Mag de overheid terrasbezoek, bezoeken aan oma en sporten in de sportschool beperken?

  • event29-05-2020
  • schedule13:53
  • timer6 minuten
We mogen niet ‘spontaan’ een terrasje pakken, we ‘mogen’ niet sporten in sportscholen en misschien wel het meest ingrijpend, we mogen niet ‘zo maar’ bij mensen (thuis of in zorginstellingen) op bezoek. Op LinkedIn en in de media zie ik steeds meer berichten over de mate waarin de maatregelen van de overheid worden gesteund. Steeds luider klinkt de vraag of een overheid ‘zo maar’ zulke vergaande maatregelen mag afkondigen?

Natuurlijk ben ik niet de eerste jurist die deze vraag stelt. Was ik maar zo origineel … In blogs en artikelen zijn verschillende theoretische verhandelingen verschenen over grondrechten. Hierin komen veelvuldig termen voor als het ‘proportionaliteitsbeginsel’ en het ‘subsidiariteitsbeginsel’. Voor mensen met een lichte beroepsdeformatie (zoals ik) erg interessant, maar wellicht wordt u minder enthousiast van juridisch jargon en theoretische verhandelingen.

Toch merken we allemaal de beperkingen als gevolg van de maatregelen en wilt u misschien wel weten of dat allemaal wel kan. U bent niet de enige die zich dat afvraagt. Juist deze vraag is voor de Tweede Kamer aanleiding geweest om voorlichting te vragen aan de Raad van State. De Raad van State heeft die voorlichting inmiddels gegeven waarbij ingezoomd (niet via het vergaderprogramma)  wordt op het inperken van grondrechten.

De Raad van State maakt in de voorlichting, naar mijn mening terecht, het onderscheid tussen de verschillende maatregelen. De oproepen om zo veel mogelijk thuis te blijven/werken, geen handen te schudden en te niezen op voorgeschreven wijze, zijn geen juridisch afdwingbare maatregelen. Het verbod op samenkomsten en evenementen, het verbod op (volledige) openstelling en het verbod op toegang tot zorginstellingen en woonvormen zonder toestemming van de beheerder zijn dit wel. De voorlichting van de Raad van State ziet op dat soort dwingend voorgeschreven maatregelen.

The basics: klassieke grondrechten vs sociale grondrechten
Grondrechten vind je in de Grondwet en verschillende verdragen, waarvan het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) het meest bekende verdrag is. We kennen ‘klassieke grondrechten’ en ‘sociale grondrechten’.

De klassieke grondrechten worden doorgaans het meest aangehaald en zien op een individuele burger, bijvoorbeeld de vrijheid van godsdienst en meningsuiting en het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Dit zijn rechten waarvan we willen dat de overheid zich er vooral niet tegenaan bemoeit.

Voor onze sociale grondrechten zien we, in de hoofdregel (en los van politieke kleur), wel graag overheidsbemoeienis. De overheid zou zich moeten inspannen om deze sociale grondrechten te realiseren. Een sociaal grondrecht is bijvoorbeeld het bevorderen van de volksgezondheid.

Met enige regelmaat ‘botst’ een sociaal grondrecht met een klassiek grondrecht. Dit is ook wat met de Corona-maatregelen gebeurt. Het beschermen van de volksgezondheid botst met de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer (waaronder het huisrecht en familieleven).

Beperken van grondrechten in de noodverordening kan eigenlijk niet, maar is voor korte duur verdedigbaar
Grondrechten van burgers kunnen beperkt worden, maar, kort door de bocht geformuleerd, alleen wanneer een wet daarin voorziet.

Er zijn verschillen in de eisen die aan een beperking van een grondrecht worden gesteld voor grondrechten op basis van de Nederlandse Grondwet en voor grondrechten uit verdragen. Om een theoretisch juridisch betoog hier te voorkomen verwijs ik de ‘die hards’ voor het onderscheid graag naar paragraaf 6 van de voorlichting van de Raad van State.

Op dit moment zijn het de verschillende noodverordeningen die onze grondrechten in de vorm van bezoek aan anderen, sportscholen en horecagelegenheden beperken. Er is sprake van een soort noodrecht dat op grond van de Wet publieke gezondheid in combinatie met de Wet veiligheidsregio’s is toegepast.

Zie voor een uitleg hierover onze eerdere blog die is geschreven met collega Denise de Jong. Zoals in de eerdere blog gesteld is er veel juridische discussie over de vraag of er wel voldoende wettelijke grondslag is voor de huidige vergaande beperkingen. Met andere woorden; wordt wel met een wet voorzien in de opgelegde beperkingen?

