Bestuurders van verenigingen en stichtingen opgelet: de WBTR komt eraan.

  • event06-05-2021
  • schedule16:00
  • timer6 minuten

Bestuurders van verenigingen en stichtingen opgelet: de WBTR komt eraan.

Vestia. Meavita. Amarantis. Wie kent deze namen niet? De incidenten bij onder andere deze stichtingen zijn voor de wetgever aanleiding geweest om een nieuwe wet op te stellen: de wet bestuur en toezicht rechtspersonen (WBTR), die in werking zal treden op 1 juli 2021. Deze nieuwe wet ziet hoofdzakelijk op het professionaliseren van stichtingen en verenigingen. Hieronder een toelichting op de belangrijkste veranderingen.   

 

Taakvervulling en tegenstrijdig belang 
In het Burgerlijk Wetboek is sinds medio 1976 de verplichting voor bestuurders van rechtspersonen opgenomen tot een behoorlijke taakvervulling. Maar wat daaronder moet worden verstaan, vertelt het BW er (anders dan voor de nv en de bv) niet bij. De WBTR brengt hier verandering in door (net als bij de nv en bv) vast te leggen dat bestuurders en commissarissen zich bij de vervulling van hun taak richten naar het belang van de stichting of vereniging en de met haar verbonden onderneming of organisatie. Door het opnemen van deze bepaling kan er geen twijfel meer over mogelijk zijn dat het belang van de stichting of vereniging vooropstaat bij bestuursdaden.  

De nieuwe tegenstrijdigbelangregeling voor stichtingen en verenigingen hangt hier ook nauw mee samen. De wettelijke voorschriften over de stichting kenden een dergelijke bepaling nog niet. Nu steeds meer professionele organisaties de rechtsvorm van de stichting kiezen, bestaat aan een tegenstrijdigbelangregeling behoefte. Dit heeft ook vooral te maken met het feit dat een stichting geen leden heeft en dus geen algemene vergadering, die het bestuur ter verantwoording kan roepen. De nieuwe tegenstrijdigbelangregeling bepaalt (wederom net als bij de nv en bv) dat een bestuurder niet deelneemt aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de vereniging of stichting. Indien vervolgens geen bestuursbesluit kan worden genomen, moet de raad van commissarissen (RvC) het besluit nemen. Kan ook de RvC door tegenstrijdige belangen geen besluit nemen (of is er geen RvC), dan neemt bij de vereniging de algemene vergadering het besluit en bij de stichting alsnog het bestuur, maar dan wel onder schriftelijke vastlegging van de overwegingen. Van deze laatste twee regels kan bij de statuten afgeweken worden. 

One-tier board en raad van commissarissen 
Eerder verscheen op yspeert.nl een blog over het wetsvoorstel dat een one-tier board mogelijk wilde maken voor elke rechtspersoon. Een kleine opfrisser: het one tier board-model is een bestuursmodel waarbij bestuurders en commissarissen deel uitmaken van hetzelfde orgaan. De WBTR geeft het one tier board-model een wettelijke grondslag. Verenigingen en stichtingen kunnen nu, net als de bv en nv, kiezen voor het invoeren van een monistisch bestuursmodel (one-tier board). Ook krijgt het instellen van een raad van commissarissen (two-tier board) een wettelijke grondslag. In de praktijk werkt een aantal verenigingen en stichtingen al met een monistisch bestuursmodel of een raad van commissarissen (raad van toezicht). De wetgever achtte desondanks een wettelijke vastlegging van deze toezichtmechanismen wenselijk, zodat er geen discussie meer mogelijk is over de taken en verantwoordelijkheden die hierbij horen.  

 

Ontslag bestuurder stichting 
De ontslagmogelijkheid van bestuurders van stichtingen wordt in de WBTR ook verruimd. Tot op heden kan de rechter een stichtingsbestuurder slechts ontslaan indien er redelijkerwijs geen twijfel kan bestaan over de onrechtmatigheid van het handelen of indien er sprake is van financieel wanbeheer. Dit zijn zeer strenge maatstaven, waar niet gauw aan wordt voldaan. In de WBTR worden de gronden voor ontslag van een stichtingsbestuurder via de rechter daarom uitgebreid. Daarnaast verliest een stichtingsbestuurder zijn (preventieve) ontslagbescherming per 1 juli 2021. Dit betekent dat de arbeidsovereenkomst van een stichtingsbestuurder straks eenvoudiger kan worden opgezegd, namelijk zonder voorafgaande toestemming c.q. tussenkomst van het UWV of een rechter. In een volgend blog wordt uitgebreid stilgestaan bij dit nieuwe ontslagregime.

