur of leden van de Raad van Toezicht bedoeld, maar bijvoorbeeld ook MT-leden. Ook “ingehuurde” derden, denk aan een interim directeur die in een periode van achttien maanden langer dan zes maanden voor de organisatie werkzaam zijn, kunnen onder de WNT vallen.

De maximale jaarlijkse bezoldiging is voor 2014 vastgesteld op € 230.474,- bestaande uit:

beloning                                            €     187.340,-
voorzieningen tbv beloningen      €       34.871,-
belastbare onkosten                       €         8.263,-
totaal                                               €  230.474,-

De ontslagvergoedingen van de publieke en semipublieke instellingen mogen daarnaast niet hoger zijn dan € 75.000,-.

De ratio achter het normbedrag is dat het 130% van het gemiddelde vertegenwoordigt. Dit bedrag wordt elk jaar op 1 november geïndexeerd en zo nodig aangepast. Tevens geldt er een algemeen bonusverbod, tenzij dit is toegestaan op grond van een algemene maatregel van bestuur. Huidige bestuurders vallen overigens in een tamelijk ingewikkelde overgangsregeling, welke kort gezegd inhoudt dat zij over een periode van vier jaar in stappen naar het nieuwe plafond worden gebracht.

In het regeerakkoord ‘Bruggen Slaan’ is op voorstel van minister Plasterk aangenomen dat de 130% -norm verder wordt teruggeschroefd naar 100% van het gemiddelde ministerssalaris. Dit zou op 1 januari 2015 ingevoerd moeten worden, maar stuit vooralsnog op veel kritiek.

 

Uw eerste aanspreekpunt:

Ruth Pruim

Ruth Pruim (advocaat sinds 2002) is bestuurder van Yspeert advocaten. Ruth heeft de specialisatie-opleiding ondernemingsrecht gevolgd en de leergang aanbestedingsrecht bij het Instituut voor Bouwrecht (IBR).

Ruth is lid van de Investeringscommissie van het Investeringsfonds Groningen. Tevens is vice-voorzitter van de Commercieele Club Groningen en is zij lid van VNO-NCW. Voorheen heeft zij diverse toezichthoudende functies vervult, waaronder Commissaris bij de Zorggroep Groningen.

050 207 16 16 +31 (0) 6 193 481 91 r.pruim@yspeert.nl