De vaststellingsovereenkomst in het arbeidsrecht | Deel 3: Finale kwijting

  • event30-11-2020
  • schedule13:50
  • timer4 minuten

Finale kwijting: is finaal ook echt finaal?

Een belangrijke afspraak in de vaststellingsovereenkomst (VSO) is de finale kwijting. Kortgezegd betekent dit dat partijen na het sluiten en uitvoeren van de VSO geen aanspraak meer kunnen maken op vorderingen uit hoofde van de arbeidsovereenkomst of de beëindiging daarvan. In de meeste gevallen is het duidelijk welke onderwerpen onder de finale kwijting vallen, namelijk die in de VSO zijn opgenomen. Maar geldt dit ook voor de onderwerpen die niet expliciet in de VSO vermeld staan? Spoiler alert: soms is dat inderdaad het geval! In onze derde blog van de vierdelige reeks over de VSO zullen we met praktijkvoorbeelden ingaan op de reikwijdte van het finale kwijting beding.

Finale kwijting in de rechtspraktijk
Met het afsluiten van een VSO beogen de werkgever en de werknemer sluitende afspraken te maken over het einde van de arbeidsrelatie, zodanig dat er na die tijd geen onduidelijkheden tussen partijen ontstaan over de uitleg van de VSO. Met name om eventuele procedures nadien te voorkomen. Daarom wordt in de VSO meestal (ook) de bepaling opgenomen dat partijen elkaar over en weer finale kwijting verlenen zodra alle verplichtingen uit de overeenkomst zijn nagekomen. Als een partij zich succesvol op dit beding beroept, komt de vordering van de andere partij geen werking toe. Of een vordering wel of niet onder de finale kwijting valt is sterk casuïstisch, waarbij alle voorkomende omstandigheden relevant zijn. Het is dus van belang dat alle kwesties worden geregeld. Aan de hand van drie voorbeelden – uit de rechtspraak – wordt geprobeerd duidelijk te maken in welke gevallen iets wel of niet onder de finale kwijting kan vallen.

Voorbeeld 1
De eerste zaak ging over de vraag of het concurrentiebeding nog geldig was wanneer partijen finale kwijting zijn overeengekomen. De kantonrechter heeft in dit geval overwogen dat het in de arbeidsovereenkomst opgenomen concurrentiebeding niet meer geldig is, wanneer partijen hierover in de VSO geen afspraken hebben gemaakt maar wel een finaal kwijtingsbeding zijn overeenkomen (ECLI:NL:RBMNE:2019:210). Dit betekent dat als de werkgever een concurrentiebeding na het einde van de arbeidsovereenkomst in stand wil laten, dit expliciet in de VSO zal moeten worden vermeld. Doet de werkgever dit niet en is finale kwijting afgesproken, dan loopt de werkgever het risico dat er geen beroep meer kan worden gedaan op het concurrentiebeding. Werkgever en werknemer zullen zich dus vóór het sluiten van de VSO moeten afvragen welke onderwerpen zij (finaal) geregeld willen zien.

Voorbeeld 2
In de tweede zaak ligt de vraag voor of de werknemer na het sluiten van een VSO nog recht had op een onregelmatigheidstoeslag. Ook in dit geval hadden partijen het dienstverband beëindigd met een VSO waarin finale kwijting was afgesproken. Desondanks maakte de werknemer de gang naar de rechter om een aanvullende onregelmatigheidstoeslag te vorderen. De werknemer betoogde dat hij tijdens het sluiten van de VSO niet wist dat er ook onregelmatigheidstoeslag over de vakantieuren uitgekeerd moest worden. De kantonrechter heeft overwogen dat partijen onderhandeld hebben over de onregelmatigheidstoeslag (anders dan de vakantieuren) zonder dat daarbij een voorbehoud is gemaakt voor een eventuele toekomstige uitbetaling van een onregelmatigheidstoeslag, in dit geval over de vakantieuren. Met het tekenen van een VSO mocht de werkgever er dus vanuit gaan dat met de hierin opgenomen finale kwijting geen verdere verplichtingen tegenover de werknemer zouden bestaan (ECLI:NL:RBDHA:2017:9969). Kortom, de rechter honoreerde het beroep van de werkgever op het finaal kwijtingsbeding.

Voorbeeld 3
De derde en laatste zaak gaat over een werknemer die zich beroept op het finale kwijtingsbeding omdat de voormalig werkgever een schadevergoeding van hem vordert. De rechter heeft beslist dat een beroep op het finaal kwijtingsbeding in dit geval niet wordt gehonoreerd, omdat na het sluiten van de VSO naar voren is gekomen dat de werknemer gedurende het dienstverband jarenlang had gefraudeerd. Ondanks het bestaan van een finaal kwijtingsbeding in de VSO heeft de werkgever volgens de rechter nooit de bedoeling gehad om afstand te doen van een vordering uit hoofde van geleden schade als gevolg van fraude (ECLI:NL:​GHAMS:2018:1641).

Tot slot
Uit deze voorbeelden volgt dat de werkgever en de werknemer zich goed dienen te realiseren welke onderdelen wel en niet in de VSO moeten worden opgenomen. Worden hierin bepaalde onderwerpen niet geregeld, dan bestaat de kans dat deze onder de werking van de finale kwijting vallen. Of dit daadwerkelijk zo is, zal van geval tot geval moeten worden beoordeeld. Om discussies over de reikwijdte van het finale kwijtingsbeding te voorkomen is het verstandig voor zowel werknemer als werkgever bij het opstellen en sluiten van een VSO een advocaat te raadplegen.

Heeft u een vraag naar aanleiding van deze blog? Neem dan contact op met Marjolein Moorman.

Uw eerste aanspreekpunt:

Marjolein Moorman

Aanpakken, maar vooral doorpakken typeren mij in mijn werk. Als nuchtere Drent ben ik niet snel onder de indruk en draai ik niet om de hete brij heen. Ik streef naar heldere en bondige (juridische) adviezen.