Gemeenten opgelet! Onduidelijke formulering in een Wmo-verordening kan leiden tot onvoorziene kosten

  • event06-07-2020
  • schedule10:00
  • timer3 minuten
Gemeenten geven uitvoering aan de Wmo. Het doel van de wet is dat burgers zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen en deel kunnen nemen aan de maatschappij. Sinds de invoering van de Wmo, is de wet verschillende keren gewijzigd. Per 1 januari 2015 geldt de Wmo 2015. Deze wet wordt nader uitgewerkt in gemeentelijk beleid en gemeentelijke verordeningen. De Wmo voorziet, als wordt voldaan aan bepaalde voorwaarden, in een verhuiskostenvergoeding als een inwoner moet verhuizen vanwege lichamelijke beperkingen (een maatwerkvoorziening). Een gemeente (meer specifiek het college van B&W) onderzoekt na zo’n aanvraag de behoefte aan maatschappelijke ondersteuning. Doorgaans wordt zo’n verhuisvergoeding aangevraagd voordat een verhuizing daadwerkelijk plaatsvindt, maar soms is dat anders.

Wat nu als een inwoner de verhuiskostenvergoeding aanvraagt nadat de verhuizing al heeft plaatsgevonden en de aanvrager (kennelijk) zelf heeft kunnen voorzien in zijn/haar behoefte?

Op 13 mei 2020 oordeelde de Centrale Raad van Beroep (CRvB) over de vraag of een verhuiskostenvergoeding aangevraagd na de verhuizing nog diende te worden verleend. Het ging in deze zaak om een aanvraag van 17 oktober 2017. Daarop is dus de Wmo 2015 van toepassing. De burger vraagt nadat hij verhuisd is een verhuiskostenvergoeding aan. Die verhuizing was noodzakelijk vanwege lichamelijke beperkingen  (daarover zijn partijen het eens).

Het college heeft geoordeeld dat de aanvrager ten tijde van de latere melding (na de verhuizing) geen beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie ondervond. Met andere woorden de aanvraag is afgewezen omdat de aanvrager zelf in staat is gebleken het probleem zelfstandig op te lossen (hij/zij is immers verhuisd).

De CRvB oordeelt echter anders. In de verordening van deze gemeente was slechts bepaald dat de maatwerkvoorziening kan worden geweigerd, als ‘objectieve beoordeling van de noodzaak of de wijze van ondersteuning niet meer kan plaats vinden’. Daarvan was in dit geval geen sprake, partijen waren het immers eens dat de aanvrager vanwege de beperkingen diende te verhuizen. Het feit dat door de aanvraag de tegemoetkoming met terugwerkende kracht wordt verleend is ook geen afwijzingsgrond in die verordening. Daarnaast had de aanvrager aangevoerd, dat hij geld had moeten lenen om deze kosten eerst zelf te voldoen. Hieruit blijkt, volgens de CRvB, dat er juist geen sprake van is dat de aanvrager op eigen kracht de beperkingen heeft kunnen wegnemen. De CRvB kent de verhuiskostenvoorziening dan ook alsnog toe. Op deze kosten had de gemeente vermoedelijk niet meer gerekend.

Tip voor bestuurders en ambtenaren in het sociaal domein: licht uw beleid en regelgeving door!

Deze onvoorziene uitgave was mogelijk door de gemeente te vermijden geweest. Ik schetste al dat gemeente uitvoering geven aan de Wmo 2015 met verordeningen en gemeentelijk beleid. De gemeente in deze casus, had in haar verordening (specifiek artikel 2.3.2, aanhef en onder c, van de Verordening 2016) ten aanzien van terugwerkende kracht enkel opgenomen “dat een voorziening geweigerd wordt als niet meer vastgesteld kan worden of een voorziening nodig is”. Omdat de noodzaak in deze zaak niet ter discussie stond, sneed de gemeente zichzelf dus in de vingers.

Uit deze, maar ook andere uitspraken, blijkt dat het belangrijk is dat de tekst (en de toelichting) van de verordening op de juiste manier wordt vastgesteld. Door in dit concrete geval (ongewild) de mogelijkheid te bieden om een aanvraag met terugwerkende kracht in te dienen, moeten er extra kosten gemaakt worden. Deze kosten kunnen behoorlijk oplopen.

Wees dus alert. De wet geeft u hiervoor ook de ruimte. U bepaalt zelf in de verordening op basis van welke criteria wordt vastgesteld of iemand in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening. Zeer wel denkbaar is dat deze gemeente met een juiste formulering terugwerkende kracht bij een verhuisvergoeding had kunnen uitsluiten.

Het kan lonen om uw verordeningen en beleid door te (laten) lichten op dit soort risico’s. Sinds de invoering van de Wmo 2015 wordt er steeds meer geprocedeerd en het loont de moeite om hier scherp op te zijn. Helemaal nu er steeds meer tekorten ontstaan door Wmo uitgaven en er bezuinigd dient te worden.

Heeft u vragen over deze uitspraak of over beleid en verordeningen in het sociaal domein, schroom dan niet om contact op te nemen met Karin Kamps.

Uw eerste aanspreekpunt:

Karin Kamps

Bij letselschade is juridische deskundigheid alleen niet genoeg. Als belangenbehartiger moet je praktisch ingesteld zijn en kunnen samenwerken met andere deskundigen zoals medische experts of arbeidsdeskundigen. Ook een luisterend oor is belangrijk. Een ongeval kan iemands wereld behoorlijk op de kop zetten.