Sluiting ‘drugspanden’ tijdens de Corona-crisis

  • event11-06-2020
  • schedule17:07
  • timer5 minuten
Sinds 1 januari 2019 heeft de burgemeester een ruimere bevoegdheid om zogenaamde drugspanden te sluiten. Op 28 augustus 2019 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de hoogste bestuursrechter, hierna: Afdeling) een overzichtsuitspraak gedaan over deze bevoegdheid. In deze uitspraak heeft de Afdeling een toetsingskader gegeven om te beoordelen of de burgemeester na afweging van de betrokken belangen in redelijkheid heeft kunnen besluiten om een woning te sluiten. In dit blog leest u op welke wijze de huidige Corona-crisis van invloed kan zijn op de belangenafweging die de burgemeester bij het sluiten van een woning dient te maken.

[embed]https://youtu.be/oyt96PghqfU[/embed]

Wetswijziging
Voor 1 januari 2019 was de burgemeester slechts bevoegd tot het sluiten van een woning in gevallen waarin daadwerkelijk drugs in een pand werd aangetroffen, verkocht, afgeleverd of verstrekt. Door de wetswijziging op 1 januari 2019 is de burgemeester op grond van artikel 13b van de Opiumwet ook bevoegd tot het sluiten van woningen indien in een woning voorwerpen of stoffen zijn aangetroffen die duidelijk bestemd zijn voor het telen of bereiden van drugs (zie voor meer informatie over de wetswijziging de eerdere blog van mijn collega Kristien Croezen).

Toetsingskader van de Afdeling
Als de burgemeester overgaat tot het sluiten van een woning mogen de bewoners hun woning niet meer in. Dit is uiteraard een ingrijpende maatregel voor de bewoners en vergt dus ook een zorgvuldige belangenafweging.

De burgemeester heeft overigens geen verplichting om tot sluiting van de woning over te gaan, dit is een bevoegdheid (het kan, maar moet niet). Veel burgemeester hanteren beleidsregels om te bepalen in welke situaties wel en in welke situaties niet tot sluiting van een woning wordt overgegaan. Als tegen het besluit van de burgemeester bezwaar wordt gemaakt en vervolgens beroep bij de bestuursrechter wordt ingesteld, toetst de bestuursrechter of de burgemeester na een afweging van de betrokken belangen in redelijkheid heeft kunnen besluiten om de woning voor een bepaalde tijd te sluiten. Het toetsingskader bestaat uit de volgende stappen:

1. Noodzakelijkheid
In de eerste plaats dient aan de hand van de ernst en de omvang van de overtreding te worden beoordeeld in hoeverre sluiting van een woning noodzakelijk is ter bescherming van het woon- en leefklimaat bij de woning en het herstel van de openbare orde. Bij het bepalen van de ernst en de omvang van de overtreding spelen de volgende factoren een rol:

  • de hoeveelheid en de soort drugs die is aangetroffen in de woning;

  • of er sprake is van recidive (is er vaker drugs aangetroffen in de woning?);

  • of de woning in een voor drugscriminaliteit kwetsbare woonwijk ligt.


Bij het bepalen van de ernst en de omvang van de overtreding is daarnaast van belang of de aangetroffen drugs feitelijk in of vanuit de woning werden verhandeld.

2. Evenredigheid
Als sluiting van een woning in beginsel noodzakelijk is, dient de sluiting daarnaast evenredig te zijn. Evenredig betekent dat het belang van het sluiten van de woning in verhouding staat tot de gevolgen voor de bewoners. Voor de beoordeling van de evenredigheid, zijn de volgende omstandigheden van belang:

  • Kan de bewoner een persoonlijk verwijt worden gemaakt (is de bewoner op de hoogte of kon de bewoner op de hoogte zijn van de aanwezigheid van drugs?)?;

  • Wat zijn de gevolgen van de sluiting van de woning (is er bijvoorbeeld een bijzondere binding om medische redenen met de woning? Is er vervangende woonruimte beschikbaar?)?;

  • Zijn er minderjarige kinderen aanwezig?


