Curatele, bewindvoering of mentorschap. hoe zit het?

  • event13-11-2017
  • schedule09:56
  • timer3 minuten
Is een verwant van u niet in staat zijn of haar belangen zelf te behartigen? Dan kan u de rechter vragen een curator, bewindvoerder of mentor te benoemen. Maar wat houdt het in en wat zijn de belangrijkste verschillen tussen curatele, bewindvoering of mentorschap?

Curatele, bewindvoering en mentorschap zijn zogeheten beschermingsmaatregelen. Ze zijn bedoeld om volwassenen die – bijvoorbeeld door een verstandelijke beperking – niet in staat zijn hun eigen belangen te behartigen of voor zichzelf te zorgen, in bescherming te nemen tegen zichzelf en anderen.

Wat zijn de belangrijkste verschillen?


Curatele


Curatele is de meest verstrekkende maatregel. De hoofdregel is dat curatele leidt tot handelingsonbekwaamheid: het niet meer zelfstandig kunnen verrichten van rechtshandelingen. Voorbeelden van rechtshandelingen zijn het opmaken van een testament, het afsluiten van een telefoon abonnement of het kopen van een fiets. Koopt degene die onder curatele is gesteld toch die fiets, dan kan de curator dat ongedaan maken. Curatele ziet toe op de vermogensrechtelijke (= in geld uit te drukken) en niet-vermogensrechtelijke (= niet in geld uit te drukken) belangen van degene die onder curatele is gesteld.

Bewindvoering


Bij bewindvoering gaat het, anders dan curatele, alleen om de behartiging van de vermogensrechtelijke belangen van de betrokkene. Denk hierbij aan het regelen van financiële zaken, zoals het doen van belastingaangifte en het aanvragen van huurtoeslag. Het leidt niet tot handelingsonbekwaamheid. Wel is de medewerking van de bewindvoerder nodig bij het nemen van beslissingen over financiële zaken.

Mentorschap


Bij mentorschap gaat het vervolgens alleen om de behartiging van de niet-vermogensrechtelijke belangen van de betrokkene. Het is de mentor die, zoveel mogelijk samen met betrokkene, beslissingen neemt over verzorging, verpleging, behandeling of begeleiding. De mentor is daarmee eerste aanspreekpunt voor de zorgaanbieder van wie de betrokkene zorg ontvangt. De maatregelen van curatele en bewind worden openbaargemaakt. Zo kan een derde persoon nagaan of iemand onder curatele of bewind staat.

Wanneer welke maatregel?



  • De kantonrechter beoordeelt of een maatregel nodig is. De kantonrechter zal daarbij in beginsel de betrokkene horen.

  • De kantonrechter zal alleen een curator benoemen als er niet kan worden volstaan met een minder verstrekkende maatregel. Zoals bewindvoering of mentorschap of een combinatie van beide.

  • Bij de benoeming van de curator, bewindvoerder of mentor volgt de kantonrechter de voorkeur van de betrokkene. Tenzij er een gegronde reden is om diegene niet te benoemen.


Evaluatie maatregel


Sinds 1 januari 2014 moet de noodzaak van een beschermingsmaatregel elke vijf jaar (of eerder als de kantonrechter dat bepaalt) worden geëvalueerd. De curator, bewindvoerder of mentor moet de kantonrechter over het volgende informeren:

  • het verloop van de maatregel

  • de vraag of de maatregel moet voortduren of dat deze door een meer passende maatregel moet worden vervangen, bijvoorbeeld bewind in plaats van curatele.


Het voortduren van een maatregel (en daarmee de inbreuk op de rechten van betrokkene) mag namelijk, ook als er verbetering wordt verwacht, geen vanzelfsprekendheid zijn. Gebeurt er binnen deze vijf jaren iets wat relevant is voor het voortduren van de maatregel, dan moet dit door de curator,
bewindvoerder of mentor direct aan de kantonrechter doorgegeven worden. Bijvoorbeeld een plotselinge verslechtering in de gezondheidstoestand van betrokkene.

Dit artikel is verschenen in de november uitgave van het tijdschrift PlusPunt uitgegeven door Kansplus, belangennetwerk verstandelijk gehandicapten.

 

Uw eerste aanspreekpunt:

Kristien Croezen

Als kind was ik erg nieuwsgierig. Ik zaagde volwassenen overal over door, wilde precies weten waarom iets gebeurde en hoe iets in elkaar zat. Die lijn heb ik in mijn werk doorgetrokken. Altijd wil ik exact achterhalen waar het pijnpunt zit, om daar vervolgens een concrete oplossing voor te bedenken. Het mooie aan het recht vind ik dat er altijd twee kanten van een verhaal zijn. Tegenover de cliënt wil ik eerlijk zijn over de risico’s die kleven aan zijn kant van de zaak. Geen gouden bergen beloven. Een geschil kan een cliënt behoorlijk dwars zitten en bezighouden. Ik vind het daarom belangrijk om goed bereikbaar te zijn om zo snel mogelijk het verhaal van de cliënt aan te horen en daarop in te kunnen springen.