Hoofdelijke aansprakelijkheid bij faillissement 
De WBTR trekt bovendien de regeling over hoofdelijke aansprakelijkheid bij faillissement gelijk tussen alle soorten verenigingen en stichtingen aan de ene kant en de nv en bv aan de andere kant. Vanaf 1 juli 2021 kunnen ook bestuurders en commissarissen van bijvoorbeeld informele verenigingen en van niet-commerciële stichtingen en verenigingen, aansprakelijk gesteld worden voor schade die veroorzaakt is door onbehoorlijk bestuur. Dit onbehoorlijke bestuur moet daarnaast een belangrijke reden van het faillissement zijn.  

De wetgever is voorzichtig geweest met het overnemen van de bewijsvermoedens die voor de nv en de bv gelden. Het klakkeloos overnemen van de bewijsvermoedens voor onbehoorlijk bestuur (het niet voldoen aan de administratieplicht en/of het niet (op tijd) openbaar maken van de jaarrekening) en het vermoeden dat dit een belangrijke oorzaak van het faillissement is, zou volgens de wetgever een negatief effect hebben op niet-commerciële verenigingen en stichtingen en informele verenigingen. Deze vermoedens zouden er namelijk voor kunnen zorgen dat bijvoorbeeld kleine sportclubs of lokale muziekverenigingen geen vrijwillige bestuurders meer kunnen vinden. 

De wetgever heeft daarom besloten dat de bewijsvermoedens alleen gelden wanneer de stichting of vereniging krachtens de wet verplicht is een financiële verantwoording op te stellen die gelijk(waardig) is aan een jaarrekening of onderworpen is aan de heffing van vennootschapsbelasting. Specifiek voor de vereniging geldt als aanvulling bij de laatste regel dat de statuten van de vereniging moeten zijn opgenomen in een notariële akte.  

Wijziging statuten 
Het overgangsrecht bij de WBTR bepaalt dat rechtspersonen twee bijzondere onderwerpen bij de eerstvolgende statutenwijziging in overeenstemming met de wet moeten brengen. Dit hoeft dus niet per definitie vóór 1 juli 2021 te zijn geregeld. Deze twee onderwerpen zien op de hierboven niet besproken meervoudigstemrechtregeling en de ontstentenis- of beletregeling. Kort gezegd komt de ontstentenis- of beletregeling erop neer hoe de taken van bestuurders of commissarissen zullen worden uitgeoefend wanneer de bestuurders of commissarissen afwezig zijn of de taken zelf niet kunnen uitoefenen. De meervoudigstemrechtregeling bepaalt dat een bestuurder niet meer stemmen kan uitbrengen dan de andere bestuurders gezamenlijk. Als de statuten toch een dergelijke regel bevat, dan kan die regel nog maximaal vijf jaar na inwerkingtreding van de WBTR gelden, tenzij natuurlijk eerder tot statutenwijziging wordt overgegaan. 

Voor de hierboven verder toegelichte onderwerpen is een statutenwijzing niet per se noodzakelijk. De nieuwe regels gelden ongeacht de statutaire regelingen van de stichting of vereniging. Toch is het verstandig om de statuten van uw stichting of vereniging te laten checken zodat u als bestuurder of commissaris niet voor onaangename verrassingen komt te staan. 

Heeft u vragen over deze blog?  Neem gerust contact op met Harm Jan Tulp of Maarten Hemmes.

 

Uw eerste aanspreekpunt:

Harm Jan Tulp

Sinds een seminar over beursvennootschappen in mijn studententijd heeft het Financieel Recht me nooit meer losgelaten. Op de Amsterdamse effectenbeurs en in de jaren erna als advocaat stond ik aan de kant van de grote instituten. Sinds 2003 sta ik vooral hun klanten bij.


Maarten Hemmes

Mensen omschrijven mij als een beta-jurist. Dat klopt ook wel. Ik ben analytisch, vind het leuk om structuur aan te brengen in juridische problemen en om vervolgens de puzzels op te lossen. Ik denk graag een zet vooruit. Zoals ik dat ook doe als schaker op landelijk niveau.