Toetsingskader en Corona
Op basis van dit toetsingskader kan dus beoordeeld worden of een burgemeester in een concreet geval in redelijkheid tot het sluiten van een woning over is gegaan. In een uitspraak van de voorlopige voorzieningenrechter van de Rechtbank Gelderland kwam ook de vraag aan de orde of de burgemeester in redelijkheid tot het sluiten van een perceel (inclusief woning) over was gegaan. De voorzieningenrechter betrekt daarbij ook de maatregelen die door de overheid zijn getroffen in verband met de corona-crisis.

In deze zaak speelde het volgende. Op een perceel is tijdens een controle onder andere een productielocatie van synthetische drugs en een hennepkwekerij aangetroffen. De burgemeester heeft vervolgens op grond van artikel 13b van de Opiumwet besloten om het gehele perceel (inclusief woning) te sluiten voor de duur van één jaar. De voorlopige voorzieningenrechter hanteert bij de beoordeling of de burgemeester dit in redelijkheid heeft kunnen besluiten, het hiervoor geschetste toetsingskader van de Afdeling.

Wat betreft de noodzakelijkheid van de sluiting oordeelt de voorzieningenrechter dat de situatie als ernstig en grootschalig mocht worden aangemerkt. De burgemeester heeft de sluiting daarom als noodzakelijk kunnen achten ter bescherming van het woon- en leefklimaat en het herstel van de openbare orde.

Wat betreft de evenredigheid is volgens de voorzieningenrechter van belang wat de gevolgen van de sluiting zijn voor de bewoners van het perceel. De voorzieningenrechter overweegt hierover het volgende. Een van de bewoners heeft een ernstige ziekte, verkeert in slechte conditie en is kwetsbaar voor infecties, waaronder het corona-virus. Het is belangrijk dat hij zoveel mogelijk contact met andere mensen vermijdt. Het corona-virus en de naar aanleiding daarvan getroffen maatregelen door de rijksoverheid in combinatie met de reeds slechte gezondheid van deze bewoner, is een bijzondere omstandigheid die de burgemeester bij de sluiting van de woning had moeten betrekken. De burgemeester had moeten onderzoeken in hoeverre er alternatieve huisvesting voor de bewoners beschikbaar was. Dit heeft de burgemeester onvoldoende gedaan.

De voorzieningenrechter komt dan ook tot het oordeel dat het sluiten van de woning door de combinatie van de medische situatie van de bewoner en de van overheidswege getroffen maatregelen in verband met bestrijding van het corona-virus onvoldoende zorgvuldig is voorbereid. Het besluit tot het sluiten van de overige delen van het perceel inclusief de andere panden die hierop staan, is wel in redelijkheid genomen. Het verzoek wordt toegewezen en het besluit tot sluiting van de woning wordt geschorst. De bewoners mogen voorlopig in de woning blijven wonen.

Ten slotte
Hebt u vragen over de bevoegdheid van de burgemeester om drugspanden te sluiten in tijden van Corona? Neemt u dan contact op met Doreth Loonstra.

Uw eerste aanspreekpunt:

Doreth Loonstra

Als advocaat ben ik werkzaam in de bestuursrecht- en de bouwrecht praktijk. Dat betekent dat ik mij bezig houd met zaken waarbij een overheid of een bouwer partij is. Overheden hebben bevoegdheden die vergaand in kunnen grijpen op de mogelijkheden van ondernemingen en particulieren. Voor zowel een overheid als een onderneming is het van belang dat deze eenzijdige bevoegdheidsuitoefening zorgvuldig en rechtmatig verloopt met inachtneming van alle betrokken belangen. Het bestuursrecht beslaat een breed spectrum met raakvlakken in het civiele recht en strafrecht. Daaraan verwant is het bouwrecht. Projecten beginnen vaak met een plan tot ontwikkeling van een braakliggend terrein of een herontwikkeling van bestaand vastgoed. Juist die regelgeving op verschillende onderwerpen, die ook nog eens per locatie kan verschillen, levert in de praktijk een uitdagende puzzel op.