Het UBO-register komt eraan (o nee, toch nog niet)

  • event27-02-2020
  • schedule09:00
  • timer2 minuten
Sinds Nederland in de zomer van 2018 de Vierde Antiwitwasrichtlijn[1] heeft geïmplementeerd, heeft de UBO zijn gang naar verschillende regelingen gevonden. Iedere rechtspersoon of personenvennootschap heeft een of meer UBO’s, wat staat voor Ultimate Beneficial Owner, ofwel uiteindelijk belanghebbende. Hoofdregel is dat je UBO bent als je meer dan 25% van de zeggenschap kunt uitoefenen in een rechtspersoon of personenvennootschap (hierna gezamenlijk: “Rechtspersoon”). Een UBO is altijd een natuurlijk persoon. En als je de UBO kent, weet je wie onder aan de streep aan de touwtjes trekt, is de gedachte. Op grond van de Vijfde Antiwitwasrichtlijn[2] moeten al die UBO’s worden geregistreerd in het Handelsregister van de KvK. Deze registratieverplichting zal worden opgenomen in de Handelsregisterwet 2007. Volgens gegevens van de KvK zelf moeten zo’n anderhalf miljoen organisaties een UBO registreren.

Oud nieuws, toch? Ja, want het UBO-register had op 10 januari 2020 live moeten gaan. De Tweede Kamer had dat een maand eerder, op 11 december 2019, al afgezegend. Maar toen moest de betreffende implementatiewet nog door de Eerste Kamer. En die heeft aanvullende vragen gesteld. Bovendien werd op 17 februari 2020 bekend dat er mogelijk nog een voorlichtingsaanvraag zal worden gedaan aan de Raad van State. Het ziet er daarom naar uit dat de feitelijke invoering van dat UBO-register nog wel even op zich zal laten wachten.

Maar dat het register er komt, is zeker. Dat maakt relevant te weten welke gevolgen de invoering van het UBO-register in de praktijk zal hebben.

Ten eerste hebben alle bestaande Rechtspersonen vanaf de opening van het register 18 maanden de tijd om hun UBO’s te registreren. Na opening van het register moeten nieuw ingeschreven Rechtspersonen meteen hun UBO of UBO’s registreren.

Wat moet je aanleveren en, belangrijker, wie kan dat allemaal zien? Er is een onderscheid tussen openbaar toegankelijke gegevens en gegevens die alleen door bevoegde autoriteiten en de Financial Intelligence Unit (“FIU”) kunnen worden geraadpleegd. Zie onderstaand schema:



De andere EU-Lidstaten voeren ook een UBO-register in. De registers van alle EU-Lidstaten worden op termijn aan elkaar gekoppeld.

Er is veel discussie over de inbreuk op de privacy van de UBO. Dit is ondanks dat het register zal voldoen aan de eisen van de Algemene Verordening Gegevensbescherming, en ondanks dat bepaalde gegevens kunnen worden afgeschermd. Dat geldt sowieso voor minderjarige UBO’s. Voor niet-minderjarige UBO’s bestaat op verzoek de mogelijkheid tot afscherming als het openbaar maken van deze gegevens de UBO blootstelt aan een onevenredig risico op bijvoorbeeld ontvoering, chantage of geweld. De UBO moet bewijzen dat sprake is van zulke risico’s, maar de verwachting is dat dat niet snel zal lukken.

Tot slot: niet-voldoen aan de inschrijvings- en deponeringsplicht is duur: dat kan een dwangsom opleveren, maar ook een boete van maximaal EUR 21.750.

Maar zover is het nog niet. Eerst moet de Senaat het licht definitief op groen zetten.

[1]           Richtlijn (EU) 2015/849.

[2]           Richtlijn (EU) 2018/843.

Uw eerste aanspreekpunt:

Harm Jan Tulp

Sinds een seminar over beursvennootschappen in mijn studententijd heeft het Financieel Recht me nooit meer losgelaten. Op de Amsterdamse effectenbeurs en in de jaren erna als advocaat stond ik aan de kant van de grote instituten. Sinds 2003 sta ik vooral hun klanten bij.