Corona en huurprijsvermindering: de rechtbank stelt prejudiciële vragen aan de Hoge Raad

  • event13-04-2021
  • schedule09:00
  • timer2 minuten

De rechtbank Limburg heeft bij vonnis van 31 maart 2021 (ECLI:NL:RBLIM:2021:2982) prejudiciële vragen gesteld aan de Hoge Raad over corona en huur. Heineken heeft haar verhuurder om huurprijsvermindering gevraagd over de periode dat Heineken het gehuurde (op last van de overheid) verplicht moest sluiten.

In de recente jurisprudentie van rechtbanken en gerechtshoven wordt, onder verwijzing naar de wetsgeschiedenis, in veel gevallen aangenomen dat het verplicht sluiten van een gehuurd object als gevolg van overheidsmaatregelen een gebrek of onvoorziene omstandigheid oplevert. Het is dan aan de huurder die aanspraak maakt op huurprijsvermindering, om aan te tonen dat er sprake is van financieel nadeel, onder andere door inzicht te geven in omzetgegevens. Ook wordt veelal betekenis gehecht aan de overige feiten en omstandigheden, zoals de vraag of de huurder een Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) heeft ontvangen.

De rechtbank acht het zinvol om prejudiciële vragen aan de Hoge Raad te stellen, omdat het (op basis van de wetsgeschiedenis) niet helder is of en hoe de schade van de coronamaatregelen tussen huurders en verhuurders verdeeld moet worden. De Hoge Raad heeft zich hier nog niet eerder over uitgelaten.

De rechtbank heeft de volgende prejudiciële vragen gesteld aan de Hoge Raad:

  1. Dient de als gevolg van de coronacrisis van overheidswege opgelegde sluiting van de horeca beschouwd te worden als een gebrek in de zin van artikel 7:204 lid 2 BW?

  2. Zo ja, aan de hand van welke criteria moet dan de mate van huurprijsvermindering worden beoordeeld?

  3. (Of) vormt de beperking in het gebruik van het gehuurde een onvoorziene omstandigheid die tot huurprijsvermindering kan leiden?

  4. Zo ja, welke omstandigheden van het geval wegen mee bij het bepalen of verdelen van de schade?

Uw eerste aanspreekpunt:

Frouke Douma

Als zeiler kies ik een strategie en tactiek om de juiste bestemming te bereiken. De wind is daarbij een gegeven. Je kunt de windrichting niet veranderen, maar wel de stand van de zeilen. Zo zie ik dat ook in mijn vak als advocaat. De feiten staan vast, maar met de juiste juridische kennis en strategie kun je koers zetten in de richting die je wilt. Doel is het behalen van een maximaal haalbaar resultaat, want ik zeil graag scherp aan de wind. Verder vind ik het belangrijk om de klant en zijn onderneming goed te kennen. Samen optrekken en een duurzame relatie opbouwen.