Beestenboel bij bouwprojecten

Op familie- en buurtfeestjes is het een populair onderwerp; het beschermde dier dat een belangrijk bouwproject stillegt. Dat is toch ‘bij de beesten af’. Persoonlijk heb ik de indruk dat de vleermuis het meest favoriete dier is om te verfoeien. Als je zoekt op google.nl op bouwproject en vleermuis krijg je 42.400 resultaten (in 0,41 seconden), de stemmingmakerij lijkt dus niet geheel ongegrond. Andere beruchte diersoorten zijn de rugstreeppad, de otter en noordse woelmuis.

Wat onder het genot van een hapje en drankje meestal onderbelicht blijft is waardoor projecten vertraagd of zelfs stilgelegd worden. Beschermde dieren ‘doen het er niet om’ om zich juist op een ontwikkellocatie te vestigen. Dat is niet de ‘aard van het beestje’. Vaak zitten die dieren er al veel langer dan dat de ontwikkeling gaande is. Hoe ga je daar als ontwikkelende partij handig mee om?

Waar komt de soortenbescherming vandaan?            

In Nederland geldt de Wet natuurbescherming. Daarin is onder andere de ‘soortenbescherming’ (waaronder de Europese soortenbescherming) opgenomen. Er zijn drie categorieën soorten:

  • Vogels (de Vogelrichtlijn);
  • Soorten genoemd in de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bonn en Bern;
  • Andere nationaal beschermde soorten.

Dieren die onder één van deze drie categorieën vallen zijn beschermd.

Wat is verboden?

Laten we ‘het beestje dan eens bij zijn naam noemen’, wat mag er precies niet?

Vogels – Ten aanzien van vogels verbiedt de Wet natuurbescherming het opzettelijk doden of vangen, het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels, het wegnemen van nesten, het rapen van eieren en deze onder zich te hebben (mee te nemen), en het opzettelijk verstoren.

Europees beschermde soorten – Ten aanzien van de beschermde soorten (in categorie 2) is het verboden deze dieren opzettelijk te doden of vangen, opzettelijk te verstoren, eieren opzettelijk te vernielen of rapen, en voortplantingsplaatsen of rustplaatsen te beschadigen of vernielen.

Nationaal beschermde soorten – Dan is er nog een aantal soorten die niet valt onder categorie 1 en 2, maar die in de bijlage bij de Wet natuurbescherming zijn opgenomen. Voor deze dieren geldt dat het opzettelijk doden en vangen en het opzettelijk beschadigen en vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen verboden is.

U kunt zich voorstellen dat als bij een ontwikkeling panden gesloopt of verbouwd moeten worden, dan wel bomen moeten worden gekapt, er verblijfplaatsen (de genoemde voortplantings- en rustplaatsen) en/of nesten verloren gaan. In die situatie bevindt u zich al in de genoemde artikelen.

Wat dan te doen?

Betekent dit nu dat u geen project meer kunt uitvoeren zodra u één van de beschermde dieren tegen komt? Zo heet wordt de soep ook weer niet gegeten.

Voor sommige dieren kunnen Provinciale Staten een vrijstelling vaststellen. Zo hebben bijvoorbeeld de Provincie Fryslân en de Provincie Drenthe een lijst waarop vrijstellingen voor bepaalde soorten onder bepaalde voorwaarden staan. Als een vrijstelling van toepassing is, geldt het verbod niet meer.

Naast de vrijstellingen die door Provinciale Staten van de verschillende provincies zijn vastgesteld geldt dat in sommige gevallen een gedragscode is vastgesteld door het ministerie van Economische Zaken. Als u werkt conform zo’n gedragscode is het verbod ook niet van toepassing.

Tenslotte kunt u voor uw specifieke project een ontheffing aanvragen. Doorgaans zijn Gedeputeerde Staten het bevoegde gezag. In sommige uitzonderingssituaties is dit de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Een ontheffing krijgt u alleen als aan de voorwaarden is voldaan. Dit betekent dat er geen andere bevredigende oplossing bestaat, de ontheffing nodig is voor één van de in de wet genoemde belangen en er geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort.

Stappenplan

  1. Laat vroegtijdig onderzoek doen naar de eventuele aanwezigheid van dieren;
  2. Ga na of sprake is van beschermde dieren en of eventuele verboden worden overtreden;
  3. Als sprake is van een toepasselijk verbod bekijk dan of het aanvragen van een ontheffing achterwege kan blijven door:
    1. Een toepasselijke vrijstelling; of
    2. Inachtneming van een gedragscode?
  4. Zo nee; vraag tijdig (ruimschoots voor aanvang van de werkzaamheden) een ontheffing aan bij Gedeputeerde Staten (of soms de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland).

In de praktijk

In de praktijk zien wij vaak discussies ontstaan ten aanzien van de vraag of een bepaalde handeling een verbod overtreedt (stap 2). Met enige regelmaat is een overtreding te voorkomen door het treffen van één of verschillende mitigerende maatregelen. Mitigerende maatregelen zijn maatregelen die erop gericht zijn te voorkomen dat het verbod wordt overtreden. Vervolgens kan bij stap 3 discussie ontstaan of een bepaalde handeling valt onder een vrijstelling of een gedragscode. Eenmaal bij stap 4 aangekomen is er vaak discussie over de vraag of met de voorgestelde compenserende maatregelen de inbreuk op de soort voldoende ongedaan wordt gemaakt. U ziet dat dit zowel ecologische als juridische vraagstukken oplevert, waarover regelmatig tot in hoogste instantie geprocedeerd wordt.

Terug naar de beestenboel op het feestje

Als ik dan, net als op die feestjes – even op mag scheppen over mijn kennis over met name vleermuizen (opgedaan door in procedures samen te werken met ecologen). ‘De vleermuis’ is zeker niet één diersoort; er zijn veel verschillende soorten vleermuizen zoals:

  • De gewone grootoorvleermuis;
  • De kleine dwergvleermuis;
  • De laatvlieger;
  • De meervleermuis;
  • De rosse vleermuis;
  • De ruige dwergvleermuis.

Al die verschillende soorten hebben verschillende wensen ten aanzien van vaste vliegroutes, foerageergebieden (de gebieden waar ze jagen en eten) en verblijfplaatsen (de plaatsen waar ze slapen). Zo leer je nog eens wat in dit vak… Vraag mij trouwens niet om die verschillende soorten zelfstandig te herkennen. U kunt mij wel vragen (e.grit@yspeert.nl of 050-2071622) om met u mee te denken als u bij een project wel eens een vleermuis (of een ander dier) over heeft zien vliegen (/langs zien lopen).

Uw eerste aanspreekpunt:

Elzelou Grit

Elzelou studeerde Nederlands Recht (cum laude) specialisatie Staats- en bestuursrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zij werkte bij twee (middel)grote advocatenkantoren in Noord-Nederland en bij een bestuursrechtelijk en bestuurskundig onderzoeks- en adviesbureau voor overheden. Elzelou volgde de specialisatieopleiding Omgevingsrecht (voorheen ruimtelijke ordening en milieu) aan de Grotius Academie in Nijmegen. Tenslotte is zij lid/voorzitter van de Commissie Bezwaar en Beroep van de Provincie Flevoland. Deze commissie adviseert het college van Gedeputeerde Staten over de rechtmatigheid van genomen besluiten.

050 314 42 80 +31 (0) 6 550 000 98 e.grit@yspeert.nl