Onvoldoende wettelijke grondslag (strikte lezing), maar verdedigbaar
De Raad van State constateert dat in algemene zin het op deze wijze beperken van grondrechten in een strikte lezing van de grondwet niet is toegestaan, omdat de wettelijke grondslag (te) globaal van aard is.

De Raad van State acht het echter verdedigbaar dat in acute, concrete en levensbedreigende situaties, zoals het plotseling uitbreken van het coronavirus, een beperking van grondrechten mogelijk is gedurende een korte periode op zo’n globale wettelijke grondslag. Hierbij is van belang dat met de beperking juist de bescherming van een ander (sociaal) grondrecht is beoogd. Hier ziet u de hiervoor genoemde botsing van grondrechten terug.

Gewenste vervolg, Spoedwet Corona?
Een meer solide wettelijke grondslag voor het beperken van onze tochtjes naar horeca, vrienden en familie is gewenst. In de eerste plaats omdat een noodverordening naar zijn aard alleen geschikt is voor een korte geldingsduur. Inmiddels is het iedereen duidelijk dat de coronacrisis langere tijd gaat duren. In de tweede plaats vanwege de hiervoor genoemde huidige globale wettelijke grondslag.

In de eerdere blog noemden wij al dat de wetgever bezig is met een wetsvoorstel Spoedwet Corona. Deze Spoedwet moet de huidige noodverordeningen gaan vervangen. De Raad van State doet in de voorlichting al een aantal handreikingen:

  • De wet mag niet te algemeen zijn, maar moet wel voldoende flexibiliteit bieden voor het slagvaardig optreden door de overheden. Dit is een uitdagende taak.

  • In de wet zouden criteria opgenomen kunnen worden voor de (gefaseerde) afbouw van de maatregelen. Het gaat daarbij om toetsingscriteria voor verlenging dan wel afbouw van maatregelen.

  • Een gefaseerde afbouw naar de situatie zoals zij voor de uitbraak was, is niet per se een lineair dalende lijn. Afschalen op de lange termijn kan vragen om een (her)opschaling op de korte termijn. In elke fase moet worden afgewogen welke beperkende maatregelen met het oog op de bescherming van de volksgezondheid, noodzakelijk en proportioneel (daar is dan toch die juridische term…) zijn.

  • Het geniet de voorkeur om in de wet een beredeneerde vervaldatum op te nemen met de mogelijkheid om deze termijn (bij Koninklijk Besluit) te verlengen.

  • De regering en het parlement moeten regelmatig de noodzaak van de maatregelen en de mogelijkheden tot afbouw bezien. Daarbij moet steeds de balans worden gevonden tussen normalisering van de maatschappij en de volksgezondheid. Voorkomen moet worden dat onder druk van (delen van) de samenleving te snel wordt afgeschaald. Het voortdurend af- en dan weer opschalen van maatregelen leidt tot onzekerheid en kan afbreuk doen aan het vertrouwen van burgers.


Samengevat

  • Bij de genomen (en te nemen) maatregelen tegen het coronavirus is sprake van een botsing tussen klassieke en sociale grondrechten.

  • (Klassieke) grondrechten kunnen in de hoofdregel alleen bij wet beperkt worden.

  • De wettelijke grondslag van de huidige maatregelen ligt in de combinatie van de Wet publieke gezondheid en de Wet veiligheidsregio’s.

  • Deze grondslag is met een strikte lezing te globaal van aard om grondrechten te beperken, maar de Raad van State acht de huidige grondslag voor de maatregelen in dit geval verdedigbaar.

  • De (te) globale grondslag is mede aanleiding voor een wetsvoorstel Spoedwet Corona.


Het opstellen van deze wet zal een uitdaging zijn voor de wetgever. Telkens moet de balans worden gevonden tussen normalisering van de maatschappij en de volksgezondheid. Wij houden u uiteraard graag op de hoogte.

Heeft u naar aanleiding van het voorgaande vragen, neem dan contact op met Elzelou Grit.

[embed]https://www.youtube.com/watch?v=pFKDrE0aa50[/embed]

 

 

 

Uw eerste aanspreekpunt:

Elzelou Grit

In mijn praktijk heb ik te maken met allerlei belangen; het algemeen belang van de maatschappij, het belang van een ondernemer met een plan en vaak nog het belang van een tegenstander van dat plan. Het bestuursrecht heeft ook nog eens eigen regels en gespecialiseerde rechters met een eigen procesrecht. Dat maakt het bestuursrecht een schaakspel met geheel eigen spelregels. Of ik nu procedeer of adviseer, ik maak graag gebruik van alle ‘schaakstukken’ op het bord.