De gebruiksvergoeding: hebt u recht op een vergoeding voor gemist gebruik van een gezamenlijke woning?

  • event12-10-2021
  • schedule12:00
  • timer3 minuten

Het komt regelmatig voor dat een gezamenlijke woning slechts gebruikt wordt door een van de eigenaren. Heeft de mede-eigenaar, die geen gebruik maakt van de woning, recht op een vergoeding?

In een echtscheidingsprocedure hebben echtgenoten de mogelijkheid de rechter te vragen de gemeenschappelijke woning alleen te mogen gebruiken, met uitsluiting van de andere echtgenoot. Deze rechter kan dan bepalen dat de echtgenoot die in de gemeenschappelijke woning blijft wonen, de ander een redelijke vergoeding betaalt. Dit noemen we een gebruiksvergoeding.

Ook in nalatenschappen en bij ongehuwde samenwoners, kan er recht bestaan op de zogeheten gebruiksvergoeding. Stel dat u samen met uw broer of zus de woning van uw overleden moeder in eigendom hebt verkregen. Uw zus wil graag haar intrek nemen in deze woning maar zij is (nog) niet staat om u uit te kopen. De Hoge Raad heeft ook in dergelijke situaties de gebruiksvergoeding passend geacht.

Op grond van de wet hebben partijen, als (mede-)eigenaren van een woning, in beginsel een gelijk recht op het gebruik en genot van de woning en dienen zij naar evenredigheid van hun aandeel in de woning bij te dragen aan de kosten.

Wanneer een van de eigenaren de woning alleen gebruikt, kan er een verplichting bestaan om de ander(en) te compenseren. Dat gebeurt door het betalen van een gebruiksvergoeding. De gebruiksvergoeding is dus bedoeld als een vergoeding voor het missen van het gebruik en genot van de woning.

Bij beantwoording van de vraag of er aanspraak gemaakt kan worden op een gebruiksvergoeding, zal de rechter ‘de redelijkheid en de billijkheid’ als maatstaf hanteren. Dit houdt in dat de rechter bij het toekennen dan wel afwijzen van een gebruiksvergoeding rekening kan houden met alle feiten en omstandigheden van het geval. De rechtspraak is op dit punt casuïstisch.

Ook de hoogte van de gebruiksvergoeding moet redelijk en billijk zijn. In de rechtspraak zijn er meerdere methoden om de hoogte van de gebruiksvergoeding vast te stellen.

Het meest gebruikelijk is de methode waarbij de gebruiksvergoeding wordt vastgesteld op een percentage van de overwaarde. Het percentage waarmee de rechter rekent, is in de praktijk verschillend en afhankelijk van het economische klimaat. Voorheen werd gerekend met een rendement van 4% van de overwaarde. De helft daarvan was dan voor de echtgenoot of eigenaar die geen gebruik maakt van de woning. Dit gold dan als vergoeding voor het gemiste rendement. Vanwege de lage rente varieert het percentage voor de gebruiksvergoeding nu van 2,5% tot 0,5 % van de overwaarde.

Als er geen overwaarde is, kan er nog steeds recht bestaan op een gebruiksvergoeding. Als (mede-)eigenaar van een woning, bent u verplicht de eigenaarslasten te blijven betalen, ook al woont u niet meer in de betreffende woning. Als degene die gebruik maakt van de woning dan bijvoorbeeld de volledige hypotheek blijft betalen, kan dat gezien worden als een gebruiksvergoeding voor degene die niet langer in de woning woont.

Dit is het geval geweest in de uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het hof benadrukt hier dat een gebruiksvergoeding geldt als compensatie voor gemist gebruik, niet voor gemist rendement.

Conclusie
Of u recht hebt op een gebruiksvergoeding, en hoe hoog deze is, is erg casuïstisch. Vraagt u zich af of u in uw geval recht heeft op een gebruiksvergoeding, wilt u advies over hoe u het krijgen van een vergoeding kan bewerkstelligen of heeft u andere vragen naar aanleiding van deze blog? Voor uw vragen kunt u terecht bij Ellen Leentjes en Veronique Wegter.  

Uw eerste aanspreekpunt:

Ellen Leentjes

Hoe meer je ergens van af weet, hoe interessanter het wordt. Dat geldt ook voor mijn vakgebied, het familierecht. Als kind wilde ik actrice worden en later advocaat. Ik zie wel overeenkomsten. Bij het pleiten bijvoorbeeld, sta je ook tegenover een publiek. Maar ook in de dagelijkse praktijk: je moet je inleven in de cliënt, maar je mag je niet laten meeslepen door de emoties. Ik moet daar doorheen kijken, de juridische relevantie in de gaten houden. Het begint met luisteren, luisteren, luisteren. Dan structuur aanbrengen en de leiding nemen. Een rol die mij op het lijf geschreven is.


Veronique Wegter

Van nature gaat mijn voorkeur uit naar de (op het oog) complexe zaken. In het personen en familierecht komt mijn betrokkenheid en mijn oplossingsgerichte aanpak goed van pas.

Klik voor meer binnnen de categorie