Geen inkomenstoets ouders in de Jeugdwet

  • event15-06-2021
  • schedule11:00
  • timer1 minuut

Op donderdag 10 juni jongstleden oordeelde de Centrale Raad van Beroep (CRvB) dat artikel 2.3 eerste lid, van de Jeugdwet, geen ruimte biedt voor een beoordeling van de financiële draagkracht van een gezin om zelf jeugdhulp te kunnen verlenen.

Toetsen aanvraag in het kader van de Jeugdwet
In 2017 oordeelde de CRvB dat gemeenten aan de hand van artikel 2.3. van de Jeugdwet in samenhang met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een stappenplan dienen te volgen om een aanvraag in het kader van de Jeugdwet zorgvuldig te toetsen (ECLI:NL:CRVB:2017:1477). Kort gezegd dient eerst de noodzakelijke hulp in kaart gebracht te worden. Daarna dient het probleemoplossend vermogen van de ouders, inclusief het sociale netwerk, onderzocht te worden. Pas als de mogelijkheden van de ouders of het sociale netwerk ontoereikend zijn, dient het college de voorziening te verlenen.

Toetsing financiële draagkracht toegestaan?
In deze zaak vroegen de ouders van een minderjarige begeleiding aan in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb). Op deze manier konden zij zelf de zorg verlenen. Naar aanleiding van de aanvraag heeft de gemeente onderzoek gedaan. Dit is gebruikelijk, maar de gemeente ging hier een stapje verder en nam ook de financiële draagkracht in de beoordeling mee. De aanvraag werd uiteindelijk afgewezen vanwege de financiële draagkracht van de ouders.

De gemeente betoogde in deze zaak dat de financiële draagkracht getoetst mag worden in het kader van ‘eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen van de ouder’. De gemeente verwees hierbij naar de uitspraak van de CRvB van 17 juli 2019 (ECLI:NL:CRVB:2019:2362) waarbij zowel de rechtbank als de CRvB de financiën van het gezin aanstippen. De rechtbank overwoog namelijk onder andere: “Die gehoudenheid kan ook niet voortvloeien uit de stelling van appellant dat zijn moeder een betaalde baan heeft opgegeven om voor hem te kunnen zorgen, nu niet blijkt van financiële problemen in het gezin en niet blijkt van een gedwongen keus tussen een betaalde baan en hulpverlening aan appellant”. De CRvB verklaarde het hoger beroep in deze zaak ongegrond en de aanvraag werd dus (definitief) afgewezen.

Uitspraak van 10 juni 2021 (ECLI:NL:CRVB:2021:1327)
Met de uitspraak van 17 juli 2019 in de hand, is het vanuit het oogpunt van het college niet zo vreemd dat ook de financiën van het gezin betrokken werden bij de aanvraag. Toch ving het college bot. De uitspraak van 17 juli 2019 (specifiek rechtsoverweging 4.5) is volgens de CRvB niet bedoeld om een financiële draagkrachtmeting mogelijk te maken. Artikel 2.3, eerste lid, van de Jeugdwet biedt namelijk geen ruimte voor een beoordeling van de financiële draagkracht van een gezin om zelf jeugdhulp te kunnen verlenen. De wettekst en de geschiedenis bij de totstandkoming van deze wet, bieden hiervoor geen aanknopingspunten. De CRvB heeft daarom het besluit van de gemeente herroepen en bepaald dat recht bestaat op vier uur jeugdhulp per week. De gemeente moet de jeugdhulp in deze zaak alsnog verstrekken.

Opmerkelijk in deze zaak is dat ook de rechtbank in een eerdere procedure had bepaald dat het onderzoek niet zorgvuldig was geweest omdat de financiële consequenties van de weigering van een pgb niet onderzocht waren. De rechtbank heeft het college de gelegenheid gegeven om dit te herstellen. Dit heeft het college gedaan door een financieel deskundige in te schakelen en naar aanleiding van dit onderzoek de aanvraag (wederom) af te wijzen. De rechtbank liet dit oordeel in stand. De aanvragers dienden hoger beroep in en met succes zoals uit de uitspraak van 10 juni 2021 blijkt.

Conclusie
Deze uitspraak illustreert hoe complex de Jeugdwet kan zijn en dat gemeenten in het kader van kostenbesparing gaan zoeken naar oplossingen om de kosten te beheersen. Hetzelfde doet zich ook bij de Wmo voor en dan met name op het gebied van de huishoudelijke hulp. Voor de Jeugdwet is het nu duidelijk dat artikel 2.3. geen ruimte biedt om de financiële draagkracht van het gezin te toetsen. Het is aan de politiek om dit eventueel te wijzigen.

Heeft u als gemeente vragen op het gebied van het sociaal domein of bent u op zoek naar ondersteuning van uw organisatie op dit gebied? Neemt u dan gerust contact op met Karin Kamps of Denise de Jong.

Uw eerste aanspreekpunt:

Karin Kamps

Bij letselschade is juridische deskundigheid alleen niet genoeg. Als belangenbehartiger moet je praktisch ingesteld zijn en kunnen samenwerken met andere deskundigen zoals medische experts of arbeidsdeskundigen. Ook een luisterend oor is belangrijk. Een ongeval kan iemands wereld behoorlijk op de kop zetten.


Denise de Jong

Een groot deel van mijn familie is ondernemer. Van jongs af aan heb ik geleerd en gezien hoe ondernemers denken en wat belangrijk is voor een ondernemer. Doorzettingsvermogen en integriteit zijn voor mij belangrijk.