De invulling van het begrip ‘tegenstrijdig belang’

  • event22-06-2021
  • schedule09:00
  • timer1 minuut

Bestuurders en commissarissen van bijvoorbeeld NV’s en BV’s zijn het al sinds 2013 gewend: zij moeten zich bij de vervulling van hun taak richten naar het belang van die NV of BV, en de daarmee verbonden onderneming. Als een bestuurder of commissaris bij het nemen van een bepaald besluit een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het vennootschappelijk belang, mag de bestuurder of commissaris niet deelnemen aan de beraadslaging en besluitvorming omtrent dit besluit. Vanaf 1 juli 2021 gaat deze wettelijke regeling door de invoering van de WBTR ook gelden voor bestuurders en commissarissen van verenigingen en stichtingen.

In een eerdere blog is reeds uitgelegd wie een besluit moet nemen als het gehele bestuur of de gehele raad van commissarissen een tegenstrijdig belang heeft. In deze blog komt de voorvraag aan de orde: wanneer is er nu eigenlijk sprake van een tegenstrijdig belang?

Bruil-arrest
In het zogeheten Bruil-arrest uit 2007 heeft de Hoge Raad aangegeven wanneer sprake is van een tegenstrijdig belang. De wetgever heeft bij de invoering van de nieuwe tegenstrijdigbelangregeling in 2013 expliciet bepaald dat deze maatstaf blijft gelden. Volgens die maatstaf heeft een bestuurder een tegenstrijdig belang als:

hij door de aanwezigheid van een persoonlijk belang of door zijn betrokkenheid bij een ander met dat van de rechtspersoon niet parallel lopend belang niet in staat moet worden geacht het belang van de vennootschap en de daaraan verbonden onderneming te bewaken op een wijze die van een integer en onbevooroordeeld bestuurder mag worden verwacht.’

De Hoge Raad overweegt verder dat de enkele mogelijkheid van een tegenstrijdig belang niet genoeg is voor een geslaagd beroep op de tegenstrijdigbelangregeling. Aan de andere kant is absolute zekerheid ten aanzien van benadeling van de vennootschap ook niet vereist. Het is voldoende wanneer er in redelijkheid kan worden betwijfeld of de bestuurder zich bij zijn handelen uitsluitend heeft laten leiden door het belang van de vennootschap en de daaraan verbonden onderneming. Deze maatstaf is door de Hoge Raad in 2011 opnieuw bevestigd.

Net als bij veel andere maatstaven van de Hoge Raad zal het van de omstandigheden van het geval afhangen of al dan niet sprake is van een tegenstrijdig belang. Wanneer er in een procedure een beroep op wordt gedaan, zal in ieder geval goed beargumenteerd moeten worden waarom de bestuurder of commissaris in dít specifieke geval niet integer of objectief genoeg was om de belangen van de onderneming te behartigen.

Praktijkvoorbeeld
Verreweg de meeste zaken die wegens een vermoedelijk tegenstrijdig belang voor een rechter komen, gaan over bestuurders die ‘meerdere petten’ tegelijk dragen. Het enkele feit dat iemand bestuurder is van twee verschillende rechtspersonen en deze rechtspersonen met elkaar laat handelen, houdt niet automatisch in dat er een tegenstrijdig belang is. Hiervoor zijn bijkomende omstandigheden vereist.

In de zaak Infors/X uit 2019 oordeelde het hof Arnhem-Leeuwarden dat bestuurder X wél een tegenstrijdig belang had. Schematisch weergegeven zien de verschillende hoedanigheden van X er als volgt uit (pijl betekent ‘bestuurt’):

De moedermaatschappij van Infors besluit dat Infors een bepaald laboratorium zal afstoten. Als onderdeel van deze afstoting moet de inventaris (laboratoriumapparatuur) verkocht worden. X verkoopt de apparatuur aan MicCell, voor een zéér scherpe prijs. De moedermaatschappij van Infors zet in hoger beroep in op bestuurdersaansprakelijkheid van X wegens handelen met een tegenstrijdig belang.

Het hof oordeelt dat in redelijkheid kan worden betwijfeld of bestuurder X zich wel heeft laten leiden door het belang van Infors. Die had immers belang bij een reële zakelijke opbrengst en MicCell had juist een tegenovergesteld belang: een zo laag mogelijke verwervingsprijs. Volgens het hof is hierdoor sprake van een tegenstrijdig belang. In de statuten van Infors is opgenomen dat een bestuurder een tegenstrijdig belang moet melden aan de algemene vergadering. Dit heeft bestuurder X niet gedaan. In lijn met het Berghuizer Papierfabriek-arrest van de Hoge Raad oordeelt het hof dat in beginsel aansprakelijkheid van bestuurder X vaststaat, omdat hij heeft gehandeld in strijd met de statutaire bepalingen die Infors beogen te beschermen. Bestuurder X heeft geen feiten en omstandigheden aangedragen waardoor dit oordeel anders zou kunnen worden.

Om discussies te voorkomen over de vraag wanneer er sprake is van een tegenstrijdig belang, is het raadzaam om in uw statuten op te sommen wanneer ú vindt dat hiervan sprake is, en in voorkomend geval te documenteren dát daarvan wel of geen sprake is. Onze collega’s Harm Jan Tulp en Maarten Hemmes adviseren u hier graag verder over.

Uw eerste aanspreekpunt:

Harm Jan Tulp

Sinds een seminar over beursvennootschappen in mijn studententijd heeft het Financieel Recht me nooit meer losgelaten. Op de Amsterdamse effectenbeurs en in de jaren erna als advocaat stond ik aan de kant van de grote instituten. Sinds 2003 sta ik vooral hun klanten bij.


Maarten Hemmes

Mensen omschrijven mij als een beta-jurist. Dat klopt ook wel. Ik ben analytisch, vind het leuk om structuur aan te brengen in juridische problemen en om vervolgens de puzzels op te lossen. Ik denk graag een zet vooruit. Zoals ik dat ook doe als schaker op landelijk niveau.