Werkgeversaansprakelijkheid bij een stagiair, zzp’er of inlener, hoe zit dit?

  • event20-07-2020
  • schedule10:00
  • timer6 minuten
Veel werkgevers hebben naast hun werknemers, ook andere personen aan het werk. Bijvoorbeeld een zzp’er of een uitzendkracht. Enige tijd geleden heb ik een blog geschreven over werkgeversaansprakelijkheid. Maar hoe is dit geregeld, als de arbeidskracht niet in dienst is? En geldt dit ook voor stagiaires?

De stagiaire
Een bedrijf of organisatie waar een stagiair(e) stage loopt is aansprakelijk voor de schade of het letsel dat wordt opgelopen tijdens het uitvoeren van de stagewerkzaamheden. Dit blijkt uit artikel 7:658 lid 4 BW. Daarnaast kan de stagiaire, net als een “gewone” werknemer een beroep doen op artikel 7:611 BW (goed werkgeverschap). Het gaat hier om gevallen die weliswaar arbeid gerelateerd zijn, maar niet gekwalificeerd kunnen worden als ‘klassiek’ arbeidsongeval. Gedacht kan worden aan verkeersongevallen of bedrijfsuitjes.

Voorbeeld 1
Jan gaat stagelopen bij bouwbedrijf ‘Vlug klaar’. Tijdens het werk, valt hij van de steiger en breekt zijn been. Later blijkt, dat de val veroorzaakt is doordat de steiger niet aan de veiligheidseisen voldeed. De wet bepaalt in zo’n situatie dat de werkgever aansprakelijk gehouden kan worden voor de schade van Jan. Een werkgever is dus op gelijke wijze aansprakelijk. Jan heeft dezelfde rechten als een werknemer. Het moet dan wel om werkzaamheden gaan die normaal gesproken op de werkplek worden uitgevoerd en die anders door de werkgever of een van zijn werknemers zouden worden uitgevoerd.

Bij het Gerechtshof Den Haag deed zich op 2 februari 2016 (ECLI:NL:GHDHA:2016:103) een vergelijkbare situatie voor. Een stagiaire mist de open vetput en apparatuur dat om de vetput heen ligt om deze leeg te zuigen. Het gevolg is dat zij valt, letsel heeft en door deze situatie schade lijdt. De werkgever stelt dat de stagiaire geen werknemer is en om deze reden zou artikel 7:658 BW niet van toepassing zijn volgens hem. Het gerechtshof denkt hier anders over en stelt dat de werkgever op gelijke wijze aansprakelijk is voor schade van een werknemer als van een stagiaire.

De zzp’er
Veel bedrijven maken tegenwoordig gebruik van een zzp’er. Denk aan de pakketbezorger, maar ook in de bouw en in de zorg zijn steeds meer zzp’ers werkzaam. Ook komt het regelmatig voor dat een zzp’er een andere zzp’er inschakelt voor een bepaalde klus als het erg druk is.

Voorbeeld 2
Piet besluit na jarenlang als schilder in loondienst te hebben gewerkt, als zzp’er aan de slag te gaan. Piet kan worden ingeschakeld voor klussen als schilderen, stucen, tegelzetten etc. Omdat Piet op meerdere terreinen inzetbaar is, is hij erg gewild. Als het erg druk is, schakelt hij Klaas in. Klaas heeft jarenlange ervaring als schilder en is ook zzp’er. Wanneer Klaas op een dag aan het werk is voor Piet, gaat het tijdens het schilderen mis. Klaas snijdt zich aan een mes en heeft een behoorlijk gehavende duim. Een operatie is zelfs noodzakelijk om dit te herstellen. Bij deze casus moet er gekeken worden naar het volgende:

Als zzp’er word je geacht je eigen financiële risico’s te dragen. Hieronder valt bijvoorbeeld ook het risico van arbeidsongeschiktheid door een ongeval tijdens het werk. Veel zzp’ers hebben geen arbeidsongeschiktheidsverzekering omdat de premie hiervan erg hoog is. Zij lopen hierdoor een groot financieel risico. Maar wanneer voldaan is aan een drietal voorwaarden, dan kun je als zzp’er onder dezelfde beschermingsbepaling vallen als die van de werknemer. Deze voorwaarden zijn:
1. de zzp’er heeft een vergelijkbare positie als die van de eigen werknemers van de opdrachtnemer;
2. het werk dat de zzp’er verricht, behoort tot de normale bedrijfsuitoefening van de opdrachtgever;
3. er is sprake van zeggenschap van de opdrachtgever over de uitvoering van de werkzaamheden.

