Mogelijk baanbrekend arrest van de Hoge Raad in het arbeidsrecht

  • event13-11-2020
  • schedule12:00
  • timer1 minuut

Om van een arbeidsovereenkomst te kunnen spreken, moet volgens de wet in elk geval sprake zijn van het tegen loon verrichten van arbeid gedurende een zekere tijd waarbij tussen partijen een gezagsverhouding bestaat. Sinds het Groen/Schoevers arrest (1997) wordt naast de feitelijke invulling ook de bedoeling van partijen (bij het aangaan van hun relatie) in deze beoordeling betrokken.

In zijn arrest van vrijdag 6 november jl. komt de Hoge Raad hierop terug door te overwegen dat bij de beoordeling van een arbeidsverhouding de bedoeling van partijen niet moet worden meegewogen:

“Waar het om gaat, is of de overeengekomen rechten en verplichtingen voldoen aan de wettelijke omschrijving van de arbeidsovereenkomst. Anders dan uit het arrest Groen/Schoevers wel is afgeleid, speelt de bedoeling van partijen dus geen rol bij de vraag of de overeenkomst moet worden aangemerkt als een arbeidsovereenkomst.” (r.o. 3.2.2)

Lees het volledige arrest hier.

Als er in een arbeidsrelatie sprake is van arbeid, loon, gedurende zekere tijd én een gezagsverhouding dan is er dus sprake van een arbeidsovereenkomst, ongeacht of partijen dit voor ogen hadden. Op grond van deze overweging van de Hoge Raad zou het bijvoorbeeld dus zo kunnen zijn veel zzp’ers in de praktijk verkapte werknemers zijn omdat zij hun opdrachten feitelijk verrichten op basis van een arbeidsovereenkomst.

De komende tijd zal uitwijzen hoe groot de impact van dit arrest zal zijn. We houden u uiteraard op de hoogte!

Heeft u naar aanleiding van dit bericht vragen, dan kunt u contact opnemen met Tom Nicolai of Marjolein Moorman.

Uw eerste aanspreekpunt:

Tom Nicolai

Ik ben geen pure wetenschapper. Ik volg alle ontwikkelingen in mijn rechtsgebied op de voet maar sta zelf liever in het veld. Mijn kracht is dat ik van mensen hou. In het arbeidsrecht is dat een groot voordeel want daar draait het voornamelijk om, mensen. Ik voel me persoonlijk betrokken bij mijn cliënten en zorg dat ik de cultuur binnen het bedrijf ken. Dat maakt dat je snel kunt schakelen en samen ook snel tot oplossingen komt. In de praktijk zie ik vaak een te grote afstand tussen cliënt en advocaat. Ik treed niet alleen op als advocaat van werkgevers. Ook werknemers sta ik bij. Ik zie dat als een meerwaarde. Je verliest de nuance niet uit het oog.