De ‘Stikstofwet’ - belangrijke wijzigingen voor de bouwsector

  • event18-05-2021
  • schedule11:00
  • timer4 minuten

De stikstofproblematiek
De bouwsector is hard geraakt door de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 waarin het Programma Aanpak Stikstof (“PAS”) als basis voor vergunningverlening is vernietigd. Deze uitspraak heeft ertoe geleid dat bij elk afzonderlijk bouwproject beoordeeld wordt of de aangevraagde activiteiten neerslag van stikstof op beschermde natuurgebieden (de zogenaamde Natura 2000-gebieden) tot gevolg kunnen hebben en of daarmee toestemming op grond van de Wet natuurbescherming nodig is.

Als gevolg hiervan lopen veel vergunningentrajecten vast en lopen bouwprojecten (grote) vertraging op. Tel hier de huidige woon- én coronacrisis bij op en de noodzaak van een structurele aanpak voor de stikstofproblematiek wordt steeds groter. Het kabinet heeft op 24 april jl. dan ook besloten over de invulling van een dergelijke structurele aanpak van de stikstofproblematiek.

Structurele aanpak – de nieuwe ‘Stikstofwet’
De structurele aanpak heeft als hoofddoel het realiseren van een gunstige (of verbeterde) landelijke staat van behoud van stikstofgevoelige soorten en natuurgebieden, maar heeft ook het doel om weer meer ruimte te creëren voor economisch en maatschappelijk relevante activiteiten voor bijvoorbeeld woningbouw, infrastructuur en industrie.

Onderdeel van deze structurele aanpak is de Wijziging van de Wet natuurbescherming en de Omgevingswet (stikstofreductie en natuurverbetering) – of kort gezegd de “Stikstofwet” – . De Stikstofwet wijzigt de Wet natuurbescherming en de (toekomstige) Omgevingswet. Het streven is dat de Stikstofwet op 1 juli 2021 in werking treedt.

De Stikstofwet voorziet onder meer in:

  • een resultaatsverplichting tot reductie van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden door het bij wet vaststellen van drie omgevingswaarden (voor 2025, 2030 en 2035);
  • een verplichting voor de minister van LNV om een programma stikstofreductie en natuurverbetering vast te stellen;
  • een verplichting voor gedeputeerde staten om provinciale gebiedsplannen op te stellen ter uitwerking van de landelijk vereiste depositiereductie;
  • een verplichting voor de Minister van LNV om een aanvullend programma vast te stellen voor het legaliseren van voorheen vergunningvrije projecten met geringe depositie;
  • monitoring en bijsturing.

Maar misschien belangrijker voor de bouwers en ambtenaren die betrokken zijn bij bouwprojecten; de wet voorziet in een partiële vrijstelling van de natuurvergunningplicht voor de bouwsector.

Partiële vrijstelling voor de bouwsector
Artikel 2.9a van de Wet natuurbescherming bepaalt straks dat de tijdelijke gevolgen van de door de bouw veroorzaakte stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden buiten beschouwing worden gelaten bij het verlenen van toestemming op grond van de Wet natuurbescherming. Voor deze activiteiten geldt dus geen vergunningplicht.

De vrijstelling is om twee redenen partieel. In de eerste plaats geldt zij alleen voor de tijdelijke bouwfase van het project en niet ook voor de gebruiksfase. Voor de gebruiksfase moet nog steeds worden onderzocht wat de effecten daarvan zijn voor Natura 2000-gebieden. In de tweede plaats geldt zij alleen voor de gevolgen van stikstofdepositie. Voor andere verstoringen van beschermde waarden in Natura-2000 geldt, net als voorheen, dus géén vrijstelling.

‘Activiteiten van de bouwsector’
De partiële vrijstelling geldt voor ‘activiteiten in de bouwsector’. Wat hier precies onder valt, wordt geregeld in het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering.

In artikel 2.5a van dit besluit is bepaald dat als ‘activiteiten van de bouwsector’ worden aangewezen:

  • het verrichten van een bouwactiviteit of een sloopactiviteit die het feitelijk verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden aan een bouwwerk betreft, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen;
  • het aanleggen, wijzigen of opruimen van een werk, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen.

Hiermee wordt gekozen voor een ruime uitleg van het begrip ‘activiteiten in de bouwsector’. Niet alleen de bouw van woningen en andere bouwwerken vallen hieronder, maar bijvoorbeeld ook de aanleg van infrastructuur, de aanleg van waterstaatswerken en sloopwerkzaamheden inclusief de daarmee samenhangende vervoersbewegingen.

Om misverstanden te voorkomen; de productie van bouwmaterialen (bijvoorbeeld binnen een inrichting) valt dan weer niet onder de definitie.

Vragen?
Met de partiële vrijstelling van de vergunningplicht op grond van de Wet natuurbescherming wordt beoogd om de huidige impasse in de bouwsector te doorbreken. Voor de aangewezen activiteiten van de bouwsector geldt straks geen vergunningplicht meer op grond van de Wet natuurbescherming. Dit is voor de bouwsector een belangrijke ontwikkeling.

Heeft u vragen over de nieuwe Stikstofwet of heeft u andere juridische vragen over vergunningverlening bij bijvoorbeeld bouwprojecten? Neemt u dan contact op met Elzelou Grit of Doreth Loonstra.

Uw eerste aanspreekpunt:

Elzelou Grit

In mijn praktijk heb ik te maken met allerlei belangen; het algemeen belang van de maatschappij, het belang van een ondernemer met een plan en vaak nog het belang van een tegenstander van dat plan. Het bestuursrecht heeft ook nog eens eigen regels en gespecialiseerde rechters met een eigen procesrecht. Dat maakt het bestuursrecht een schaakspel met geheel eigen spelregels. Of ik nu procedeer of adviseer, ik maak graag gebruik van alle ‘schaakstukken’ op het bord.


Doreth Loonstra

Als advocaat ben ik werkzaam in de bestuursrecht- en de bouwrecht praktijk. Dat betekent dat ik mij bezig houd met zaken waarbij een overheid of een bouwer partij is. Overheden hebben bevoegdheden die vergaand in kunnen grijpen op de mogelijkheden van ondernemingen en particulieren. Voor zowel een overheid als een onderneming is het van belang dat deze eenzijdige bevoegdheidsuitoefening zorgvuldig en rechtmatig verloopt met inachtneming van alle betrokken belangen. Het bestuursrecht beslaat een breed spectrum met raakvlakken in het civiele recht en strafrecht. Daaraan verwant is het bouwrecht. Projecten beginnen vaak met een plan tot ontwikkeling van een braakliggend terrein of een herontwikkeling van bestaand vastgoed. Juist die regelgeving op verschillende onderwerpen, die ook nog eens per locatie kan verschillen, levert in de praktijk een uitdagende puzzel op.