nieuws incasso

Wetswijzigingen incassokosten en betalingstermijnen

Vanaf 1 juli 2012
Op 13 maart 2012 is het wetsvoorstel Normering buitengerechtelijke incassokosten door de Eerste Kamer aangenomen. De hoogte van de buitengerechtelijke kosten wordt aan een maximum gebonden. De staffel voor de maximale hoogte van de buitengerechtelijke kosten is vastgesteld in het Besluit Vergoeding voor Buitengerechtelijke Incassokosten (hierna te noemen: “besluit”). Het besluit gaat uit van een vaste vergoeding voor incassokosten waarbij geabstraheerd is van daadwerkelijk gemaakte incassokosten. Deze nieuwe wet is per 1 juli 2012 van kracht.

Tot 30 juni 2012 werd voor de buitengerechtelijke kosten (art. 6:96 BW) de dubbele redelijkheidstoets gehanteerd. Deze hield in dat zowel het maken van de incassokosten als ook de hoogte daarvan redelijk moeten worden bevonden. Voor het bepalen van de hoogte van de buitengerechtelijke incassokosten werd vervolgens gebruik gemaakt van een staffel uit het zogenaamde “Rapport Voorwerk II”.

De wetgever heeft met de nieuwe regeling eenduidigheid willen creeëren. Doordat wettelijk is vastgelegd hoe hoog de buitengerechtelijke incassokosten mogen zijn, zullen conflicten over de hoogte van de incassokosten nauwelijks meer aan de orde zijn. Ook wordt voorkomen dat de schuldenaar ten onrechte veel te hoge incassokosten betaalt, omdat hij niet beter weet.

De vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten wordt vanaf 1 juli 2012 berekend als percentage van het verschuldigde bedrag, waarbij het percentage trapsgewijs lager wordt naarmate de vordering hoger wordt. De maximum vergoeding bedraagt volgens de staffel uit het besluit:

• 15{d4d8de7d2e04874d963d2adc9b22a527396009d0e298aead61113b6693b3077d} van het bedrag van de hoofdsom van de vordering over de eerste € 2.500,- van de vordering;
• 10{d4d8de7d2e04874d963d2adc9b22a527396009d0e298aead61113b6693b3077d} van het bedrag van de hoofdsom van de vordering over de volgende € 2.500,- van de vordering;
• 5{d4d8de7d2e04874d963d2adc9b22a527396009d0e298aead61113b6693b3077d} van het bedrag van de hoofdsom van de vordering over de volgende € 5.000,- van de vordering;
• 1{d4d8de7d2e04874d963d2adc9b22a527396009d0e298aead61113b6693b3077d} van het bedrag van de hoofdsom van de vordering over de volgende € 190.000,- van de vordering;
• 0,5{d4d8de7d2e04874d963d2adc9b22a527396009d0e298aead61113b6693b3077d} over het meerdere van de hoofdsom met een maximum van € 6.775,-.

Er geldt een minimum vergoeding van € 40,-

Voor Consumenten
Wanneer de schuldenaar een consument is, kan niet ten nadele van de consument worden afgeweken van de nieuwe staffel (dwingend recht). Een beding in de algemene voorwaarden die anders luidt is vernietigbaar op grond van artikel 3:40 lid 2 BW. De minister acht het daarbij ook mogelijk dat het beding door de rechter ambtshalve terzijde wordt gesteld.

Een schuldeiser is daarnaast verplicht om de consumentschuldenaar een aanmaning te sturen voordat het recht op vergoeding van buitengerechtelijke kosten ontstaat (nieuwe lid 5). Deze aanmaning (waarin de gevolgen van niet betalen moeten staan) kan eerst worden gezonden nadat de consumentschuldenaar in verzuim is. De consumentschuldenaar heeft na deze aanmaning nog 14 dagen de tijd om de vordering alsnog kosteloos te voldoen. Pas nadat deze 14 dagen zijn verlopen zonder volledige betaling door de schuldenaar, ontstaat het recht op vergoeding van de buitengerechtelijke kosten. Het verdient aanbeveling deze aanmaning aangetekend te versturen in verband met de bewijslast. Voor de verschuldigdheid van het minimumbedrag van € 40,-, geldt geen aanmaningsvereiste.

Voor Ondernemingen
Wanneer de schuldenaar geen consument is, maar handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf, kan bij overeenkomst wel van de wettelijke regeling worden afgeweken. Zijn er geen afspraken gemaakt over de incassokosten, dan geldt de wettelijke regeling. U doet er als onderneming verstandig aan uw algemene voorwaarden en overeenkomsten te laten nazien op dit punt.

Overgangsrecht
De nieuwe regels zijn enkel van toepassing op vorderingen waarvan de schuldenaar op 1 juli 2012 nog niet in verzuim was.