wetsvoorstel langdurige zorg

  • event09-04-2014
  • schedule14:57
  • timer2 minuten
Op 10 maart 2014 heeft staatssecretaris Van Rijn het wetsvoorstel ‘Wet Langdurige Zorg’ aanhangig gemaakt in de Tweede Kamer. De wet is de beoogde opvolger van de AWBZ, die met een jaarlijkse uitgave van zo’n 27 miljard euro één van de grootste kostenposten is in de Rijksbegroting. De nieuwe WLZ zal naar verluidt op voldoende steun kunnen rekenen in de Tweede –en Eerste Kamer, en indien de wet inderdaad zal worden aangenomen per 1 januari 2015 worden ingevoerd.

De WLZ maakt deel uit van een ‘pakket’ aan zorgwetten dat in 2015 ingevoerd zal worden. Ook de Jeugdwet, de WMO 2015, en de ZVW maken hier deel van uit. Deze afzonderlijke wetten worden zodanig afgebakend dat elke wet uitsluitend ziet op haar eigen domein, en er zodoende geen afwenteling tussen de verschillende wetten kan plaatsvinden.

Het doel van het pakket van wetten waar ook de WLZ deel van uitmaakt, is om meer taken naar lagere overheden en zorgverzekeraars te delegeren zodat de Rijksbegroting ontlast wordt. Daarnaast hoopt men op meer participatie en betrokkenheid van de burger en een verbetering van de zorg. Van het eerder genoemde bedrag wordt 10 miljard – zo’n 40% – overgeheveld naar de gemeenten en verzekeraars, 60% van de uitgaven blijft bij het Rijk.

De gemeenten zullen primair gaan over de begeleiding en verzorging aan huis. Dit wordt echter alleen vergoed voor de laagste inkomens. Daarnaast valt ook de Jeugdzorg onder de bevoegdheid van de gemeenten. Overigens worden burgers in het licht van de ‘participatiemaatschappij’ vooral gestimuleerd om de zorg zo lang mogelijk zélf thuis in handen te nemen, en pas in uiterste nood een beroep te doen op gemeenschapsgeld. De WLZ regelt de aanspraak op zorg bij een blijvende zorgbehoefte. Alleen de zwaarste, langdurig noodzakelijkste zorg komt door de toegangscriteria van de WLZ: als er op termijn verbetering in de toestand van de patiënt wordt verwacht, valt deze niet in de categorie ‘langdurige zorg’ en zal onder de bevoegdheid  van de gemeenten vallen. De psychiatrie valt zo bijvoorbeeld niet onder de WLZ, omdat de uitkomst van een geestesziekte niet vast staat. De zorgverzekeraars regelen ten slotte de overige zorg, die méér dan ondersteunend is. Men denke hierbij aan medische zorg als verpleging, extramurale zorg, persoonlijke verzorging en de geestelijke gezondheidszorg. Verwacht wordt dat de premies hierdoor enigszins zullen stijgen.

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) toetst en bepaalt naar aard en inhoud wie in welke zorgcategorie valt. Alle indicaties worden dus door het CIZ vastgesteld, zodat zorgaanbieders verplicht zijn gegevens uit te wisselen als daarom wordt gevraagd. Het CIZ mag deze gegevens vervolgens bij ‘zwaarwegende belangen’ weer delen met de gemeenten. Het medisch beroepsgeheim – dat in de AWBZ wettelijk was verankerd – wordt in de WLZ dus in min of meerdere mate doorbroken.

Uw eerste aanspreekpunt:

Kristien Croezen

Als kind was ik erg nieuwsgierig. Ik zaagde volwassenen overal over door, wilde precies weten waarom iets gebeurde en hoe iets in elkaar zat. Die lijn heb ik in mijn werk doorgetrokken. Altijd wil ik exact achterhalen waar het pijnpunt zit, om daar vervolgens een concrete oplossing voor te bedenken. Het mooie aan het recht vind ik dat er altijd twee kanten van een verhaal zijn. Tegenover de cliënt wil ik eerlijk zijn over de risico’s die kleven aan zijn kant van de zaak. Geen gouden bergen beloven. Een geschil kan een cliënt behoorlijk dwars zitten en bezighouden. Ik vind het daarom belangrijk om goed bereikbaar te zijn om zo snel mogelijk het verhaal van de cliënt aan te horen en daarop in te kunnen springen.