De alimentatieplicht bij echtscheiding van de ondernemer

  • event05-04-2022
  • schedule13:00
  • timer3 minuten

Een echtscheiding is een ingrijpende gebeurtenis die veel impact heeft en onzekerheid brengt voor de toekomst. Als u tijdens uw huwelijk uw bedrijf heeft opgebouwd en uw ex de baan heeft opgegeven voor de verzorging en opvoeding van de kinderen, wilt u wel weten waar u aan toe bent. Hoe wordt bij echtscheiding de draagkracht voor alimentatieplicht berekend van een ondernemer? En welke stukken moet u daarvoor aanleveren?

De minst verdienende partner heeft recht op alimentatie. De hoogte daarvan is enerzijds afhankelijk van wat er nodig is om verder te leven op de manier zoals u gewend was tijdens het huwelijk. Dat noemen we de behoefte. Degene die aanspraak maakt op alimentatieplicht moet de behoefte onderbouwen. Anderzijds wordt gekeken naar wat de alimentatieplichtige kan betalen. Dat noemen we de draagkracht.

Berekening draagkracht bij alimentatieplicht

Om de draagkracht te berekenen moet in de eerste plaats het inkomen worden vastgesteld. Dat is het inkomen uit arbeid dat een werknemer in loondienst ontvangt. Een ondernemer die een eigen B.V. heeft, is doorgaans in loondienst bij zijn eigen B.V. Als directeur van uw eigen onderneming, stelt u ook zelf de hoogte van uw salaris vast. Daarom wordt niet alleen gekeken naar dat salaris, maar ook naar de resultaten in de onderneming.

Uit de jaarrekeningen van de onderneming kan blijken of er winst wordt gemaakt. U kunt als ondernemer besluiten of u de winst uitkeert als dividend. Inkomen uit dividend telt ook mee bij het berekenen van de draagkracht. U kunt echter ook besluiten om de winst in de B.V. te laten. De rechter beoordeelt aan de hand van de jaarcijfers van de onderneming of dit redelijk is. Als er structureel winst wordt gemaakt, kan de rechter hier toch rekening mee houden bij het berekenen van de draagkracht. De rechter beoordeelt dan of het salaris kan worden verhoogd of dat er winst kan worden uitgekeerd als dividend.

Voor het berekenen van de draagkracht bij alimentatieplicht moet u stukken aanleveren. Het gaat dan om salarisspecificaties en een jaaropgave waaruit het inkomen uit arbeid kan worden afgeleid. Een ondernemer moet daarnaast jaarcijfers van zijn onderneming verstrekken. Omdat het inkomen in een onderneming erg kan fluctueren moeten de jaarrekeningen van de laatste drie jaar worden overgelegd. Daarnaast moeten de laatste drie aangiftes voor de Inkomstenbelasting in het geding worden gebracht met de bijbehorende aanslagen. Daarmee kan worden gecontroleerd of de gegevens die uit de stukken blijken ook aan de Belastingdienst zijn opgegeven en goedgekeurd.

Overige inkomsten berekenen alimentatieplicht

Daarnaast kan uit de aangiftes blijken of er wellicht nog andere inkomsten zijn. Hierbij valt te denken aan inkomen uit vermogen. Als er bijvoorbeeld onroerend goed is, dat verhuurd wordt, worden de huurinkomsten ook in aanmerking genomen bij het berekenen van de draagkracht bij alimentatieplicht. Deze inkomsten zijn weliswaar vrijgesteld van inkomstenheffing, met dien verstande dat alleen de WOZ-waarde van een pand in box 3 wordt opgegeven, waarop dan de eventuele financieringslasten in mindering strekken. Maar voor de alimentatie tellen huuropbrengsten als inkomen mee. Hierop mogen dan wel de eigenaarslasten in mindering worden gebracht.

Als de alimentatieplichtige de benodigde stukken voor het berekenen van de alimentatie niet aan de rechtbank verstrekt, kan de rechter daaraan de gevolgen verbinden die hij redelijk acht. Dat betekent dat de rechtbank dan de draagkracht schat of de alimentatie toewijst die de alimentatiegerechtigde heeft gevraagd. Het komt er dan in feite op neer dat de ondernemer verplicht is de noodzakelijke stukken voor het berekenen van zijn draagkracht bij alimentatieplicht over te leggen, als hij niet wil dat de gevraagde alimentatie wordt toegewezen.

Heeft u vragen over de alimentatieplicht of wilt u meer weten? Neem contact op met Ellen Leentjes.

Uw eerste aanspreekpunt:

Ellen Leentjes

Hoe meer je ergens van af weet, hoe interessanter het wordt. Dat geldt ook voor mijn vakgebied, het familierecht. Als kind wilde ik actrice worden en later advocaat. Ik zie wel overeenkomsten. Bij het pleiten bijvoorbeeld, sta je ook tegenover een publiek. Maar ook in de dagelijkse praktijk: je moet je inleven in de cliënt, maar je mag je niet laten meeslepen door de emoties. Ik moet daar doorheen kijken, de juridische relevantie in de gaten houden. Het begint met luisteren, luisteren, luisteren. Dan structuur aanbrengen en de leiding nemen. Een rol die mij op het lijf geschreven is.