Opgezadeld met een paard met gebreken? Niet vergeten op tijd te klagen!

  • event23-09-2019
  • schedule09:39
  • timer5 minuten
Een gegeven paard moet je niet in de bek kijken, een gekocht paard juist wel. Een gekocht paard moet voldoen aan de koopovereenkomst. Juristen noemen dit dat de geleverde zaak moet voldoen aan de “conformiteit”. Het gebeurt helaas geregeld dat het gevonden droompaard achteraf een kostbare teleurstelling blijkt te zijn. Levert de verkoper een paard dat niet aan de koopovereenkomst voldoet, dan is sprake van non-conformiteit. Lees meer over non-conformiteit in onze eerdere blog ‘Een consument kan een gekocht paard wél in de bek kijken. Hippische ondernemers let op non-conformiteit bij de (ver)koop van paarden aan consumenten’.

Op de koper rust in dit geval een wettelijke klachtplicht. Dit houdt in dat indien de koper problemen met het paard ondervindt hij hiervan melding moet maken bij de verkoper. De wet is daar bikkelhard in: als de klacht niet op tijd is geuit, vervallen alle rechten van de koper. De koper staat dan met lege handen.

In de praktijk proberen kopers om problemen zelf op te lossen of uitvoerig onderzoek laten doen voordat zij de verkoper aanspreken. Maar hoe snel moet je als koper de ernst van een probleem inzien en wanneer begint de klachttermijn te lopen? Is dat al ten tijde van het (voor het eerst) constateren van het gebrek of bijvoorbeeld pas nadat uit onderzoek door een dierenarts blijkt dat het paard niet aan de overeenkomst voldeed ten tijde van de aflevering?

Een voorbeeld uit de praktijk: een slechtlopend dressuurpaard


Deze vraag is kortgeleden nog aan de hoogste civiele rechter (de Hoge Raad) gesteld en beantwoord in een arrest van 15 februari 2019 (ECLI:NL:HR:2019:228). In de zaak ging het over de koop van een dressuurpaard dat achteraf helemaal niet geschikt bleek te zijn voor de dressuursport.

De koper was een consument, dat wil zeggen niet handelend in de uitoefening van een beroep of bedrijf, en kocht het paard begin 2013 voor de koopsom van € 10.000,00. Het paard werd vervolgens klinisch en röntgenologisch goedgekeurd en aan de koper geleverd. Na een gewenningsperiode van een aantal maanden ondervond de koper problemen met het paard en liet hij in april 2013 de fysiotherapeut naar het paard kijken. Deze vond echter geen afwijkingen aan het paard. In augustus 2013 besluit de koper uiteindelijk om het paard toch nog een keer door een dierenarts te laten onderzoeken. Uit het onderzoek bleek dat het paard een los botfragment in de hals heeft. Koper richt zich vervolgens tot de verkoper en stelt dat het paard niet voldoet aan de overeenkomst (het geleverde is ‘non-conform’). Koper vordert de koopsom van € 10.000,00 terug. De verkoper vindt (onder andere) dat de koper te laat ‘geklaagd’ heeft en weigert de koopsom terug te betalen. Volgens de verkoper had de koper moeten klagen in april 2013 toen de fysiotherapeut erbij geroepen werd.

Het oordeel van de rechter: hoe tijdig is ‘tijdig’?


In eerste instantie oordeelde het hof, evenals de rechtbank, dat de koper te laat had geklaagd. Volgens het hof is het aan de koper om binnen uiterlijk twee maanden na ontdekking van het gebrek de verkoper daarvan op de hoogte te stellen.

Nu de koper pas in september 2013, ruim vijf maanden naar het voor het eerst constateren van het gebrek, had geklaagd oordeelde het hof dat hij geen beroep meer kan doen op non-conformiteit.

De Hoge Raad is het oneens met het hof en vernietigt het arrest van het hof. Volgens de Hoge Raad gaat bij een consumentenkoop de klachttermijn pas lopen op het moment dat de consument heeft ontdekt dat het paard niet aan de koopovereenkomst beantwoordt en niet al op het moment waarop de koper dit redelijkerwijs had behoren te ontdekken.

Hierbij overwoog de Hoge Raad dat de koper weliswaar vanaf het begin heeft gemerkt dat het paard niet goed functioneerde, maar hij niet wist dat dit kwam door een gebrek waardoor het paard al ten tijde van de levering niet geschikt was als dressuurpaard. Koper heeft dit pas na het onderzoek bij de dierenarts in augustus 2013 kunnen ontdekken. Koper heeft kort daarna geklaagd bij de verkoper en dus op tijd geklaagd.

Maar wat betekent deze uitspraak nu voor de praktijk? Lessen van het arrest en tips


Men kan de volgende lering uit het arrest trekken:

  • Voor consumenten geldt een soepelere regel dan voor niet-consumenten. Een consument hoeft pas te klagen na ontdekking van de non-conformiteit van het paard. Op dat moment gaat de termijn van ‘binnen bekwame tijd’ lopen;

  • Het openbaren van symptomen die op een gebrek kunnen wijzen is niet hetzelfde als het ontdekken van het gebrek;

  • Als zich klachten openbaren, mag de consument de tijd nemen een onderzoek uit te voeren;

  • Voor zakelijke kopers geldt een strenger regime: zij moeten klagen als ze het gebrek ontdekken of redelijkerwijze hadden moeten ontdekken. Dit betekent dat zij bij het openbaren van klachten gelijk aan de bel moeten trekken en moeten aankondigen dat een onderzoek zal gaan volgen. De vraag of de kennisgeving binnen bekwame tijd is geschied wordt daarbij beantwoord onder afweging van alle betrokken belangen en met inachtneming van alle relevante omstandigheden, waaronder de vraag of de verkoper nadeel heeft geleden door een te lange klachttermijn;


Voor zowel consumenten als hippische ondernemers loont het om niet te lang te treuzelen de verkoper op de hoogte te brengen van (vermeende) gebreken. Indien zich bij het door u aangeschafte paard ernstige klachten ontdekt doet u er derhalve goed aan om de verkoper onmiddellijk op de hoogte te stellen en aan te geven dat een onderzoek zal gaan volgen. Zo loopt u geen risico om later, voor dat aspect, met lege handen te komen staan. Als verkoper geniet u daarentegen extra bescherming van de wet in het geval dat u niet tijdig bent geïnformeerd door de koper en bent u niet gehouden om mee te werken aan de ontbinding van de koopovereenkomst.

Doet zich iets dergelijks bij u voor, klaag dus tijdig en vraag onze specialist Hippisch Recht, Martin Ueffing, om advies:

Uw eerste aanspreekpunt:

Martin Ueffing

Ik ben opgegroeid in een professionele verkoopstal, waar ik nog altijd dressuurpaarden opleid voor de sport. Deze hippische achtergrond heeft mij zowel privé als beroepsmatig gevormd. Je leert presteren onder druk en je krijgt een topsportmentaliteit. Ook moet je flexibel zijn, hoofd- en bijzaken snel scheiden en vervolgens op je gevoel afgaan. Deze eigenschappen heb je nodig om een jong paard op waarde te schatten. Eigenschappen die mij als jurist ook goed van pas komen.