De WBTR en de inperking van de ontslagbescherming van de stichtingsbestuurder

  • event18-05-2021
  • schedule12:00
  • timer3 minuten

Met ingang van 1 juli 2021 treedt de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen (hierna: WBTR) in werking. Het doel van deze wet is om de regelingen voor bestuur en toezicht bij verschillende soorten rechtspersonen aan te vullen en daarbij zoveel mogelijk in overeenstemming te brengen met regels die in dat kader voor BV’s en NV’s gelden. In een vorige blog hebben we de belangrijkste wijzigingen van de WBTR voor u op een rij gezet. In deze blog zoomen we nader in op één van deze wijzigingen: de inperking van de ontslagbescherming van de stichtingsbestuurder.

Huidige situatie

De bestuurder van een stichting heeft twee verschillende juridische posities binnen deze stichting. Enerzijds is hij ‘bestuurder’ (een rechtspersonenrechtelijke relatie) en anderzijds is hij ‘werknemer’ (een arbeidsrechtelijke relatie).

Als een bestuurder van een BV of een NV in de hoedanigheid van bestuurder wordt ontslagen, eindigt hierdoor vaak ook zijn positie als werknemer. Bij een stichting ligt dit anders.

De statuten van een stichtingen bepalen welk orgaan bevoegd is om de bestuurder te benoemen en te ontslaan. Doorgaans is dit de Raad van Toezicht. Indien de Raad van Toezicht besluit tot het ontslag van de bestuurder, eindigt daarmee de rechtspersonenrechtelijke relatie. De arbeidsrechtelijke relatie van de inmiddels ex-bestuurder blijft dan bestaan. Om de arbeidsrechtelijke relatie te beëindigen, moet de stichting eerst toestemming krijgen van het UWV of de kantonrechter Dit wordt ook wel de preventieve ontslagbescherming genoemd. De stichtingsbestuurder heeft daardoor dezelfde ontslagbescherming als een ‘gewone’ werknemer.

Als er geen Raad van Toezicht is, kan een stichtingsbestuurder nu nog op verzoek van het OM of een belanghebbende door een rechter worden ontslagen. Deze route kan alleen bewandeld worden als de bestuurder in strijd met de wet of de statuten handelt, of zich schuldig maakt aan financieel wanbeheer.

Er zijn onder het huidige recht dus twee manieren om een stichtingsbestuurder (als bestuurder én als werknemer) te ontslaan:

  1. door een besluit van de Raad van Toezicht (of een ander orgaan belast met benoeming en ontslag van bestuurders) én met toestemming c.q. tussenkomst van het UWV of een rechter; of
  2. door een rechter op verzoek van het openbaar ministerie of een belanghebbende.

Situatie per 1 juli 2021

Met inwerkingtreding van de WBTR wordt de rechtspositie van een stichtingsbestuurder gelijkgetrokken met die van een bestuurder van een BV of NV. Dit betekent o.a. dat de preventieve ontslagbescherming komt te vervallen. Door deze wijziging verdwijnt de juridisch onwenselijke en ingewikkelde situatie waarbij een bestuurder geen bestuurder meer is, maar nog wel werknemer (omdat het UWV of de kantonrechter het ontslag niet heeft goedgekeurd).

De Raad van Toezicht kan vanaf 1 juli 2021 de stichtingsbestuurder dus niet alleen als bestuurder, maar tegelijkertijd ook als werknemer ontslaan, zonder dat daarvoor toestemming of tussenkomst van het UWV of een rechter nodig is.

Dit betekent uiteraard niet dat een stichtingsbestuurder ‘zomaar’ kan worden ontslagen. Er dient in alle gevallen sprake te zijn van een redelijke ontslaggrond, zoals bijvoorbeeld een gebrek aan vertrouwen. Is deze er niet? Dan kan de stichtingsbestuurder aanspraak maken op een billijke vergoeding. Het is voor de bestuurder niet (meer) mogelijk om herstel van de arbeidsovereenkomst te vorderen.

De ontslaggronden voor het geval er geen Raad van Toezicht is, worden door de WBTR  verruimd. Een stichtingsbestuurder kan vanaf 1 juli 2021 (op verzoek van het openbaar ministerie of een belanghebbende) worden ontslagen wegens:

  • verwaarlozing van zijn taak;
  • een ingrijpende wijziging van omstandigheden op grond waarvan het voortduren van zijn bestuurderschap in redelijkheid niet kan worden geduld;
  • het niet (behoorlijk) voldoen aan een bevel van de voorzieningenrechter; of
  • andere gewichtige redenen.

Het nieuwe ontslagregime van de WBTR zal overigens ook gaan gelden voor commissarissen, indien aanwezig.

Conclusie

De WBTR zorgt ervoor dat het eenvoudiger wordt om een stichtingsbestuurder te ontslaan. Niet alleen komt de preventieve ontslagbescherming van de stichtingsbestuurder per 1 juli 2021 te vervallen, ook worden de ontslaggronden in de wet verruimd.

Heeft u vragen? Neem dan gerust contact op met Kristien Croezen of Marjolein Moorman.

Uw eerste aanspreekpunt:

Kristien Croezen

Als kind was ik erg nieuwsgierig. Ik zaagde volwassenen overal over door, wilde precies weten waarom iets gebeurde en hoe iets in elkaar zat. Die lijn heb ik in mijn werk doorgetrokken. Altijd wil ik exact achterhalen waar het pijnpunt zit, om daar vervolgens een concrete oplossing voor te bedenken. Het mooie aan het recht vind ik dat er altijd twee kanten van een verhaal zijn. Tegenover de cliënt wil ik eerlijk zijn over de risico’s die kleven aan zijn kant van de zaak. Geen gouden bergen beloven. Een geschil kan een cliënt behoorlijk dwars zitten en bezighouden. Ik vind het daarom belangrijk om goed bereikbaar te zijn om zo snel mogelijk het verhaal van de cliënt aan te horen en daarop in te kunnen springen.


Marjolein Moorman

Aanpakken, maar vooral doorpakken typeren mij in mijn werk. Als nuchtere Drent ben ik niet snel onder de indruk en draai ik niet om de hete brij heen. Ik streef naar heldere en bondige (juridische) adviezen.