Vakantiedagen vervallen niet automatisch

  • event06-02-2019
  • schedule10:29
  • timer3 minuten
Inmiddels zijn we er wel van doordrongen dat wettelijke vakantiedagen zes maanden na het jaar waarin ze zijn opgebouwd komen te vervallen. Maar ze komen niet zonder meer te vervallen als de zes maanden verstreken zijn. Hoe zit het?

Om te beginnen: wat zijn ook al weer wettelijke vakantiedagen? Dat zijn de vakantiedagen waarop de werknemer minimaal, op grond van de wet, jaarlijks recht heeft. Het aantal wettelijke vakantiedagen per jaar stelt men vast door het aantal arbeidsuren per week te vermenigvuldigen met vier. Werkt een werknemer drie dagen (24 uur) per week, dan heeft hij dus recht op twaalf (96 uren) vakantiedagen per jaar. Alle extra dagen die de werkgever aan de werknemer toekent, zijn bovenwettelijke vakantiedagen. Het navolgende ziet op de wettelijke vakantiedagen.

Het recht op vakantie met behoud van loon is een grondrecht van de werknemer. Het Hof van Justitie EU heeft in verschillende uitspraken het grote belang van vakantie met behoud van loon duidelijk gemaakt. Vakantie is belangrijk vanwege de “recuperatiefunctie” die hier vanuit gaat: met behoud van loon uit kunnen rusten of bij kunnen komen van het werk.

De wet bepaalt dat de vervaltermijn van zes maanden niet heeft te gelden als de werknemer redelijkerwijs niet in staat is geweest vakantie op te nemen. Dit geldt bijvoorbeeld in de situatie dat een werknemer arbeidsongeschikt is en de arbeidsongeschiktheid er ook toe leidt dat de werknemer geen vakantie op kan nemen. Dan kan men denken aan een werknemer die dagbehandelingen volgt. Ook dan moet de werknemer vakantie op kunnen nemen, om te kunnen uitrusten van zijn inspanningen tot herstel. De vakantiedagen komen dan dus niet te vervallen na zes maanden.

Ook het Hof van Justitie EU heeft al geoordeeld dat vakantiedagen niet komen te vervallen als de werknemer niet in de mogelijkheid verkeerde om ze op te nemen.

Eind november 2018 is hier nog iets nieuws bij gekomen. Het Hof van Justitie EU heeft bepaald dat op de werkgever de verplichting rust om er concreet en aantoonbaar voor te zorgen dat een werknemer de mogelijkheid heeft om zijn vakantiedagen op te nemen en de werknemer zelfs, zo nodig, moet stimuleren om vakantie op te nemen. De werkgever dient een werknemer tijdig en precies over het vervallen van vakantiedagen te informeren als deze dagen niet tijdig worden opgenomen. De werkgever heeft dus een informatieplicht. Alleen als de werkgever aan deze informatieplicht heeft voldaan, kan aantonen dat hij aan deze informatieplicht heeft voldaan én werknemer bewust heeft afgezien van het opnemen van vakantie, vervallen de opgebouwde, maar niet opgenomen, vakantiedagen.

Wat betekent dit voor de praktijk?


De werkgever dient de werknemer, die voor de vervaldatum nog niet (al) zijn vakantiedagen heeft opgenomen of het opnemen daarvan nog niet heeft aangevraagd, er tijdig op te wijzen hoeveel vakantiedagen nog open staan en dat deze per 1 juli zullen komen te vervallen. Ook moet de werkgever de werknemer stimuleren deze vakantiedagen op te nemen. Het is van groot belang om dit schriftelijk te doen. Het is namelijk, als hierover discussie ontstaat, aan de werkgever om te bewijzen dat hij aan deze informatie- en stimulatieplicht heeft voldaan. Alleen dan vervallen immers de dagen. Kan hij dit bewijs niet leveren, dan zijn de vakantiedagen niet vervallen. De werknemer zou zich dan, bijvoorbeeld bij een beëindiging van de arbeidsovereenkomst, op het standpunt kunnen stellen dat nog vakantiedagen afgerekend moet worden waarvan de werkgever dacht dat deze dagen al lang waren vervallen.

Wilt u meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met ons op.

Uw eerste aanspreekpunt:

Tom Nicolai

Ik ben geen pure wetenschapper. Ik volg alle ontwikkelingen in mijn rechtsgebied op de voet maar sta zelf liever in het veld. Mijn kracht is dat ik van mensen hou. In het arbeidsrecht is dat een groot voordeel want daar draait het voornamelijk om, mensen. Ik voel me persoonlijk betrokken bij mijn cliënten en zorg dat ik de cultuur binnen het bedrijf ken. Dat maakt dat je snel kunt schakelen en samen ook snel tot oplossingen komt. In de praktijk zie ik vaak een te grote afstand tussen cliënt en advocaat. Ik treed niet alleen op als advocaat van werkgevers. Ook werknemers sta ik bij. Ik zie dat als een meerwaarde. Je verliest de nuance niet uit het oog.