Medezeggenschap van uw medewerkers | Deel 3: Het instemmingsrecht van de ondernemingsraad

  • event18-05-2021
  • schedule10:00
  • timer0 minuten

In deze blogreeks praten wij u bij over het medezeggenschapsrecht. In onze vorige blog stond het adviesrecht van de ondernemingsraad centraal. Vandaag praten we u bij over een ander belangrijk recht van de ondernemingsraad, namelijk het instemmingsrecht.

Instemmingsrecht
De ondernemingsraad heeft in het kader van het sociaal beleid binnen een onderneming een instemmingsrecht. Denk daarbij aan besluiten die te maken hebben met arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden. In artikel 27 van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) is een uitputtende lijst van onderwerpen opgenomen waarvoor instemming van de ondernemingsraad is vereist.

Het instemmingsrecht ziet op besluiten van algemene strekking. Dat wil zeggen: besluiten die herhaaldelijk kunnen worden toegepast en op alle of een groep werknemers betrekking hebben. Te denken valt aan besluiten met betrekking tot arbeids- en rusttijden of vakantie.

Net als bij het adviesrecht geldt ook hier dat pas wanneer er sprake is van een voorgenomen besluit, dit aan de ondernemingsraad ter instemming moet worden voorgelegd. Het besluit moet dus al enigszins concreet zijn. Slechts een beleidsvoornemen is onvoldoende concreet om te kunnen spreken van een voorgenomen besluit.

Cao vóór instemmingsrecht
De ondernemingsraad heeft geen instemmingsrecht voor onderwerpen die al inhoudelijk zijn geregeld in een cao of in een regeling van arbeidsvoorwaarden zijn vastgesteld door een publiekrechtelijk orgaan. Relevant is de vraag of het onderwerp uitputtend is geregeld. Is het onderwerp bijvoorbeeld in een cao geregeld, maar bestaat er nog wel beslissingsruimte voor de ondernemer, dan heeft de ondernemingsraad ten aanzien van die beslissingsruimte wél een instemmingsrecht.

Verzoek om instemming
Het verzoek om instemming moet schriftelijk aan de ondernemingsraad worden voorgelegd. Het verzoek omvat in elk geval een overzicht van de beweegredenen en de te verwachten gevolgen voor de werknemers. Voordat de ondernemingsraad over het instemmingsverzoek beslist, vindt ten minste één overlegvergadering plaats met de ondernemer.

Vervangende toestemming
Heeft de ondernemer geen instemming van de ondernemingsraad verkregen of heeft deze niet binnen een redelijke termijn op het instemmingsverzoek beslist, dan kan de ondernemer de kantonrechter toestemming vragen om het besluit (alsnog) te mogen nemen. De kantonrechter zal deze toestemming in beginsel verlenen als:

  • de beslissing om geen instemming te geven onredelijk is; of
  • het voorgenomen besluit gevergd wordt door zwaarwegende bedrijfsorganisatorische, -economische of -sociale redenen.

De kantonrechter weegt de belangen van de ondernemer bij het besluit en de bezwaren van de ondernemingsraad tegen het besluit, tegen elkaar af.

In plaats van het vragen van vervangende toestemming aan de kantonrechter, kan de ondernemer er ook voor kiezen het besluit dusdanig naar de inzichten van de ondernemingsraad aan te passen, en vervolgens opnieuw om instemming te vragen.

Geen instemming, tóch besluit genomen
Een besluit dat zonder instemming van de ondernemingsraad en zonder toestemming van de kantonrechter tóch is genomen, is nietig. De ondernemingsraad moet binnen een maand nadat het definitieve besluit schriftelijk is medegedeeld, of nadat uitvoering daarvan is gebleken, een beroep doen op de nietigheid. Het gevolg van de nietigheid is onder andere dat de ondernemer het besluit niet mag uitvoeren. De nietigheid leidt er echter niet toe dat reeds gemaakte afspraken met werknemers in het kader van het besluit komen te vervallen.

Om discussies (en procedures) te voorkomen is het raadzaam om ten aanzien van voorgenomen besluiten zorgvuldig na te gaan of de ondernemingsraad een advies- of instemmingsrecht heeft.

Twijfelt u of uw besluit advies- of instemmingsplichtig is of heeft u andere vragen? Neemt u dan gerust contact op met onze collega's Kristien Croezen en Marjolein Moorman.

Uw eerste aanspreekpunt:

Kristien Croezen

Als kind was ik erg nieuwsgierig. Ik zaagde volwassenen overal over door, wilde precies weten waarom iets gebeurde en hoe iets in elkaar zat. Die lijn heb ik in mijn werk doorgetrokken. Altijd wil ik exact achterhalen waar het pijnpunt zit, om daar vervolgens een concrete oplossing voor te bedenken. Het mooie aan het recht vind ik dat er altijd twee kanten van een verhaal zijn. Tegenover de cliënt wil ik eerlijk zijn over de risico’s die kleven aan zijn kant van de zaak. Geen gouden bergen beloven. Een geschil kan een cliënt behoorlijk dwars zitten en bezighouden. Ik vind het daarom belangrijk om goed bereikbaar te zijn om zo snel mogelijk het verhaal van de cliënt aan te horen en daarop in te kunnen springen.


Marjolein Moorman

Aanpakken, maar vooral doorpakken typeren mij in mijn werk. Als nuchtere Drent ben ik niet snel onder de indruk en draai ik niet om de hete brij heen. Ik streef naar heldere en bondige (juridische) adviezen.