vrije advocaatkeuze

  • event02-05-2016
  • schedule14:54
  • timer2 minuten
Heeft u een rechtsbijstandverzekering, dan heeft u op basis van recente uitspraken van het Europees Hof van Justitie (EHvJ) recht uw advocaat te kiezen in een bezwaarprocedure bij het CIZ of een ander bestuursorgaan en bij een procedure bij het UWV waarbij uw werkgever het UWV verzoekt een ontslagvergunning te verlenen om u als werknemer te ontslaan. Het EHvJ heeft op 7 april 2016 in twee uitspraken prejudiciële vragen beantwoord over de vrije advocaatkeuze van rechtsbijstandverzekerden.

grondslag vrije advocaatkeuze


De vrije advocaatkeuze van mensen met een rechtsbijstandverzekering vloeit voort uit een Europese Richtlijn (hierna: de Richtlijn).[1] Die Richtlijn bepaalt samengevat dat een verzekerde vrij is om zijn advocaat te kiezen indien een advocaat gevraagd wordt zijn belangen in een gerechtelijke of administratieve procedure te verdedigen, te vertegenwoordigen of te behartigen.

Op basis van eerdere uitspraken van het EHvJ is inmiddels duidelijk dat de vrije advocaatkeuze niet kan worden beperkt tot de situatie waarin de verzekeraar besluit dat een externe rechtsbijstandverlener in de arm moet worden genomen. Ook maakt het voor de vrije advocaatkeuze niet uit of procesvertegenwoordiging door een advocaat verplicht is.

vragen aan het EHvJ


De Hoge Raad heeft het EHvJ in een geschil tussen DAS en een verzekerde uitleg gevraagd over de in artikel 4, lid 1 onder a van de Richtlijn genoemde term ‘administratieve procedure’. Meer concreet vroeg de Hoge Raad of onder die term een procedure bij het UWV valt waarbij een werkgever het UWW verzoekt om een ontslagvergunning te verlenen om zo te komen tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst met de (verzekerde) werknemer.

In de andere zaak is de vraag aan het EHvJ voorgelegd door het Gerechtshof Amsterdam in een geschil tussen Achmea en een verzekerde. Het Gerechtshof vroeg het EHvJ samengevat of onder het begrip ‘administratieve procedure’ ook is begrepen de fase van bezwaar bij het CIZ.

antwoord van het EHvJ


Het EHvJ heeft de vragen op 7 april 2016 allebei met ‘ja’ beantwoord.

In de uitspraken onderstreept het EHvJ dat de Richtlijn tot doel heeft de belangen van de verzekerde ruime bescherming te bieden. De algemene strekking en verbindendheid van het recht om zijn advocaat of vertegenwoordiger te kiezen, maken dat artikel 4, lid 1 onder a van de Richtlijn niet restrictief mag worden uitgelegd aldus het EHvJ.

Verder speelt een belangrijke, zo niet doorslaggevende, rol dat de belangen van de verzekerde door het besluit van het UWV dan wel dat van het CIZ worden geraakt en dat hij bij de procedure bij het UWV dan wel het CIZ behoefte heeft aan rechtsbescherming.

De Hoge Raad en het Gerechtshof Amsterdam zullen op basis van deze uitspraken van het EHvJ uitspraak moeten doen in de geschillen tussen DAS en een verzekerde en Achmea en een verzekerde.




[1] Richtlijn 87/344/EEG van de Raad van 22 juni 1987 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de rechtsbijstandverzekering, artikel 4, lid 1 onder a.

Uw eerste aanspreekpunt:

Ruth Pruim

Als er een probleem is, moet je je schouders eronder zetten. Ervoor willen gaan en betrokken zijn. Ik denk dat cliënten mijn drive ook voelen. Ik ben oplossingsgericht en wind er meestal geen doekjes om. Dat is ook wel eens confronterend, maar ik geloof erin dat bedrijf, mens en proces daarbij gebaat zijn. Ik denk als ondernemer, heb die ervaring en houd van de dynamiek. Het stelt me in staat om over de bredere context van een case met een cliënt mee te denken. “Niet je punt willen maken maar een oplossing bieden, daar is de cliënt bij gebaat”.