De rechtbank Gelderland heeft op 12 februari 2014 uitspraak gedaan over zo’n situatie (ECLI:NL:RBGEL:2014:1966). Het ging hier om een zzp’er met een eigen klusbedrijf (persoon X). Hij wordt ingehuurd door een andere zzp’er die ook een eigen klusbedrijf heeft (persoon Y). Vervolgens valt persoon X tijdens een klus van persoon Y door het dak. Hij loopt hierbij letsel op aan zijn voet. In deze zaak werd geoordeeld dat persoon Y aansprakelijk is voor de schade van persoon X omdat voldaan is aan de toepassingsvoorwaarden van artikel 7;658 lid 4 BW.

Uitzendwerk
Op 8 maart 2016 is een interessante uitspraak gewezen over de zorgplicht van een formele werkgever en een materiële werkgever (ECLI:NL:GHSHE:2016:863). Uit deze zaak is gebleken dat de materiële werkgever (de inlener) aansprakelijk gehouden wordt voor het ongeluk van de uitgeleende werknemer van het uitzendbureau. Het hof stelde dat de materiële werkgever tekort geschoten is in de op haar krachtens artikel 7:658 BW en artikel 7:611 BW rustende zorgplichten.

Soms is het niet geheel duidelijk welke werkgever aansprakelijk gehouden moet worden. Het hangt af van de situatie en wat onderling is afgesproken. Om het voor een uitzendkracht makkelijker te maken is lid 4 van artikel 7:658 BW ingevoerd. Hieruit kan worden opgemaakt dat de uitzendkracht zowel het uitzendbureau (de formele werkgever) als de inlener (materiële werkgever) aansprakelijk kan stellen. Er moet dan wel een schending van de zorgplicht zijn bij een van de partijen.

Opzet/ bewuste roekeloosheid
De aansprakelijkheid van de werkgever gaat ver maar is zeker niet onbeperkt. Een werkgever is niet aansprakelijk wanneer er sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid van de stagiaire/zzp’er/uitzendkracht. Maar ook hierbij geldt, net als bij een werknemer, dat niet snel sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid. Dit blijkt ook uit de rechtspraak. Een beroep op opzet of bewuste roekeloosheid slaagt zelden. Toch is het geen onmogelijke opgave. Zo werd in een zaak die in 2005 aan de Hoge Raad werd voorgelegd (ECLI:NL:PHR:2005:AU3261) roekeloos gedrag aangenomen. De feiten waren als volgt. Een koerier die aan diabetes leed en een koeriersrit maakte met de aan zijn werkgever toebehorende bestelbus, reed met hoge snelheid tegen een pilaar van het Esso-tankstation. De werkgever deed een beroep op bewuste roekeloosheid. Uit verschillende verklaringen kon afgeleid worden dat de koerier voorafgaand aan het ongeluk agressief rijgedrag had vertoond. De koerier echter, stelde dat hij zich van de dag van het ongeval niets meer kon herinneren en dat de oorzaak van rijgedrag gelegen zou kunnen zijn in een verminderd bewustzijn als gevolg van een zogeheten ‘’hypo’’ (een plotselinge optredende te lage bloedsuikerspiegel). De koerier kon in deze zaak niet ontzenuwen dat hij bewust roekeloos gedrag vertoonde. Hij opperde dit alleen, maar onderbouwde dit niet.

Conclusie
Kortgezegd kan geconcludeerd worden dat de werkgever ook bij een stagiaire/uitzendkracht/zzp’er vrijwel op gelijke wijze aansprakelijk is als bij een werknemer, indien er sprake is van een arbeidsongeval. Het is goed om dit te realiseren en gepaste maatregelen te treffen, zoals het afsluiten van een verzekering. Want ook al heeft u als werkgever alles goed voor elkaar qua werkomstandigheden, dan wil dit niet zeggen dat u geen risico loopt.

Heeft u een vraag naar aanleiding van deze blog of wilt u meer weten over werkgeversaansprakelijkheid? Neem dan contact op met Karin Kamps.

Uw eerste aanspreekpunt:

Karin Kamps

Bij letselschade is juridische deskundigheid alleen niet genoeg. Als belangenbehartiger moet je praktisch ingesteld zijn en kunnen samenwerken met andere deskundigen zoals medische experts of arbeidsdeskundigen. Ook een luisterend oor is belangrijk. Een ongeval kan iemands wereld behoorlijk op de kop zetten.