Wat te doen met de inboedel na een ontruiming?

  • event26-08-2013
  • schedule15:58
  • timer3 minuten

Aan een procedure tot ontruiming, gaat al heel wat vooraf. Ofwel er is sprake geweest van (structurele) wanbetaling, ofwel van overlast, niet bewoning, hennep etc. etc. In ieder geval heeft een woningcorporatie al het nodige te stellen gehad met de huurder in kwestie.

Echter, ook ná de procedure en zelfs ná de ontruiming is voor de verhuurder de kous nog niet af. Want wat moet er na een gedwongen ontruiming met de inboedel gebeuren? Mag een verhuurder deze zaken weggooien of moet hij ze (laten) opslaan? Uit recente jurisprudentie valt het volgende af te leiden:

Hoofdregel

De hoofdregel is deze; de verhuurder moet de ontruiming zorgvuldig laten verlopen. De verhuurder heeft dan ook in het algemeen de verplichting om rekening te houden met gerechtvaardigde belangen van de huurder. Als een huurder dan desondanks nog schade lijdt, komt die voor zijn eigen rekening. Alleen als het gaat om een onzorgvuldige ontruiming, moet de woningcorporatie voor de schade opdraaien.

Verhuurder blijft verantwoordelijk

In de jurisprudentie is bepaald dat een verhuurder, als hij zich bij afwezigheid van de huurder (wegens detentie, werk in buitenland, verblijf op zee etc.) over de inboedel ontfermt, als zaakwaarnemer optreedt. Daarmee komt een vrij zware last op de schouders van verhuurder. Van een zaakwaarnemer mag namelijk verwacht worden dat deze zorgvuldig handelt. Daar hoort onder andere bij dat de woningcorporatie de goederen, die nog van waarde zijn – en hier ontkom je niet helemaal aan een subjectieve beoordeling – dertien weken opslaat. Uitgangspunt is dus dat de goederen van de huurder in beginsel niet mogen worden weggegooid, tenzij deze waardeloos zijn of de huurder er afstand van gedaan heeft. Ook dit laatste mag de verhuurder niet te snel aannemen: Detentie, vertrek met onbekende bestemming etc., leveren in beginsel geen afstand doen of prijsgeven van de goederen op. Hiervoor is een actief handelen van de huurder nodig.

Onlangs oordeelde het Hof Amsterdam nog dat een verhuurder niet zorgvuldig had gehandeld ten tijde van de ontruiming, zo had zij teveel goederen die nog van enige waarde waren weggegooid en had zij te weinig opgeslagen. Het Hof veroordeelde de verhuurder om € 10.000,-- schadevergoeding aan de huurder te betalen.

Kortom: Een woningcorporatie doet er verstandig aan de deurwaarder alleen die zaken die echt waardeloos zijn af te laten voeren en te vernietigen. Uiteraard dienen hierbij, als bewijs,  de nodige foto’s gemaakt te worden.

Het is verstandig om de goederen die nog van waarde zijn voor in ieder geval dertien weken op te slaan (dit is gebaseerd op een regeling die voortvloeit uit de Algemene Wet Bestuursrecht). Tijdens die dertien weken moet de (voormalige) huurder aangeschreven worden met de mededeling dat hij zijn spullen tot die en die datum kan ophalen, en dat als hij dat niet doet hij geacht wordt er afstand van gedaan te hebben en ze verkocht dan wel vernietigd worden. Het zal niet altijd meevallen om de ontruimde huurder nog te traceren, maar waar het op neerkomt is dat beoordeeld moet worden of de verhuurder in dit traject zorgvuldig gehandeld heeft en of zij de nodige moeite gedaan heeft om de huurder alsnog te bereiken. Al met al komt het er dus op neer dat de (ex)verhuurder oog moet hebben voor de goederen van de (ex) huurder. Daar staat tegenover dat de huurder verplicht is de schade te vergoeden die de verhuurder als gevolg van de zaakwaarneming heeft geleden. Eerder dit jaar veroordeelde de Rechtbank Arnhem de ex huurder tot betaling van bijna € 4.000,00 aan de verhuurder voor de kosten die de verhuurder in het kader van de ontruiming en opslag had gemaakt.

Kan een woningcorporatie dergelijke dingen voorkomen? Als in de algemene huurvoorwaarden een bepaling is opgenomen dat de huurder, na het einde van de huurovereenkomst of in geval van ontruiming, de zaken die hij dan in de woning achterlaat laat toekomen aan de verhuurder en op de verhuurder geen bewaarplicht rust, dan lijkt veel ellende voorkomen te kunnen worden.

Heeft u vragen over deze blog neem dan contact op met een van onze huurrechtspecialisten

Uw eerste aanspreekpunt:

Kristien Croezen

Als kind was ik erg nieuwsgierig. Ik zaagde volwassenen overal over door, wilde precies weten waarom iets gebeurde en hoe iets in elkaar zat. Die lijn heb ik in mijn werk doorgetrokken. Altijd wil ik exact achterhalen waar het pijnpunt zit, om daar vervolgens een concrete oplossing voor te bedenken. Het mooie aan het recht vind ik dat er altijd twee kanten van een verhaal zijn. Tegenover de cliënt wil ik eerlijk zijn over de risico’s die kleven aan zijn kant van de zaak. Geen gouden bergen beloven. Een geschil kan een cliënt behoorlijk dwars zitten en bezighouden. Ik vind het daarom belangrijk om goed bereikbaar te zijn om zo snel mogelijk het verhaal van de cliënt aan te horen en daarop in te kunnen springen.